Opinie

Goudkoorts en geen regels: de ruimte als het Wilde Westen

Ruimterecht Mijnbouw in de ruimte zorgt voor een nieuwe gold rush. Om ongelukken en ongelijke verdeling te voorkomen is internationaal toezicht noodzakelijk, vindt .
Illustratie Hajo

Met ingehouden adem keken miljoenen mensen vorige week naar de landing van de NASA-verkenner op Mars. Prachtige beelden van een stoffig uitgestrekt landschap. Het wordt nog spannender als je bedenkt wat er mogelijk onder al dat stof zit: nikkel, koper, ijzer, titanium, platina en het in de ruimte zo waardevolle water. Staten en private partijen staan te trappelen om deze rijkdommen te mijnen.

Mars is niet de enige schatkamer. Ook de maan en vele asteroïden zitten tjokvol waardevolle grondstoffen. Zoals zeldzame aardmetalen, water, helium-3, nikkel, kobalt, magnesium en goud. Elementen die nodig zijn voor de groene energietransitie, maar die vooral handig zijn voor een permanente maanbasis of voor bemande missies naar Mars.

Astronomisch formaat

De commerciële mogelijkheden zijn van astronomisch formaat. In 2017 werd de waarde van de ruimtemijnbouwindustrie al geschat op zo’n 700 miljoen dollar, met een toekomstige waarde van 3,9 miljard in 2025. Dat is echter niks vergeleken met de potentiële grondstofwaarde. Van de vele miljoenen asteroïden is de grootste alleen al 27 triljoen dollar (een bedrag met 18 nullen) waard. Dat is drie miljoen keer het jaarlijkse bruto nationaal product van Nederland.

Lees ook: Zeven spannende minuten voor monstermissie naar Mars

Deze duizelingwekkende getallen hebben een nieuwe ruimtewedloop teweeggebracht. Zowel Rusland, China, India, NASA, als het Europese Ruimte Agentschap (ESA) sturen in de komende vijf jaar verkennende ruimtemijnbouwmissies naar de maan. Tegelijkertijd verzamelen Japan en NASA al monsters op asteroïden. Maar deze goudkoorts heeft niet alleen staten getroffen, ook private partijen dingen mee. Bijvoorbeeld, Ispace Inc, Lunar Outpost, Masten Space Systems, Shackleton Energy Company en Blue Origin.

Dat klinkt als het Wilde Westen. In zekere zin is dat het ook. Hemellichamen zoals de maan zijn namelijk van niemand. Het VN-Ruimteverdrag uit 1967 bepaalt dat de maan en andere hemellichamen niet kunnen worden toegeëigend. De Amerikaanse vlag die Armstrong op de maan plantte zegt dus helemaal niks. En ja, ook die online maancertificaten zijn waardeloos.

Volgens het Ruimteverdrag dienen hemellichamen te worden gebruikt in het belang van alle staten

Dat hemellichamen zelf niet kunnen worden toegeëigend betekent niet noodzakelijkerwijs dat de ruimtemijnbouw verboden is. De meningen zijn hierover verdeeld. Het is een kwestie van interpretatie. Volgens sommigen, zoals Nederland, is ruimtemijnbouw niet toegestaan omdat toeëigening van de grondstoffen wel degelijk een toeëigening van het hemellichaam zelf inhoudt. Anderen zoals de VS zijn het hiermee oneens. Zij moedigen de ruimtemijnbouw juist aan.

In 2020 tekenden de VS en zeven andere staten de Artemis Akkoorden, ter verkondiging dat de ruimtemijnbouw is toegestaan. Verschillende staten hebben ook al nationale wetgeving aangenomen die ruimtemijnbouw faciliteert. De VS en Luxemburg zijn de koplopers en ook de Verenigde Arabische Emiraten en Japan hebben wetten ontwikkeld voor de ruimtemijnbouw. In december 2020 kocht NASA zelfs al toekomstige maanstenen van private ruimtemijnbouwers. Kortom, het startsein voor de ruimtemijnbouw-race is gegeven.

Permanente bewoning dichtbij

Terwijl Nederland en het merendeel van de wereld pas op de plaats maakt, sprinten enkele landen vooruit. Aan de ene kant is dit fantastisch. De ruimtemijnbouw kan de mensheid vele voordelen brengen. Permanente bewoning in de ruimte komt dan opeens heel dichtbij. En wat dacht je van de talloze mogelijkheden voor ruimtemineralen.

Aan de andere kant zijn er ook grote risico’s. Bijvoorbeeld, een asteroïde zou ter aarde kunnen storten of het getij zou kunnen veranderen. En is de ruimtemijnbouw wel zo rechtvaardig? Elk land opereert nu voor zich, waardoor het recht van de sterkste zal regeren. Het gevolg: landen die niet meedoen, lopen de ruimterijkdommen mis. Terwijl volgens het Ruimteverdrag hemellichamen juist dienen te worden gebruikt in het belang van alle staten, ongeacht hun niveau van economische of wetenschappelijke ontwikkeling.

Lees ook: Diepzeemijnbouw kan een grote fout betekenen

Het is daarom de hoogste tijd voor een intergouvernementele toezichthouder. Gelukkig is er een uitstekend voorbeeld: de Internationale Zeebodem Autoriteit van de VN. Net als de Internationale Zeebodem Autoriteit, zou een internationale ruimte-autoriteit kunnen toezien op mijnbouwvergunning, nadere regelgeving kunnen invoeren en voor de (milieu)belangen van het gebied kunnen opkomen. In navolging van het mijnbouwregime voor de diepzeebodem, zou deze internationale ruimte autoriteit een batenverdelingssysteem kunnen creëren, zodat ook de armste landen mee profiteren van de ruimtemijnbouw.

De internationale politieke wil ontbreekt echter. Eerdere voorstellen om een VN-werkgroep voor de ruimtemijnbouw in te stellen haalden het niet. Dit jaar vergadert een speciaal VN-comité wel nog over verschillende juridische modellen voor de ruimtemijnbouw. In deze vergadering moet Nederland van zich laten horen. Nederland heeft als partij bij het Maanverdrag (1979) toegezegd een internationaal regime voor ruimtemijnbouw op te zetten. Nu is de tijd om deze belofte waar te maken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.