Necrologie

Peter Raedts was mediëvist die af wilde van de middeleeuwen

Peter Raedts (1948-2021) Peter Raedts prikte door de mythe van de idyllische middeleeuwen. Raedts was een geliefd docent, bevlogen historicus en begeesterd door het katholieke geloof.

Peter Raedts in de kloostertuin van de Utrechtse Domkerk, in 2013.
Peter Raedts in de kloostertuin van de Utrechtse Domkerk, in 2013. Foto Roger Cremers

Professor Peter Raedts was een gepassioneerde mediëvist die door zijn studenten op handen werd gedragen, en die buiten de universiteit juist bekend werd omdat hij de middeleeuwen relativeerde. Afgelopen zaterdag overleed Raedts aan de gevolgen van een val. Hij is 72 jaar geworden.

Zijn baanbrekende boek De ontdekking van de middeleeuwen uit 2011 was een schok voor liefhebbers van de middeleeuwen. Het moderne beeld van de middeleeuwen, met zijn dorpen, steden en kastelen, verbonden in agrarische tijdloosheid en organische sociale structuren, bleek onmiskenbaar een uitvinding van de negentiende-eeuwse romantiek. ‘De middeleeuwen’ als samenhangend idee was geproduceerd door een industriële heimwee naar een tijd die nooit bestaan had. Het was de omkering van een ouder al even misleidend beeld uit de Renaissance, van de middeleeuwen als een barbaarse tijd vol bijgeloof. Zoals Raedts zelf zei in een interview in NRC: „Die gemeenschapsidee is pure mythe. Maar je moet die idylle zien tegen de achtergrond van de negentiende-eeuwse samenleving, die in veel opzichten afschuwelijk was.”

Toen Raedts opgroeide als kind in het katholieke Heerlen werd hij al gegrepen door de middeleeuwen. De vroegmiddeleeuwse Dom van Aken was daar om de hoek, vertelde hij in 2013 bij zijn afscheid als hoogleraar middeleeuwse geschiedenis in Nijmegen in het blad Vox. Als je in die Karolingische kerk stond, kon je je werkelijk terugwanen in de middeleeuwen, vertelde zijn vader altijd. Maar zo was het natuurlijk niet. Want alles verandert en veel van wat lijkt te blijven is een illusie. In de inleiding van zijn boek vertelt Raedts hoe hij in de jaren zeventig in Oxford ging promoveren bij mediëvist Richard Southern. Hij was opgewonden: hij zou gaan werken in dezelfde gebouwen als de middeleeuwse filosofen Duns Scotus en William van Ockham! Het bleek anders te liggen, schrijft Raedts, want na een tijdje zei een vriend terloops dat al die indrukwekkende gebouwen uit de negentiende eeuw stammen. Geen gotiek, maar néo-gotiek. Raedts vond dat we de middeleeuwen zelfs maar beter konden afschaffen, als periode. Want is het eerste, ‘Karolingische’ deel, tussen 500 en 1000, niet veel beter te begrijpen als uitloper van de Romeinse oudheid? En het tweede deel, vanaf 1000, past echt veel beter in de lange groei naar moderniteit tot aan 1789, het jaar van de Franse revolutie waarin het ‘oermiddeleeuwse’ Ancien Régime pas definitief wordt afgebroken en een andere, industriële tijd begint.

Raedts grossierde in dit soort grote grepen, waarbij hij nooit het goed gekozen detail vergat. Dat maakte hem tot een geliefd docent. „Prof. Raedts kon fantastisch spreken over de middeleeuwen”, schrijft deze week een van zijn treurende studenten op Twitter. „Ik denk soms nog aan zijn analyses – zoals dat de gemiddelde (agrarische) persoon in 1200 - 1800 eenzelfde soort leven had. Mind was blown.”

Limburgs en Oxford-Engels

Raedts kon in gesprekken en in zijn colleges met humor en met Limburgse tongval vrijwel alles in de geschiedenis met elkaar in verband brengen. Extra verrassing was dat hij Engelse citaten uitsprak in zuiver Oxford-Engels – geen gewone zaak in de Nederlandse academie. Zoals een andere oud-student op twitter uitdrukt: „Na een college van Peter Raedts verlieten we altijd monter en gemotiveerd de collegezaal. Dan wisten we weer waarom we geschiedenis waren gaan studeren.” Na zijn afscheidcollege als hoogleraar in Nijmegen in 2013 klonk een lang applaus waarmee zijn studenten in de zaal hem dankten.

P.G.J.M. Raedts werd in 1948 geboren als enig kind in een rijke mijningenieursfamilie in Heerlen. Met plezier kon hij vragen of je wel eens in de grote villa was geweest die het hoofdkwartier was geworden van de Open Universiteit in Heerlen. Als kind was hij daar vaak geweest, zei hij dan, „daar woonde mijn oom”. En niet alleen door de grote invloed van de katholieke kerk leek in zijn jeugd het verleden dichtbij. Raedts vertelde eens dat hij als jongen van een bejaarde oud-tante hoorde hoe haar oma haar ooit verteld had hoe zij als kind had gezien hoe de Franse troepen in 1813 Amsterdam hadden verlaten. „In twee stappen was ik terug bij Napoleon!” Begeesterd door het katholieke geloof trad Raedts op zijn achttiende in bij de jezuïetenorde, de intellectuele voorhoede van de kerk. Enigszins tot schrik van zijn ouders, want die waren, zoals Raedts zelf zei, „wel heel katholiek, maar niet erg rooms.”

Moeite met kerkelijke moraal

Als jonge jezuïet studeerde hij theologie in Amsterdam en geschiedenis in Utrecht. Na zijn promotie in Oxford, over de dertiende-eeuwse filosoof Richard Rufus van Cornwall, werkte Raedts vanaf 1984 als docent kerkgeschiedenis aan de Katholieke Theologische Hogeschool Utrecht. Raedts onderhield ook goede contacten met het Utrechtse Instituut voor Geschiedenis, waaruit hij diverse student-assistenten wierf, zoals de latere EO-directeur en bestuursvoorzitter van de NPO Henk Hagoort en ook de schrijver van deze necrologie. Later stapte Raedts over naar de Universiteit Leiden. In 1994 werd hij hoogleraar middeleeuwse geschiedenis in Nijmegen. Eind jaren negentig trad hij uit de jezuïetenorde. In het afscheidsinterview in universiteitsblad Vox zei hij daarover: „Ik kreeg steeds meer moeite met de moraal, de dogma’s van de kerk. Als het ging om zoiets als geboortebeperking, homoseksualiteit, de maagdelijke geboorte van Christus, week wat ik geloofde steeds vaker af van wat ik verondersteld werd te geloven. Daarbij was ik met mijn vijftig jaar de jongste van de groep en ik werd nog steeds behandeld als veelbelovende jongeman. Terwijl ik inmiddels hoogleraar was!”

Zelf is Raedts zich altijd als katholiek blijven beschouwen. Na zijn pensionering gaf hij gastcolleges en werd hij tot zijn grote vreugde een soort ‘consulting detective’ bij het Museum Catharijneconvent voor religieuze kunst in zijn woonplaats Utrecht. „Als ze iets willen weten over geschiedenis, vragen ze me dat en dat zoek ik dan uit. Heerlijk.”

Correctie (3 maart 2021): aanvankelijk werd in dit stuk Henk Hagoort opgevoerd als NOS-directeur. Dat is onjuist: hij was bestuursvoorzitter van de NPO.

Lees ook deze interviews met Peter Raedts: De mythische gedaanten van de Middeleeuwen (2011) en
‘De pauskerk is van de 20ste eeuw’ (2013). Recensie van De ontdekking van de middeleeuwen: De Middeleeuwen: echt, eigen, en o zo gezellig (2011)