Reportage

Marktverkopers in Jakarta moeten kiezen tussen boete of ongewenste prik

Indonesië In Indonesië is vaccineren verplicht. Op weigering staat in Jakarta een boete van 300 euro. De overheidsdwang wakkert het wantrouwen jegens het Chinese vaccin verder aan.

Inwoners van Jakarta wachten op hun vaccinatie met het Chinese vaccin Sinovac in de Tanah Abang textielmarkt, 17 februari.
Inwoners van Jakarta wachten op hun vaccinatie met het Chinese vaccin Sinovac in de Tanah Abang textielmarkt, 17 februari. Foto Ajeng Dinar Ulfiana/Reuters

Op de textielmarkt van Tanah Abang, de grootste van Jakarta, heeft een deel van de verkopers de eerste prik tegen het coronavirus al gekregen. Zij snappen niet waarom je het niet zou doen. „Het is gratis en de overheid wil ons beschermen”, zegt een jongen die in de centrale hal horloges verkoopt. Hij weet zeker dat iedereen op de markt zich gaat laten vaccineren.

Maar een verdieping of twee lager, waar de paspoppen mondkapjes dragen van dezelfde stof als hun jurk, kennen ze juist veel mensen die twijfelen. Mensen die de overheid niet vertrouwen en het vaccin uit China dat ze hier gebruiken al helemaal niet. De jonge verkoopster Widia bijvoorbeeld, ze bestiert een kraampje met glitterjurken, heeft allerlei spookverhalen gehoord. „Na de vaccinatie schijnen veel mensen juist corona te krijgen. Dan krijgen ze ineens koorts. Ik ben bang dat we gemanipuleerd worden.”

Dergelijke twijfel leeft breed onder Indonesiërs. Het is een van de redenen om het vaccineren zelfs officieel verplicht te stellen. De regering heeft een decreet uitgevaardigd zodat lagere overheden boetes kunnen instellen en sociale hulp kunnen intrekken als burgers het coronavaccin weigeren. Dat verplichte vaccinatieprogramma is „de effectiefste manier om het aantal besmettingen te verminderen”, zei vicepresident Ma’ruf Amin.

Boete van 300 euro

Hoofdstad Jakarta, waar een groot deel van de besmettingen plaatsvindt, heeft een boete van 5 miljoen roepia ingesteld op het weigeren van vaccinatie. Dat is omgerekend zo’n 300 euro, een maandsalaris voor veel inwoners. Maar voorlopig lijkt het een symbolische maatregel – zoals dat hier voor wel meer regels geldt.

Gouverneur Anies Baswedan zei in reactie op de ophef over de boete dat er op het moment toch veel meer gegadigden voor vaccins zijn dan er werkelijk vaccins beschikbaar zijn. Indonesië heeft nu 38 miljoen vaccins van de Chinese fabrikant Sinovac binnen en wil in een jaar tijd 181 miljoen van de 270 miljoen inwoners vaccineren. De teller dinsdag: bijna 1,9 miljoen Indonesiërs hebben hun eerste prik gekregen.

Of die boete wordt gehandhaafd of niet, de aankondiging alleen al zorgt voor verwarring en nog grotere achterdocht over het inenten. Verkoopster Amalia Malik van de kraam ‘Jannah Kebaya’ zegt dat ze het vaccin niet wil. Maar als die boete ervan komt, „zal ik wel moeten, want het is veel geld”. Malik heeft gelezen over een politicus die liever de boete betaalt dan dat ze zich laat vaccineren. „Als zo iemand die het kan weten dat zegt, waarom zou ik dan wel een vaccin nemen? Het maakt me onzeker.”

De weigering van die parlementariër Ribka Tjiptaning ging viral rond de start van de vaccinatiecampagne in januari. Tjiptaning noemde het vaccin „troep” die de Chinezen zelf niet eens zouden gebruiken. „En als al mijn kinderen en kleinkinderen die boete van 5 miljoen roepia krijgen, verkoop ik mijn auto wel”, zei ze.

Per groepje van tien

Op de achtste verdieping van de markt in Tanah Abang zijn intussen de vaccinaties in volle gang. Lange rijen stoelen, keurig op afstand van elkaar, per groepje van tien schuiven de wachtenden naar voren. In het begin waren ze vanwege alle negatieve verhalen over de lage animo bang dat er niemand zou komen, vertelt Marleni Desnita. Ze houdt toezicht namens het ministerie van Volksgezondheid. „Maar een paar dagen geleden hebben we de boel moeten stilleggen omdat het veel te druk was. Nu hebben we extra dagen toegevoegd om iedereen aan de beurt te laten komen.”

Die boete, daar hebben ze het nooit over, zegt Marleni Desnita ook, „die moet je niet als rigide verplichting zien”. Ze proberen vooral om alle onzinverhalen over de vaccins uit de wereld te helpen. De meeste gaan volgens haar over de vraag of het vaccin halal is of niet, relevant voor een bevolking van wie het overgrote deel islamitisch is. „Dus voorlichting is echt belangrijk. We vertellen het publiek dat dit vaccin niet anders is dan andere vaccins.”

Apendeeltjes in vaccin

De raad van moslimgeleerden MUI verklaarde het vaccin veilig en halal voor moslims. Maar online gaan verhalen rond dat die MUI is omgekocht, of dat er deeltjes van apen in het vaccin verwerkt zouden zitten. Volgens een groot onderzoek naar de acceptatie van vaccinaties in Indonesië van de Wereldgezondheidsorganisatie speelt de vraag of het vaccin halal is overigens een beperkte rol bij het wantrouwen: 8 procent van de ondervraagden noemt religie als belangrijkste zorg. Groter zijn de groepen die zich zorgen maken over de veiligheid van het vaccin (30 procent) en de effectiviteit ervan (20 procent).

Ook voor jurkenverkoopster Widia geldt dat ze het vaccin zou nemen, als het stadsbestuur van Jakarta het boetebeleid zou handhaven. „Of ik het nou leuk vind of niet. Waar moet ik dat geld vandaan halen? Al denk ik niet dat ze echt boetes gaan uitdelen, veel Indonesiërs kunnen dat helemaal niet betalen.” En haar wantrouwen is breder dan alleen verdenkingen van gesjoemel met vaccins. Ja, ze gelooft dat het virus bestaat, haar buren hebben het gekregen en die hadden de voorspelde symptomen. „Maar het virus is gemaakt door mensen die er op een of andere manier van willen profiteren.”