Opinie

Expats zijn moderne kolonialen

Michel Krielaars

Graham Greene is een van mijn favoriete schrijvers, alleen al vanwege de compacte stijl waarmee hij zijn gekwelde personages neerzet. Het is dan ook goed nieuws dat er met The Unquiet Englishman van Richard Greene (geen familie) eindelijk een biografie is verschenen die hem recht doet als schrijver en als mens. De belangrijkste bouwstenen van dat boek zijn duizenden opgedoken brieven en nieuwe herinneringen van intimi.

Uit The Unquiet Englishman kwam ik onder meer te weten dat Graham Greene in 1980, toen hij in Panama City met El Salvadoraanse rebellen onderhandelde over de vrijlating van een gijzelaar, in zijn hotelkamer de drukproeven had liggen van een uitgave van de brieven van Evelyn Waugh, een van zijn grote voorbeelden. En toen hij tijdens de Indochina-oorlog in 1950 dreigde om te komen, kreeg hij van een troostende priester een aflevering van Kuifje. Aan de hand van zulke vondsten maakt Richard Greene duidelijk hoe je uit de boeken die Graham Greene las en schreef kunt opmaken hoe hij als mens en schrijver in elkaar stak. En dat is veel minder banaal dan zijn eerdere biografen meenden. Voor fans is The Unquiet Englishman dan ook een aansporing om zijn oeuvre te herlezen.

Graham Greene werd sterk beïnvloed door de groten uit de Angelsaksische literatuur en was een fanatiek boekenverzamelaar. Hij schijnt zelfs gezegd te hebben dat als hij niet voor het schrijven had gekozen, hij tweedehandsboekhandelaar was geworden. Gelukkig is dat laatste niet doorgegaan, want niemand is zo’n goede chroniqueur van de 20ste eeuw als hij.

In de roman Het glazen koninkrijk (The Glass Kingdom) van de Britse schrijver Lawrence Osborne (Londen , 1958) ontdekte ik onlangs een nieuwe Graham Greene, voor zover je hem al met iemand kunt vergelijken. Ook Osborne is een kosmopoliet, wiens meeste boeken zich in verre oorden afspelen. Na in Polen, Frankrijk, Italië, Marokko, de VS, Mexico en Turkije te hebben gewoond, is hij een paar jaar geleden in Thailand neergestreken, het decor van zijn nieuwe roman.

Net als Greenes The Comedians gaat The Glass Kingdom over expats, die op de vlucht zijn voor hun verleden, iets wat je vaker bij die groep ziet. Hoofdpersoon is de Amerikaanse Sarah Mullins. Ze heeft haar werkgeefster, een beroemde, bejaarde New Yorkse schrijfster, voor een paar honderdduizend dollar opgelicht. Onder een valse naam woont ze met haar gestolen geld in Bangkok in een luxe-appartementencomplex met glazen woontorens, die door loopbruggen met elkaar zijn verbonden. Het is een wereld binnen een wereld, waar iedereen elkaar bespioneert.

Sarah sluit zich aan bij drie expatvriendinnen, die regelmatig met elkaar pokeren en drinken. Ook zij hebben iets te verbergen. Dat blijkt als tijdens een militaire coup in het appartementencomplex iemand wordt vermoord en waar Sarah getuige van is. In de chaos van de staatsgreep vluchten de meeste expats het land uit, ook omdat de stroom is afgesloten en ze geen internet en airconditioning meer hebben. Het feest is voorbij.

Ineens besefte ik dat expats moderne kolonialen zijn. In de lokale bevolking zijn ze amper geïnteresseerd. Het gaat hen vooral om geld verdienen en het verdringen van hun verleden. Het is de tijd om onze eigen Graham Greene, F. Springer, weer eens uit de kast te halen, wiens biografie eraan komt.