Opinie

Londen aan de Amstel is gunstig, maar ook een tikje riskant

Amsterdamse beurs

Commentaar

Niet Frankfurt of Parijs, maar Amsterdam blijkt het centrum te zijn geworden van de Europese beurshandel, nu het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie heeft verlaten. In de eerste maand na Brexit werd in de Nederlandse hoofdstad elke dag gemiddeld 9,2 miljard aan aandelen verhandeld – vier maal zoveel als in december. De handel in Londen, die voorheen het omvangrijkst was, viel terug naar 8,2 miljard euro.

Geheel onverwacht is dat niet. Toezichthouder Autoriteit Financiële Markten voorzag al in 2018 dat Nederland het handelscentrum voor de kapitaalmarkten zou worden. Beursorganisaties als de Amerikaanse Cboe zetten toen al de stap naar Nederland. De trek over de Noordzee geldt niet alleen aandelen. De handel in obligaties, die misschien nog wel belangrijker is, maakt een zelfde ontwikkeling door.

De belangrijkste reden voor de oversteek ligt voor de hand: de financiële sector in het Verenigd Koninkrijk verliest door Brexit zijn ‘paspoort’ om ongehinderd zaken te doen op het continent. Amsterdam prevaleert als locatie vooral door de afwezigheid van belasting op aandelentransacties, en door de infrastructurele en culturele overwegingen die wel meer bedrijven naar Nederland trekken. De Nederlandse belasting op bankiersbonussen draagt er toe bij dat banken die uit Londen vertrekken, juist naar Frankfurt of Parijs gaan.

Zo politiek is de keuze voor Amsterdam dus niet. Maar wat heeft de stad er aan? Vooralsnog is het werkgelegenheidseffect beperkt – hoewel in de overspannen vastgoedmarkt ook enkele honderden goedbetaalde werkers in de financiële sector een merkbaar effect kunnen hebben op de woningprijzen.

Op de langere termijn kan het meer gaan schelen. Meer beursomzet, en meer beursintroducties, veroorzaken netwerkeffecten. Handel trekt handel aan. Bankiers, beleggers, handelaren, advocaten, accountants en andere specialisten zitten graag bij elkaar in de buurt. Ook als iedereen elektronisch benaderbaar en vergaderbaar is. Een financieel centrum is zo een tautologie: Londen was Londen omdat het Londen was.

Niet dat de Britse hoofdstad nu meteen kwetsbaar is. Veel internationale handel en financiering blijft via de City lopen. Maar een blik in het verleden toont wél hoe snel het kan gaan. De positie van de City kreeg een halve eeuw geleden een enorme impuls toen er, door veranderende Amerikaanse wetgeving, een levendige handel in Amerikaanse dollars buiten de VS ontstond. Londen sprong in het gat.

Het is mogelijk dat er na enige tijd een welvaartseffect optreedt door de verschuiving van de handel naar Amsterdam. Daar tegenover staan ook nadelen. Meer toezicht bijvoorbeeld, en een grotere kwetsbaarheid voor de lotgevallen van de kapitaalmarkt.

De Londense economie domineert die van het VK, en de financiële sector domineert Londen. Die grote nadruk op financiële dienstverlening is wel in verband gebracht met de teruglopende productiviteit in het land: wie zo makkelijk geld verdient door met geld te schuiven, loopt het gevaar zijn industrie of andere innovatieve bedrijfstakken te veronachtzamen.

Dat zou een variant op de Dutch disease kunnen worden genoemd: de verwaarlozing van de bedrijvigheid in de jaren zestig en zeventig omdat de gasbaten toch wel binnenstroomden. Een Amsterdams financieel centrum is nog veel te klein voor zo’n effect. Maar het zou ironisch zijn als Nederland voor een tweede maal wordt getroffen door zijn eigen kwaal.