CPB: partijen schuiven lasten door naar de toekomst

Doorrekening Zorg, onderwijs en de burger gaan er de komende jaren op vooruit. Dat blijkt uit doorrekening van tien verkiezingsprogramma’s.

Medewerkers plaatsen een verkiezingsbord voor de Tweede Kamerverkiezingen op het Buitenhof.
Medewerkers plaatsen een verkiezingsbord voor de Tweede Kamerverkiezingen op het Buitenhof. Foto Remko de Waal/ANP

Hogere overheidsuitgaven in de komende kabinetsperiode, vooral in de zorg en het onderwijs, een lichte koopkrachtverbetering en doorschuiven van de financiële lasten naar toekomstige generaties. Dat zijn opvallende overeenkomsten in de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s door het Centraal Planbureau (CPB), die maandagochtend is gepubliceerd.

Het expansieve begrotingsbeleid – extra investeringen om de economie aan te jagen – leidt bij vrijwel alle partijen tot een verslechtering van de overheidsfinanciën in 2025. Dat uit zich met name in een hoger begrotingstekort.

Van de 37 partijen die over twee weken meedoen met de Tweede Kamerverkiezingen, lieten er tien hun programma op macro-economische effecten doorrekenen. Van de huidige Tweede Kamerfracties hebben PVV, Partij voor de Dieren en Forum voor Democratie hun plannen niet bij het CPB laten toetsen.

Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kwam maandag met een doorrekening van de verkiezingsprogramma’s, op de effecten op milieu, en klimaat. Aan die toets deden maar zes partijen mee.

Het CPB benadrukt dat de doorrekening van de individuele programma’s vooral van relatieve waarde is. Het gaat volgens CPB-directeur Pieter Hasekamp vooral om „de onderlinge vergelijking van partijen, niet om de precieze uitkomsten voor een enkele partij”. Daarbij wijst hij erop dat de huidige economische omstandigheden – een diepe recessie door de coronacrisis – de economische ontwikkeling „zeer onzeker” maakt en daarmee ook de macro-economische effecten van alle maatregelen die de partijen voorstellen.

Los van de overeenkomsten zijn er onderling grote verschillen in de mate waarin partijen de overheidsfinanciën willen laten oplopen en de lasten willen (her)verdelen. Zo wil de SP 14,6 miljard extra in de zorg steken, onder meer via afschaffing van de zorgtoeslag en een structurele verhoging van de salarissen. Bij de VVD blijven de uitgaven in de gezondheidszorg ongewijzigd.

Op D66 en VVD na stijgen bij alle partijen de lasten in de komende regeerperiode. Daarbij kiezen de linkse partijen vooral voor lastenverzwaring voor het bedrijfsleven: de PvdA met bijna 42 miljard euro. Aan gezinnen beloven de meeste partijen juist lastenverlichting. D66 is daarin het ruimhartigst, met ruim 20 miljard euro.

Lees ook:Wie zorgt voor meeste welvaart en voor het beste klimaat

In het doorrekenrapport van het Planbureau voor de Leefomgeving blijken GroenLinks en D66 het meest ambiteus met klimaatmaatregelen. Hun plannen leiden in 2030 tot een vermindering van CO2-uitstoot met zo’n 60 procent, ten opzichte van vergelijkingsjaar 1990. Hekkensluiter op dit vlak is het CDA met een reductie van 46 procent, lager dan de doelstelling van het vorig jaar gesloten Klimaatakkoord (49 procent). De VVD heeft haar berekeningen op het gebied van klimaat, wonen en verkeer niet bij het PBL ingediend, omdat de grootste regeringspartij uitgaat van het beleid uit het Klimaatakkoord, dat al door dit bureau is geanalyseerd.