Tomas Van Den Spiegel

Foto Wouter Van Vooren

Interview

‘Met gelijk prijzengeld doen we niets structureels voor het vrouwenwielrennen’

Tomas Van Den Spiegel Opnieuw wordt het Vlaamse wielervoorjaar, dat deze zaterdag begint met de Omloop Het Nieuwsblad, achter gesloten deuren gehouden. Het dwingt organisatoren als Tomas Van Den Spiegel, ceo van Flanders Classics, over de toekomst van de sport na te denken. „Dit kunnen we nog één keer doen.”

Het is bijna niet voor te stellen dat een jaar geleden, aan de vooravond van de 29ste februari, zesduizend man bijeen kwam om in de Gentse wielertempel ’t Kuipke te vieren dat na een lange winter de koers weer thuiskwam. Dat ze daar schouder aan schouder stonden in een matig geventileerde ruimte en dat anderhalve meter nog slechts een numeriek gegeven was, vrij van onheilspellende connotatie.

Aanwezigen speculeerden met de opwinding van scholieren op de drempel van de lente over wie de 75ste editie van Omloop Het Nieuwsblad zou gaan winnen en dachten aan weinig anders dan koers, hoewel er uit de Emiraten berichten binnensijpelden over positief geteste renners. Aan Sporza gaf Tomas Van Den Spiegel, ceo van organisator Flanders Classics, zijn eerste „corona-interview”, waarin hij zei te hopen dat het in de rest van de wereld zo’n vaart niet zou lopen.

Twee weken later werden al zijn wedstrijden van de kalender geveegd. Bij de hervatting van het seizoen, in augustus, was weinig nog hetzelfde. De volkssport vond plaats achter gesloten deuren; kasseienstroken en Ardennenhellingen bleven leeg, het wielrennen was ontdaan van festival en franje. Een hard gelag voor Flanders Classics, dat sinds 2018 met Van Den Spiegel juist in dat carnavaleske een verdienmodel vond.

Na een lange carrière als basketballer, waarin hij op het hoogste niveau uitkwam voor clubs in België, Italië, Rusland, Polen, Oekraïne, Spanje, stopte Van Den Spiegel in 2013 door een slepende voetblessure. Hij volgde managementopleidingen en werkte bij financiële instellingen met topsport als aandachtsgebied. In 2016 werd hij gekozen als voorzitter van de ULEB, de vakbond voor Europese basketbalclubs. In die hoedanigheid diende hij onlangs een klacht in bij de Europese Commissie tegen de Euroleague Commercial Assets (ECA), een private instelling die de hoogste Europese clubcompetitie organiseert, de EuroLeague. Het is het begin van een jarenlang juridisch steekspel met als inzet een eerlijker verdeling van tv-gelden in het Europese basketbal en gelijke kansen voor clubs uit de topcompetities. Het blijkt Van Den Spiegel ten voeten uit: een gedreven figuur met een sterk verantwoordelijkheidsgevoel.

Zonder feestvierende vips

Drie jaar geleden benoemde Wouter Vandenhaute, mediamagnaat en eigenaar van Flanders Classics, hem tot baas van zijn organisatie. Als man van buiten het wielrennen, maar met ervaring in de zakelijke kant van topsport, werd zijn taak de serie wielerwedstrijden in Vlaanderen beter in de markt te zetten. Dat ging goed, tot corona uitbrak. Zonder tenten vol feestvierende vips gingen per wedstrijd miljoenen verloren. Vanaf dat moment verschoof het accent naar overleven. En ook in 2021 zit er niets anders op. Het Vlaamse voorjaar zal nogmaals worden verreden zonder publiek.

„We panikeren niet, maar we kunnen dit nog maar één keer doen”, zegt Van Den Spiegel tijdens een video-interview. „Over 2022 wil ik niet nadenken. Een bedrijf kan niet overleven als alles alleen maar geld kost. Dit jaar nemen we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. De Omloop is een belangrijke dag voor iedereen in België, een ijkpunt. Dat mag je de mensen niet afnemen. Er is al zo weinig sport op tv. Maar op de lange termijn is dit niet verdedigbaar.”

Zijn hart bloedde, tijdens de finale van De Ronde vorig jaar, toen Mathieu van der Poel en Wout van Aert in een tweestrijd verwikkeld raakten die tot op de streep duurde. „Ik kon alleen maar denken: als je nu 40.000 mensen op de Kwaremont had staan, dan had je de mooiste editie ooit gehad. De jonge generatie renners rijdt altijd om te winnen.”

Ze zijn essentieel voor u in deze moeilijke tijden. Zij verkopen de sport door hun manier van koersen.

„Dat klopt. Maar we zitten niet alleen door Covid in een patstelling. Je kunt op dit moment bijna niet innoveren in het wielrennen. Dat komt door de monopoliepositie van de ASO [organisator van de Tour] en in mindere mate RCS [de Giro]. Zij profiteren als enige van de tv-inkomsten en bepalen de wedstrijdkalender. Daardoor zit je met een product dat geen duidelijkheid biedt aan de wielerfan. Bij Formule 1 en de wereldbeker skiën weet je waar je naar kijkt. In het voetbal ook: op dinsdag en woensdag zet je de tv aan voor de Champions League, op donderdag voor de Europa League. Maar bij het wielrennen is dat zelden duidelijk.”

Kunt u daar als bescheiden partij wat aan veranderen?

„Wij zijn de derde in de pikorde; te klein om daadwerkelijk iets te veranderen, maar groot genoeg om aan de onderhandelingstafel te zitten. Dus we agenderen: waar gaan we heen met de kalender, wat is het model om wielrennen mondiaal interessanter te maken? We zien onszelf als het geweten van de wielersport.”

En heeft dat resultaat?

„De licenties in de WorldTour [het hoogste niveau] liggen vast tot en met 2022. Dat is een sleutelmoment om dingen te veranderen. We moeten ons durven afvragen: is er nog plaats voor drie grote ronden die vier weekenden duren? Er ontstaat ruimte voor andere koersen als ze een weekend minder pakken. Daarnaast zouden we tot een duidelijk circuit wedstrijden moeten komen: de One Day Classics, bijvoorbeeld.”

Dan zult u de ASO bereid moeten vinden tv-gelden te delen.

„We hebben met ze gezeten. Onze visies zijn niet helemaal dezelfde. Ik snap dat ze een winstgevende activiteit willen beschermen. Het is aan ons om hen ervan te overtuigen dat ze geen risico nemen als ze de kalender zouden veranderen om de sport mondiaal groter te maken.”

Een van de groeimarkten in de sport is het vrouwenwielrennen. Eens?

„Zeker. De Scheldeprijs was onze enige wedstrijd die nog geen vrouwenequivalent had. Die stond gepland voor 2023, maar de eerste editie is dit jaar al.”

Lees ook: De lange weg naar gelijke salarissen voor vrouwen en mannen in het wielrennen

Waarom?

„Vrouwenwielrennen is voor ons nog niet rendabel. De koersen vinden plaats op dezelfde dag als de mannenwedstrijd. Daardoor creëer je geen extra sponsorwaarde, geen waarde in tv-rechten, geen extra inkomsten uit hospitality. Maar we wilden een statement maken, en wel zo snel mogelijk. We voelen steeds meer appetijt bij partijen die vrouwenwielrennen live willen uitzenden. Die interesse was er lang niet. We stelden de beelden vaak gratis ter beschikking. De volgende stap is dat er voor de rechten betaald wordt.”

Is die interesse meegegroeid met de aandacht voor diversiteit en vrouwenemancipatie in de maatschappij?

„Wij zijn er inderdaad mee begonnen vanuit die maatschappelijke rol, vinden het belangrijk om de vrouwensport groter te maken. Vrouwenwielrennen is een jonge sport die door een aantal vaandeldraagsters in Nederland op de kaart is gezet. Er gaat een punt komen waarop we kunnen spreken van een nieuw product. We hopen dat dat het geval is in 2023.”

De vrouwen finishen zaterdag voor het eerst na de mannen. Is daartoe besloten omwille van de zichtbaarheid?

„Ja. Dat deden we vorig jaar ook met De Ronde en toen keken 900.000 mensen. Dat werd de best bekeken vrouwenkoers ooit. Zaterdag voorzien we tijdens de mannenkoers in een livestream. Het laatste uur is live op tv. Het is innovatie om de vrouwen die prominente plek te geven.”

Toch is het verschil in prijzengeld nog altijd gigantisch: de winnaar krijgt 16.000 euro, de winnares 930.

„We snappen de opmerkingen die we daarover krijgen. Eigenlijk wil je die bedragen gelijktrekken. Maar dan mis je de andere kant van de medaille. De Omloop voor vrouwen maakt dit jaar deel uit van de Pro Series. Voor ons betekent dat een netto investering van 50.000 euro aan vergunningen en licenties. Het prijzengeld gelijktrekken kunnen we niet verantwoorden. Liever zorgen we ervoor dat de Scheldeprijs ook verreden kan worden door vrouwen. En dan nog: met meer prijzengeld zouden we telkens dezelfde, beste rensters belonen en niet structureel iets doen.”

In de parkeerkaarten voor journalisten zit iets seksistisch: die van de vrouwenkoers zijn roze, die van de mannen blauw. Wordt het niet tijd dat zulke kleine dingen ook veranderd worden?

„Die kleuren zijn tien jaar geleden in het leven geroepen. Toen werd daar nog op een andere manier naar gekeken. Ik denk dat geen renster hier aanstoot aan neemt, omdat ze weten dat wij een geëngageerde organisatie zijn. Veel vaker lig ik wakker van de veiligheid op ons parcours.”

Is die dan niet op orde?

„Meer dan dat. Veiligheid heeft onze prioriteit. Dat zijn we verplicht aan het peloton. Maar koersen organiseren is in de loop der jaren moeilijker geworden. Er is meer verkeer, de wegen zijn ingewikkelder ingericht. Je moet er alles aan blijven doen om het risico op ongelukken zo klein mogelijk te houden. Daarom stoor ik me mateloos aan koersdirecteuren die hun veiligheid niet op orde hebben en blijven volhouden dat ze het altijd zo hebben gedaan.”

Hebben de incidenten van vorig jaar ertoe bijgedragen dat we die discussie nu vaker voeren?

„Die hebben de situatie nijpender gemaakt. We moeten een tandje bijsteken. Vanaf dit jaar werken we met vaste chauffeurs. We introduceren ook een advanced car, die vijf minuten voor het peloton uit rijdt en dingen rechttrekt. Volgende aandachtspunt is de rechte lijn naar de finish. Waar het om gaat is dat wij faciliteren, en renners wereldsterren kunnen worden.”