Kamer ziet een Oeigoerse genocide, maar bewezen is die nog niet

Genocide De Tweede Kamer noemt de behandeling van de Oeigoeren door China genocide. Waarom gaan de meeste westerse regeringen niet zo ver?

Oeigoeren riepen begin deze maand in Washington president Biden op om druk uit te oefenen op China inzake de Oeigoerse kwestie.
Oeigoeren riepen begin deze maand in Washington president Biden op om druk uit te oefenen op China inzake de Oeigoerse kwestie. Foto Alex Edelman/AFP

Gedwongen geboortebeperking, gedwongen abortus, gedwongen sterilisatie. Systematische verkrachting en mishandeling. Gevangenen van wie nooit meer iets wordt vernomen. Kinderen die worden weggehaald bij hun ouders. Een martelende kampbewaker die tegen een slachtoffer zegt: „Je ziet er niet uit als een mens.”

De eerste berichten dat China op grote schaal leden van de Oeigoerse moslimminderheid in de regio Xinjiang opsluit in kampen zijn vier jaar oud. De verhalen over wat daar binnen gebeurt, gaan sindsdien van kwaad tot erger. Eerst ging het vooral over gedwongen ‘heropvoeding’, toen kwamen er meldingen van dwangarbeid, de laatste weken domineren verklaringen over bruut seksueel geweld tegen vrouwen.

Westerse regeringen voelen de druk toenemen om zich uit te spreken over de vraag: is dit genocide? Het is een vraag die ze graag vermijden. Niet alleen vanwege de confrontatie met China die – in geval van een bevestigend antwoord – vrijwel zeker volgt. Ook omdat actie moeilijk kan uitblijven. als een staat eenmaal vindt dat een andere staat zich schuldig maakt aan genocide, dat gezien wordt als de zwaarst mogelijke misdaad. En om te beginnen: het is gewoon heel moeilijk om te bepalen óf er sprake van genocide is.

De Tweede Kamer twijfelt niet meer. Donderdag steunde een ruime meerderheid een motie van D66 waardoor de Kamer het eerste Europese parlement werd dat het woord genocide gebruikt voor de misdaden tegen de Oeigoeren. Dinsdag deed het Canadese parlement hetzelfde, met het onderscheid dat hier een onderzoek door een parlementaire commissie aan ten grondslag lag.

De Canadezen volgden weer de Verenigde Staten, tot nu toe het enige westerse land waarvan ook de regering van genocide spreekt. De Nederlandse en Canadese regeringen blijven daar vooralsnog verre van.

‘Industriële schaal’

De behandeling van ruim 1 miljoen Oeigoeren, ook wel de omvangrijkste detentie van een etnische groep sinds de Tweede Wereldoorlog genoemd, is „zonder meer zeer zorgelijk”, zei minister Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) donderdag tegen de Kamer. Er vinden „ernstige mensenrechtenschendingen” plaats.

Maar de term genocide heeft „een enorme lading”, zei hij ook. Hij wil die pas gebruiken als de Verenigde Naties van mening zijn dat die van toepassing is, of als een internationaal gerechtshof zo heeft geoordeeld. In beide gevallen moet daar gedegen wetenschappelijk onderzoek aan voorafgaan, zegt hij.

De Canadese premier Trudeau sprak zich vergelijkbaar uit. En hoewel de misdaden volgens de Britse minister van Buitenlandse Zaken Raab „op industriële schaal” plaatsvinden, blijft ook premier Johnson erbij dat het „aan de rechtbank is” om te beslissen of dit genocide is.

China reageerde donderdag in voorspelbare termen. De beschuldiging van genocide is volgens de ambassade in Den Haag „een regelrechte leugen” waarmee Nederland China „belastert” en „een hype” creëert in aanloop naar de verkiezingen. China’s verweer is steevast dat Oeigoeren in de kampen worden ‘gered’ van terroristische neigingen. De campagne in Xinjiang begon na enkele aanslagen van Oeigoeren op de Han-Chinese meerderheid.

Op een internationale gerechtelijke uitspraak rekent voorlopig niemand. Het Internationaal Strafhof verklaarde in december dat het geen rechtsmacht voor zichzelf ziet, aangezien de misdaden in China plaatsvinden en dat land niet is aangesloten bij het hof.

Bij het Internationaal Gerechtshof, dat geschillen tussen landen behandelt, is nog niemand een zaak tegen China begonnen. In theorie zou een staat of een coalitie van staten daar terecht kunnen: Gambia voert daar momenteel een zaak tegen Myanmar, wegens de aantijging van genocide op de Rohingya-minderheid.

Dan moet die staat wel kunnen aantonen dat China inderdaad het VN-genocideverdrag schendt, en die lat ligt hoog. Zo hoog, dat sommige juristen zich afvragen of de focus op genocide niet leidt tot blindstaren. Misdaden tegen de menselijkheid zijn ‘makkelijker’ te bewijzen en een uitspraak van die strekking hoeft niet minder gewicht te dragen.

Volgens het tijdschrift Foreign Policy hebben juristen van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken begin dit jaar geconcludeerd dat er te weinig bewijs is voor genocide. Dit terwijl hun minister, Antony Blinken, de term wel gebruikt.

Lees ook: Oeigoeren in Europese landen worden onder druk gezet door de Chinese overheid

Geen massamoord

Heel kort samengevat zijn er twee struikelblokken voor de conclusie dat China genocide pleegt. Het eerste obstakel is dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor massamoord. Er verdwijnen mensen, maar er zijn bijvoorbeeld geen massagraven bekend. Om deze reden vindt ook The Economist dat er in Xinjiang sprake is van misdaden tegen de menselijkheid, niet van volkerenmoord.

Het tweede obstakel is, zoals altijd bij de aantijging van genocide, het aantonen dat de misdaden bedoeld zijn om een groep – geheel of gedeeltelijk – te vernietigen. Een uit de hand gelopen conflict waarin een dergelijk vooropgezet plan ontbreekt, kan in theorie meer slachtoffers vergen dan genocide.

In het geval van Xinjiang zou het gaan om de vernietiging van de Oeigoeren als etnische groep. Hoewel het vrij duidelijk is dat China hen dwingt tot assimilatie, is er geen overheidsbevel bekend waarin staat dat de Oeigoeren fysiek moeten worden aangevallen met als doel hen als groep te breken of weg te vagen.

Voor beide obstakels zijn ook tegenargumenten aan te dragen. Massamoord is niet het enige middel om een groep te vernietigen, dat kan bijvoorbeeld ook door het voorkomen van geboortes. De gedwongen sterilisaties en het seksuele geweld in Xinjiang passen in dat beeld, zegt Beth van Schaak, hoogleraar aan Stanford.

De Britse juriste Alison MacDonald, die in opdracht van Oeigoerse organisaties een betoog schreef, concludeerde dat de vraag over genocidale intenties ook omgekeerd gesteld kan worden: hoe kunnen, in een centraal gestuurde staat als China, op deze schaal mensenrechtenschendingen plaatsvinden zónder dat dat de bedoeling van de regering is? Volgens haar kunnen president Xi Jinping en de lokale bestuurders Zhu Hailun en Chen Quanguo persoonlijk verantwoordelijk worden gehouden.

Terwijl deze discussie woedt, is de vraag wat overheden kunnen doen om het lot van de Oeigoeren te verbeteren. Een motie voor een boycot van de Olympische Winterspelen in 2022 haalde het in de Kamer niet. Ook was er geen overeenstemming om Nederlandse bedrijven te vragen hun banden met Xinjiang te verbreken. Minister Blok heeft eerder wel toegezegd de kwestie in EU-verband te zullen bespreken.

Lees ook: Oeigoerse vrouwen: systematisch verkracht in detentiekampen