Opinie

KNAW-rapport garandeert academische vrijheid helemaal niet

Onderwijsblog Het nieuwe KNAW-rapport is vaag over de ruimte voor vrije wetenschapsbeoefening, leest . Dat is funest voor de ideologische diversiteit op de universiteit.
Hoogleraren en studenten voeren protest tegen de bezuinigingen in het wetenschappelijk onderwijs, tijdens de opening van het academisch jaar.
Hoogleraren en studenten voeren protest tegen de bezuinigingen in het wetenschappelijk onderwijs, tijdens de opening van het academisch jaar. Foto Sem van der Wal / ANP

De academische vrijheid in Nederland blijft de gemoederen bezighouden. Dreigt er op universiteiten een ideologische ‘cancel culture’ waarin geen ruimte meer bestaat voor tegengeluid? Vorige week sprak de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) zich in een rapport opnieuw over dit thema uit. In 2018 was er al een briefadvies over academische vrijheid en nu is er een ‘begripsanalyse en richtsnoer’. Maar helaas toont de KNAW zich in dit debat onwetenschappelijk, en heeft het instituut zichzélf tot probleemfactor gemaakt.

Eerst ter herinnering dat briefadvies van 2018. Een Kamermotie vroeg de KNAW om een nadere beschouwing over zelfcensuur, waarheidsvinding en vrijheid in de Nederlandse wetenschap. Aanleiding waren anekdotische berichten over (links-)ideologische eenzijdigheid. De KNAW stelde de Kamer gerust: er waren „geen signalen” van een structurele beperking van vrijheid van wetenschapsbeoefening.

Probleem was dat de KNAW deze conclusie niet wetenschappelijk onderbouwde. Er werd geen definitie gegeven van ‘signalen’, noch stond er hoe men empirisch te werk was gegaan. Waarom deed de KNAW geen nader onderzoek? Het suggereert dat men te ongerust was over de uitkomst ervan.

Wetenschappelijke principes uitgehold

In een gezonde academische omgeving zou zo’n werkwijze op brede kritiek stuiten. Maar op een enkel dissonant geluid na gebeurde het tegendeel: een door 1597 academici ondertekende brief – die op zich begrijpelijke bezwaren uitte tegen een toespraak van Thierry Baudet – stelde ook dat er geen probleem is rond vrijheid en zelfcensuur. De enige onderbouwing betrof echter een verwijzing naar dat ongefundeerde KNAW-advies.

Het nieuwe rapport verergert dit probleem. De KNAW bouwt voort op het eerdere briefadvies, en is er zelfs complimenteus over. Tegelijkertijd belijdt men het wetenschappelijk belang van „transparantie, argumentatie en bewijsvoering”, en toelichting over hoe „resultaten zorgvuldig verkregen zijn”. Maar waarom geeft de KNAW op deze punten niet zelf het goede voorbeeld?

Het advies uit 2018 bevatte nog een probleem. Volgens het briefadvies behoren wetenschapsbeoefenaars „objectief” te zijn, en herhaaldelijk werd gesteld dat methoden en criteria zich uitsluitend moeten richten op „waarheidsvinding”. Onvermeld bleef dat deze principes door de invloed van postmoderne denkers in delen van onze academische wereld al decennialang zijn uitgehold.

Lees ook: Op universiteiten gaat het om waarheid, niet om diversiteit

De KNAW gaat op dit punt zelf niet vrijuit. Tot 2016 reikte het instituut jaarlijks de Prijs Academiehoogleraar uit van een miljoen euro onderzoeksubsidie. In 2015 viel nog een professor religiewetenschap in de prijzen – eveneens ontving ze de NWO-Spinozapremie van 2,5 miljoen – die in haar antropologische werk zegt niet uit te zijn op „de correcte representatie van de Ander”, noch „de Ander te willen representeren zoals hij of zij ‘werkelijk’ is”. Haar doel is de „intersubjectieve interculturele dialoog”. Wat de KNAW hier ondersteunt staat dus haaks op wat men tegen de politiek pretendeert te ondersteunen.

Eén van de potentiële bedreigingen voor academische vrijheid is een politiek die zich te veel met de inhoud van wetenschap bemoeit – de KNAW wijst hier terecht op. Maar op zijn beurt heeft de politiek wel het recht om correct geïnformeerd te worden over de bestemming van gemeenschapsgeld. Dat heeft de KNAW deels niet gedaan.

Voorland Amerika

Het nieuwe rapport doet nu iets opmerkelijks: de term objectiviteit is geruisloos verdwenen, en van waarheidsvinding maakt de KNAW zelf geen melding meer (alleen een tussenvakje citeert nog een UNESCO-verklaring over de vrijheid van wetenschappers „to pursue, expound and defend the scientific truth”). Heeft de KNAW objectiviteit en waarheidsvinding nu niet alleen verlaten in daad, maar ook in woord? En zo ja, wat is het nieuwe doel van wetenschap?

Het rapport gebruikt nu wel veelvuldig andere termen, zoals streven naar „diversiteit”, „inclusie” en een „veilige cultuur”. Dit klinkt onschuldig en wenselijk, maar hoeft dat niet te zijn. Want wat als een naar waarheid vorsende wetenschapper conclusies trekt die volgens collega’s niet bijdragen aan ‘diversiteit’ en ‘inclusie’? Uit het voorland Amerika blijkt dat deze idealen vaak samengaan met onverdraagzaamheid naar andersdenkenden.

Het briefadvies uit 2018 was in woord nog kraakhelder: waarheidsvinding gaat boven alles. De KNAW is nu onduidelijker. Het rapport stelt nog wel dat wetenschappers hun werk moeten kunnen doen, „ook als een uitkomst van onderzoek maatschappelijk of politiek onwelgevallig blijkt te zijn”. Maar vallen uitkomsten die mogelijk ongunstig zijn voor ‘diversiteit’ en ‘inclusie’ daar ook onder? Het is niet geruststellend dat de KNAW vermeldt dat onderzoekseenheden nu worden beoordeeld op hun ‘open, inclusieve en veilige cultuur’. Deze criteria zijn zodanig vaag en multi-interpretabel dat ze eenvoudig kunnen verworden tot instrument om onwelgevallige opvattingen en ideologische diversiteit te beknotten. Dit alleen al werkt zelfcensuur in de hand.

Vanuit de academische wereld klinkt een brede roep aan de politiek om meer geld. Per student is het onderwijsbudget geslonken, en in de dagelijkse praktijk staat veel academisch personeel het water aan de lippen – de KNAW wijst terecht op problemen rond werkdruk.

In dat licht zou het helpen als dit eerbiedwaardige instituut transparanter wordt naar de buitenwereld. Hoe trekt de KNAW precies conclusies? Wat is de bestemming van gemeenschapsgeld? En waar ligt het doel van wetenschap? Academisch onderzoek bestaat bij de gratie van meningenstrijd. Als wetenschappers niet meer voor hun opvattingen durven uitkomen komt wetenschap tot stilstand. Geen gek idee dus als de KNAW het thema van zelfcensuur toch eens écht gaat onderzoeken.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.