De man die initieerde dat de hashtag #klaarmetRutte de week domineerde

Deze week: hoe de kennis over online beïnvloeding van de verkiezingscampagne toeneemt.

Ofwel: de man die deze week begon met de hashtag #klaarmetRutte.

Het is driekwart jaar geleden dat ik Robert van der Noordaa (47) ontmoette, in de lunchroom van een Haags hotel. Een onderkoelde man, soms afwezig, met een ongebruikelijk veelzijdige CV: techneut, speurder, softwarebouwer, avonturier.

Je wist dat zijn Haagse invloed ging groeien.

Hij had milieutechniek in Delft en milieuhygiëne in Wageningen gestudeerd, hij had Russisch gedaan en een opleiding journalistiek. Hij bouwde voor ingenieursbureaus overal ter wereld fabrieken (veel in Rusland en Oekraïne), was journalist, en hij ontwikkelde zich tot ’s lands beste speurder naar online beïnvloeding van de politiek.

Destijds, mei 2020, vroeg ik partijen en ministeries hoe men zich hiertegen wapende. In de VS was consternatie over de zogenoemde informatiebom: de introductie van een niet-bestaand schandaal – #Obamagate – dat Trump en zijn aanhang dagen trending maakten op Facebook, Instagram en Twitter.

Een nieuwe illustratie dat je ‘alternatieve feiten’ via sociale media kon verbuigen tot politieke feiten.

En in Den Haag hoorde je dat Robert van der Noordaa kon bijdragen aan een oplossing. Eerder had hij als journalist op dit gebied zijn sporen verdiend. Bij de Volkskrant onthulde hij (met Mark Miserus) in 2018 hoe de zanger Dotan zichzelf met een trollenleger uitvergrootte. Bij De Groene liet hij (met Coen van de Ven) zien dat de grootste Russische desinformatiecampagne ooit daags na MH17 begon: toen de bekende trollenfabriek uit Sint Petersburg in 65.000 tweets Oekraïne aanwees als dader. Begin 2020 toonde hij op Twitter aan dat de beruchte ‘Marokkanen-tweet’ van Baudet niet kón kloppen.

En nu, vertelde hij me in mei vorig jaar, was hij inderdaad in gesprek met de overheid om online beïnvloeding en manipulatie in beeld te brengen. Met een tweede ict-expert begon hij het „onderzoeksjournalistieke softwarebedrijf” Trollrensics, dat software ontwikkelde om trollenlegers en campagnes op sociale media te traceren en onderzoeken.

Kostte het online deel van het Dotan-onderzoek hem destijds maanden, „nu doe ik dat met mijn software in een paar uurtjes”.

Dus ik keek er niet van op toen minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) de Kamer in januari schreef dat Van der Noordaas bedrijf mede wordt gebruikt om mogelijke online desinformatie in de campagne in kaart te brengen. Daarbij neemt zijn bedrijf ook deel aan de zogenoemde Kieskijker, een particulier initiatief dat onder meer waakt voor „technologische bedreiging” van de democratie.

En nu de campagne in de slotweken komt, met een veelheid aan televisiedebatten, breekt ook de periode aan waarin de vraag rijst wie het online opinieklimaat proberen te beïnvloeden.

Zo kwam het dat ik Van der Noordaa deze week appte. Vanaf maandag werd de hashtag #klaarmetRutte trending op Twitter, en dit liep de hele week door. Er kwamen varianten bij – #klaarmetKaag, #klaarmetRIVM, #klaarmetRutte3. Vrijdagochtend was #klaarmetRutte nog steeds trending en de meest gebruikte hashtag in de voorgaande 48 uur.

Dus ik vroeg Van der Noordaa: kun jij achterhalen hoe dit is ontstaan?

En inderdaad: hij was er in een paar uurtjes uit. Het was allemaal begonnen met een man geheten Jan Gajentaan, een oud-VVD’er met weerzin tegen de EU, ‘de massa-immigratie’ en ‘de klimaatwaanzin’. Hij twitterde maandagochtend vlak voor 10.00 uur dat hij „helemáál klaar met Rutte” was.

Joop Verbruggen, een ‘MKB-adviseur’ c.q. ‘financieringsspecialist’, reageerde: „Kunnen we dat trending maken. #klaarmetRutte.”

De hashtag werd hierna trending, zag Van der Noordaa, en dinsdagavond, vanaf 19.11 uur, ging hij door het dak.

Een minuutje eerder zei premier Rutte in de coronapersconferentie dat hij „met elke Nederlander persoonlijk” de afspraak maakte dat ze de regels zouden naleven. PVV-voorman Wilders postte een afwijzende reactie („We spreken helemaal niks met je af Rutte”) – en gebruikte nu ook #klaarmetRutte. Hij plaatste dit eveneens op Facebook, PVV’ers deden mee.

„De ad hoc gestarte campagne werd zo alsnog een georganiseerde actie”, zei Van der Noordaa.

Hij beaamde dat hier geen sprake was van desinformatie. Het leek, zei hij, meer op de methode van de informatiebom – een al circulerend begrip dat door politici met veel volgers wordt gekopieerd en uitvergroot.

Ik belde met Jan Gajentaan, de aanstichter, die mijn vragen kalm beantwoordde. Hij mag op Twitter graag „een beetje keten”, zei hij, en was verrast dat zijn maandagmorgenuitroep „zo groot” werd.

Dat Wilders de actie overnam paste eigenlijk niet in zijn straatje – hij is, vertelde Gajentaan, aanhanger van Joost Eerdmans’ JA21. Weliswaar stemde hij in 2017 PVV maar „ik verwerp het islam-standpunt van Wilders”. Later was hij even FVD-lid maar haakte snel af toen Baudet zich „na zijn boreale rede” profileerde als ‘ultraconservatief’. „Ik blijf een liberaal.”

Maar bovenal heeft hij een hekel aan Rutte. In 2006 was hij nog VVD-lid maar door Rutte schoof de partij inzake EU, migratie en klimaat „veel te ver” naar het midden. De premier doet uit machtsbehoud principiële concessies die „de oude VVD” had verworpen. In het rechtse online tijdschrift OpinieZ hekelde hij deze week Ruttes corona-aanpak en noemde hem „een aartsmanipulator”.

Evengoed beaamde Gajentaan ook dat de peilingen deze week geen nationale afkeer van de premier suggereerden. Hij zei: „Misschien zitten gezagsgetrouwe mensen toch wat minder op Twitter.”

Volgens Van der Noordaa is vooral daar „de tegencultuur van rechts en extreemrechts” actief.

Overigens legde Kieskijker de laatste maanden ook talrijke andere online-campagnes bloot. Het verzet tegen de avondklok werd mede gevoed door „fake politica’s”. Volgens Kieskijker verspreidden „tachtig à negentig beweginkjes” Covid-19-desinformatie – antivaxxers, ontkenners (‘griepje’) en „extreemrechts”. Buitenlandse inmenging zag men deze maand nog toen „prominente leden van Erdogans AK-partij” de (bijna goed gespelde) hashtag #TerroristGeertWilders uitvergrootten.

Dit laatste raakt aan een structureel probleem, zei Van der Noordaa: Nederlanders onderschatten hoezeer hun land doelwit is van buitenlandse desinformatie, vooral van Rusland. „Ik heb een keer de Russische activiteit in Nederland vergeleken met die in België: Nederland steekt er met kop en schouders bovenuit.”

Van der Noordaa geeft voor de NAVO trainingen over desinformatie aan journalisten uit bijvoorbeeld Oekraïne en de Baltische staten. „Daar hebben ze het wél door.” Ook gemeenten maken nu gebruik van zijn software, zodat ze kunnen meekijken hoe online propaganda zich verspreidt om mogelijke demonstraties vooraf in te schatten.

Het roept evengoed de vraag op of hij, ook actief als journalist, die laatste rol onafhankelijk kan blijven vervullen. Hij ziet het probleem niet. Er is geen principieel verschil als hij een trollenleger voor een burgemeester of een krant analyseert, zei hij. „Of ik het publiceer of aan de overheid presenteer – ik zal me altijd alleen baseren op de feiten.”

Het ondoorzichtige van online activisme blijft dat de invloed ervan moeilijk in te schatten is. Wat dit betreft plukte Van der Noordaa deze week interessante berichtjes uit zijn database: QAnon-achtige aankondigingen van een demonstratie, zondag in Amsterdam, met onder meer de hashtag #klaarmetRutte.

Het leek me een nuttige testcase voor de vraag hoe de online opwinding van deze week zich verhoudt tot de werkelijkheid van de straat.