De economie draait slecht, maar waarom blijkt dat niet uit de cijfers?

Lockdown-onvrede Voor veel horeca-ondernemers en winkeliers is de maat vol: ze willen weer open omdat ze voor hun bestaan vrezen. Toch blijkt uit de cijfers nog niet dat het echt slecht met ze gaat. Hoe kan dat?

Een gesloten horecagelegenheid in Den Haag. Ten minste 65 lokale afdelingen van Koninklijke Horeca Nederland hebben opgeroepen aankomende dinsdag de terrassen te openen.
Een gesloten horecagelegenheid in Den Haag. Ten minste 65 lokale afdelingen van Koninklijke Horeca Nederland hebben opgeroepen aankomende dinsdag de terrassen te openen. Foto Robin van Lonkhuijsen

De rek is eruit. Niet alleen jongeren die door alle coronabeperkingen getroffen worden, zeiden het de laatste weken vaak. De woorden lijken nu ook op veel bedrijfstakken van toepassing. Café-eigenaren, winkeliers, sportschoolhouders, sekswerkers – wie dreigde er deze week eigenlijk niet met een opstand tegen Den Haag?

Lees ook: Horeca dreigt met opening van terrassen

Het begon met de horeca. Branchevereniging KHN liet maandag, bij gebrek aan perspectief, weten opening van cafés en restaurants te willen afdwingen via een bodemprocedure. Maar de dagvaarding ervoor was nog niet de deur uit, of een deel van de horeca-uitbaters besloot donderdag zelf dat het genoeg was geweest. Ten minste 65 lokale afdelingen van KHN riepen horeca-uitbaters op om aankomende dinsdag de terrassen te openen.

De ene na de andere sector overtoepte vervolgens met acties om via druk op het kabinet tot versoepelingen te komen. De sportscholen willen zaterdag als protest een openbare sportles geven. Honderden clubs zeggen daaraan mee te doen.

Dinsdag vragen de sekswerkers met een ‘peepshow op wielen’ aandacht voor hun situatie. Als enige contactberoep mogen zij vanaf komende week nog niet aan de slag. En dan is de detailhandel er nog. Branchevereniging INretail wil heropening van de winkels via de rechter afdwingen, zo liet het vrijdag weten. „Het is economisch onverantwoord om nog langer te wachten. Ook in het buitenland zijn de winkels weer open”, stelt INretail in een persbericht. Winkeliers in het Drentse Klazienaveen willen de rechtszaak niet afwachten en zeggen dinsdag de deuren weer volledig te gaan openen.

Horeca en detailhandel willen versoepeling juridisch afdwingen

Ook grote ketens morren. Zij hebben niet veel aan het aangekondigde ‘winkelen op afspraak’. Woonwinkel IKEA liet bijvoorbeeld al weten niet mee te doen; opengaan voor een paar klanten per uur is niet rendabel.

Wanhoop vanwege de aanhoudende restricties is bij veel ondernemers voelbaar. Ze schreeuwen om perspectief, omdat het einde van hun bedrijf dreigt.

Toch spreekt de nood lang niet uit alle cijfers. Ja, de omzet voor bedrijven in de detailhandel die geen voedsel verkopen, daalde in februari met ruim een derde ten opzichte van een jaar geleden. Dat meldde statistiekbureau CBS vrijdag.

Maar datzelfde CBS telde vorig jaar ook slechts 2.703 bedrijfsfaillissementen, historisch weinig. Het percentage bedrijfsbeëindigingen, waarbij de ondernemer er zelf voor kiest te stoppen, was volgens het economisch bureau van ING ongeveer gelijk aan dat van 2019. En vastgoedonderzoeker Locatus zag het aantal leegstaande winkelpanden nauwelijks oplopen. Het aantal ongebruikte vierkante meters aan winkeloppervlak liep zelfs terug.

Wie heeft er gelijk? Vertellen de cijfers een heel ander verhaal dan de boze ondernemers? Niet helemaal, stellen verschillende economen. De huidige crisis is een val in slow motion, die plaatsvindt onder atypische omstandigheden. Hoeveel bedrijven zullen struikelen, is afhankelijk van vele factoren.

Lees ook deze column van Floor Rusman: De lobby wint het van de routekaart

Minder inkomsten, minder kosten

Allereerst is het belangrijk om onderscheid te maken tussen twee belangrijke cijfers die iets zeggen over de gezondheid van een bedrijf: de liquiditeit en de solvabiliteit. De liquiditeit geeft aan hoeveel geld er op een bepaald moment in een onderneming aanwezig is. Een bedrijf dat voldoende liquide is, kan nú zijn rekeningen betalen. De solvabiliteit geeft de mate aan waarin een bedrijf op de lange termijn aan zijn verplichtingen kan voldoen, zoals het terugbetalen van een lening.

Wanneer een zaak van het ene op het andere moment sluit, vallen plots de inkomsten weg. Maar de rekeningen blijven komen. Kan iemand die op korte termijn niet betalen, dan dreigt een zaak om te vallen. Een ondernemer heeft immers personeel, betaalt vaak huur en heeft kredieten bij de bank.

Om te voorkomen dat de ondernemer snel onderuitgaat, heeft de overheid allerlei steunmaatregelen in het leven geroepen. Van de loonkostensubsidie (NOW) tot de tegemoetkoming in de vaste lasten (TVL). Veel ondernemers hebben zo kunnen overleven, niet zelden in combinatie met andere maatregelen: uitzendkrachten en flexibel personeel werden bedankt voor hun diensten, banken gaven uitstel van betaling. Ook de Belastingdienst gaf uitstel van betaling. Daardoor is tot nu toe voor 17 miljard euro aan belastingverplichtingen vooruitgeschoven.

Zo is het menig ondernemer gelukt om het hoofd boven water te houden. „Wat aan inkomsten wegviel, hebben bedrijven weten te compenseren door de kosten in vrijwel dezelfde mate terug te schroeven”, zegt Jan-Paul van de Kerke, econoom bij ABN Amro.

Lees ook: Wanhoop bij ondernemers bezorgt kabinet hoofdbrekens

Volgens hem slaagt echter niet iedereen erin om dat evenwicht te vinden. En dan gaat het wringen. „De ondernemers die je nu hoort, zijn de partijen waar de echte problemen zitten.”

Dat komt onder meer doordat de steunpakketten niet voor alle bedrijven toereikend zijn. Ze dekken sowieso niet 100 procent van de kosten; ondernemers zijn daarom ook extra eigen geld in de zaak gaan stoppen: spaargeld, hun pensioenpotje. En dan raak je aan het vermogen van een bedrijf om ook op de lange termijn te overleven.

In de horeca hebben exploitanten volgens branchevereniging KHN inmiddels 5 miljard euro aan extra eigen geld in hun zaak gestoken. Directeur Dirk Beljaarts: „En dat begint nu echt op te raken. Terwijl leveranciers die eerst nog coulant waren met uitstel, nu toch echt willen dat hun rekeningen een keer betaald worden.”

Veel angstige ondernemers verkeren op dat punt. Ze hebben weinig inkomsten, er moet nog steeds geld bij, en er ontstaat een steeds hogere schuldenberg. Uitstel van betaling is geen afstel. De stapel rekeningen moet op termijn betaald worden. Waar banken in de eerste crisismaanden generiek uitstel van betaling verleenden, zijn ze nu overgegaan tot maatwerk. Van automatisch uitstel van de aflossingsplicht is geen sprake meer.

Ook de belastingen zullen ooit betaald moeten worden, benadrukte staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën, D66) donderdag nog. Kwijtschelding is geen optie. Dat zou oneerlijk zijn tegenover ondernemers die „krom hebben gelegen” om hun schulden wél te betalen, benadrukte Vijlbrief bij radiozender BNR. „Bovendien is het geld van u en mij.”

Tegelijkertijd wilde de staatssecretaris ook niet dat ondernemers „met een emmertje achter hun boot de crisis uit komen”. Dus bekijkt Vijlbrief of ondernemers betaling over een langere periode mogen uitsmeren. Dan is de last wat draaglijker als straks de economie weer op gang komt.

Verschillen binnen sectoren

Dat de huidige lage faillissementscijfers niet alles zeggen over de staat van de economie is duidelijk. Ze laten evenmin zien dat de crisis sommige bedrijven en sectoren veel harder raakt dan andere. Neem – opnieuw – de horeca. Wie een restaurant heeft, kan via afhaalmaaltijden het omzetverlies misschien wat beperken, maar kroegen hebben zo’n alternatief nauwelijks.

„Er zijn nu restaurants die op sommige avonden beter draaien dan voorheen, omdat ze de volledige capaciteit van hun keuken kunnen gebruiken”, zegt ING-hoofdeconoom Marieke Blom. „Cafés kunnen hooguit een kop meeneemkoffie verkopen en zien een veel groter verlies aan inkomsten.” Met andere woorden: uitblijven van een faillissementsgolf betekent niet dat individuele bedrijven het niet lastig hebben.

Wat volgens Blom ook bijdraagt aan het geringe aantal faillissementen: realisme ‘in de keten’. „Veel vastgoedeigenaren hebben hun huur niet volledig gekregen, maar denken misschien: van een kale kip kan ik niet plukken. Dan heeft het nu minder zin het faillissement van een onderneming aan te vragen.”

Daarnaast ligt er veel toegepaste gerechtelijke uitspraak, die bepaalt dat huurders en verhuurders de pijn eerlijk moeten verdelen. Blom: „Verhuurders hebben er niks aan om nu de boeman te spelen. Ze wachten liever af of de klant na corona wel kan betalen. Dat leidt tot terughoudendheid.”

Waarmee een bankroet voor veel bedrijven nog steeds niet is uitgesloten. Want het mag een val in slow motion zijn, de voortekenen zijn er. ABN Amro-econoom Van de Kerke: „In crises zie je altijd al een vertraagde reactie van faillissementen op ontwikkelingen in het bruto binnenlands product. Ook nu verwachten we dat het aantal faillissementen gaat oplopen.”

ABN en ING verwachten dat het aantal faillissementen komende tijd wel gaat toenemen

ING verwacht eveneens dat meer bedrijven nog in problemen komen of stoppen als de economie weer gaat draaien. Hoeveel is onzeker. Hoofdeconoom Blom: „We weten eigenlijk niet bij hoeveel bedrijven het water echt aan de lippen staat.” Ze wijst op de nieuwe Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA), die schuldsanering makkelijker zou maken. „Dat zou faillissementen kunnen schelen.”

Voor een deel van de bedrijven zal alleen al de heropening lastig kunnen worden. Blom: „Kosten gaan vaak voor de baten uit. Als een leverancier wil dat je een rekening vooruit betaalt en je hebt geen reserves meer, dan kan het snel klaar zijn.”

Het kabinet benadrukte vrijdag opnieuw dat het de zorgen van ondernemers begrijpt, maar dat het niet aan bedrijven zelf is de regels te bepalen. Wie dinsdag het terras opent, riskeert een boete. „Teleurstellend”, aldus Beljaarts van branchevereniging KHN. „We willen niet oproepen tot ongehoorzaamheid maar hebben de ondernemers niet meer in de hand.”