Opinie

Af en aan

Ellen Deckwitz

Afgelopen vrijdagochtend ontwaakte ik voor de wekker en dacht aan de dag die voor me lag: tjokvol afspraken en zaken die echt niet langer konden worden uitgesteld. Ter verdoving pakte ik de telefoon voor wat caviafilmpjes en zag toen dat ik een berichtje had van mijn geliefde, dat hij ’s nachts om kwart voor drie had gestuurd.

Anderhalf uur later zaten we op de spoedeisende afdeling van het BovenIJ-ziekenhuis. Wat hij om kwart voor drie nog aanzag voor een salmonellavergiftiging en vier uur later voor het afsterven van zijn romp, bleek uiteindelijk een acute blindedarmontsteking. Bloed werd afgetapt, pijnstillers geïnjecteerd, scorelijsten ingevuld, vergaderingen afgezegd en familie gebeld. De geliefde onderging het allemaal rustig, maakte grapjes tijdens de intake, keek belangstellend toe toen er een infuusnaald centimeters diep in zijn arm werd gedrukt, terwijl ik de verpleegkundige uithoorde. Kon hij wel geopereerd? Was er genoeg plek? En die overvolle IC’s dan?

Het is druk, glimlachte ze, maar we kunnen zijn operatie tussendoor doen, de foto en ontstekingswaarden zagen er goed uit.

Hij werd weggereden, ik mocht niet mee, zwaaide hem uit.

Buiten liep ik langs een clubje hoogbejaarden dat in badjas van de onverwachte februarizon genoot. Hun mondkapjes wiegden aan hun infuusrekjes. Eentje zei dat ze zich nog eens moesten insmeren met zonnebrand omdat je anders rimpels kreeg.

Nergens angst, nergens stress.

Wat een geluk, dacht ik, dat de gezondheidszorg in ons land ondanks die hele pandemie nog steeds functioneert. De vraag is of de aankomende versoepelingen de komende weken geen roet in het eten gaan gooien. Deskundigen vrezen het ergste. Ik probeerde er maar niet aan te denken aan wat er was gebeurd als de geliefde ziek was geworden wanneer er geen plek meer was in het ziekenhuis. Het was sowieso bizar om te bedenken dat dit in twaalf uur allemaal was gebeurd: ziek worden, opname, onder het mes. Er kwamen wat regels uit het gedicht ‘Aubade’ langs, van Philip Larkin, waarin hij schreef over hoe iedereen ooit zal sterven, en hoe dokters, als postbodes, langs de deuren gaan. Om maar te zeggen: de dood is, net als post, deel van het leven. Ooit valt er wat bij jou op de mat. Het is dan maar de vraag of er ruimte is voor jouw ziekte of aandoening.

Om bij de metro te komen moest ik een brug over, waarvandaan je het gehele ziekenhuis kon overzien.

Ambulances reden af en aan, als zwaluwen van en naar een nest.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.