Michiel Romeyn : ‘Het is allemaal vertrut en keurig geworden’

Interview Michiel Romeyn en Max Porcelijn hebben een nieuwe absurdistische sketchshow: Trecx. Niet bij de VPRO, maar op Amazon Prime. „Ze zeiden: jullie krijgen alle vrijheid. En dat is precies waar we naar snakten.”

Michiel Romeyn in ‘Trecx’ als de eenzame acteur Frits.
Michiel Romeyn in ‘Trecx’ als de eenzame acteur Frits. Beeld Amazon Prime Video

Neem nu Rik. Hij valt op dikke oude mannen in punkshirts – eigenlijk vooral op die shirts. Of neem Fjordog, die denkt dat de Fellowship met wie hij op queeste is, achter zijn rug om roddelt over de omvang van zijn geslacht. En dan heb je nog Frits; eenzame man, was vroeger acteur. Nu wacht hij in zijn onderbroek in een erotisch café op de man die hem een lift zou geven.

Komiek Michiel Romeyn maakt samen met filmmaker Max Porcelijn (Plan C, De Grote Zwaen) een nieuwe absurdistische sketchshow: Trecx. Romeyn maakte vijftien jaar lang de populaire VPRO-show Jiskefet, dus je zou verwachten dat die omroep ook deze nieuwe reeks zou uitzenden. Maar Trecx verschijnt op Amazon Prime Video, als eerste eigen Nederlandse productie van de streamingdienst. In de sketchshow wordt Romeyn kort herenigd met zijn Jiskefet-collega Herman Koch. Jiskefet staat trouwens ook op Amazon.

Waarom Amazon? Groter budget?

Michiel Romeyn: „Nee, dat blijft altijd gedonder. We kwamen praten over de verkoop van Jiskefet en toen zei ik brutaal: en dan willen we vijf nieuwe afleveringen van een nieuwe serie maken. Ze zeiden: ‘Maak er maar zes’. Toen zei ik: ‘Max kom op, we gaan’.”

Max Porcelijn: „Ze hadden niet veel geld, maar ze zeiden: ‘Jullie krijgen wel alle vrijheid’. En dat is precies waar we naar snakten.”

Konden jullie die vrijheid dan niet krijgen bij de publieke omroep?

Romeyn: „Ik kom sowieso niet meer aan de bak bij de publieke omroep. De VPRO was ‘niet geïnteresseerd’, terwijl ik toch een aardige staat van dienst heb, zou je zeggen. I don’t know.”

Maar dat is wat anders dan geen vrijheid geven.

Porcelijn: „We weten uit ervaring dat er dan dramaturgen en omroepbazen bijkomen, en dan moet je het academisch gaan uitleggen. Niet dat we mensen willen pesten met iets onbegrijpelijks, maar het is wel moeilijk uit te leggen waarom het leuk is.”

Romeyn: „Als een man zijn brommer niet kan starten, wat is daar leuk aan? Ja, dat zou ik ook niet weten, wat daar leuk aan is.”

Wat is het idee achter de serie?

Romeyn: „Ik had nog wat sketches liggen en Max ook, dus die hebben we bij elkaar gelazerd. Ons uitgangspunt was: maak het zo weird mogelijk.”

Porcelijn: „We hebben wat stijlen door elkaar gemengd.”

Romeyn: „Het is een mix, een mood book van beelden en humor. Er zit geen logische structuur in, maar de sketches vormen wel een eenheid. Met twee rode draden: JP en Frits.”

De eerste rode draad – scènes uit het leven van oud-acteur Frits – is het meest aangrijpende deel van Trecx. In tergend lange shots zie je hem zitten, blikkend over de uitgestrekte eenzaamheid. Voor het grote raam van een voetbalkantine bijvoorbeeld.

Romeyn: „Ja, dat kantineraam. Daar kon Max uren naar kijken. Ik zei: ‘Knip er nou een stukje uit, man’. Maar Max zei: ‘Nee, dat is juist leuk’. Ik ken wel wat oude acteurs, die hebben altijd iets treurigs.”

De tweede rode draad vormen de repetities van de oudere cabaretier JP en zijn regisseur (Arjan Ederveen). JP wil het graag hebben over ‘wat er allemaal aan de hand is’. Over de niet-westerse culturen in zijn buurt bijvoorbeeld, waardoor hij zich niet meer thuis voelt.

Een cabaretier die vindt dat hij beperkt wordt in zijn grappen over minderheden; is JP een alter-ego van Romeyn?

„Ik verschuil me inderdaad achter een personage. Ja, je mag niks meer zeggen – de crisis van iedere cabaretier. Er zit een limiter op. Ik las in NRC dat mensen Oboema uit Jiskefet ook in de ban willen doen. Zou nu niet meer kunnen. Het is allemaal vertrut en keurig geworden. Tegelijkertijd, als je ziet wat voor pilletjes en spulletjes erdoorheen gaan bij de jongeren – dat was in mijn tijd weer niet zo pittig. Dus je mag minder zeggen, maar meer slikken.”

In Trecx zit ook een reeks sketches waarin een man zich tijdens een etentje vaag generaliserend uitlaat over Afrikanen en Duitsers, waarna de gastvrouw hem verzoekt te vertrekken. Hierna volgt een tapdance-act.

Romeyn: „Dat kent iedereen toch wel? Dat je iets zegt wat verkeerd valt en dat je dan denkt: hoe kom ik hier weg? Ik heb het zelf vaak meegemaakt, dat ik denk: ‘Jezus, wat heb ik nou weer verkeerd gezegd?’ Er hoeft maar één dingetje precair te liggen en het is afgelopen.”

Maar is het nu zo veel truttiger? Zijn het niet gewoon ándere taboes?

Porcelijn: „Inderdaad, zo’n sketch had dertig jaar geleden ook gemaakt kunnen worden. Het gaat ons er niet om waar de gastvrouw precies over valt. Het gaat erom dat iemand zich moreel superieur opstelt, meer bezig is met de regels dan met de intenties. Dat is grappig.”

Romeyn: „Ik zat vroeger bij opa en oma naar Willem Duys te kijken, met mijn broer, haartjes nat, en daar kwamen de Pretty Things [ruige, harige sixtiesband]. Mijn oma ging bijna over haar nek. Huilend zei ze: als je er zo uit gaat zien, hoef je hier nooit meer te komen.”

Romeyn zegt dat de keurige elite in Amsterdam-Zuid, waar hij vandaan komt, voor hem een blijvende bron van inspiratie is: „Gek genoeg worden Zuid of de Grachtengordel zelden in de maling genomen. Dat zijn de mensen die het allemaal al weten; hoe het in elkaar steekt en hoe het hoort… Ze hebben een Nirvana-shirt, een bakfiets, en een wollen mutsje, maar ze werken wel bij Heineken in een hoge positie.”

In Trecx zit een sketch over een welgesteld echtpaar dat een voormalige sekswerker uit Colombia heeft geadopteerd. Romeyn: „Zo’n politiek correct Amsterdam-Zuid-gezin met een aangenomen dochter van vijftig die Kurt Cobain gaat doen op de Parade. Dat zijn drie ingrediënten waarvan wij bij voorbaat al in onze broek pissen van het lachen.”

Trecx op Amazon Prime Video, 6 afleveringen van 30 minuten.