Geert Mak bij herdenking Februaristaking: ‘Racisme is er weer’

Tweede Wereldoorlog Volgens historicus en schrijver Mak, die sprak tijdens de herdenking, is racisme en antisemitisme terug op sociale media en in uitingen van bepaalde politieke partijen.
Geert Mak tijdens de herdenking van de staking van tachtig jaar geleden.
Geert Mak tijdens de herdenking van de staking van tachtig jaar geleden. Foto Sem van der Wel/ANP

In het centrum van Amsterdam is donderdagmiddag de Februaristaking herdacht. Die staking vond plaats op 25 februari 1941 en staat bekend als de eerste en laatste keer dat de bevolking in opstand kwam tegen de anti-Joodse maatregelen van de nazi’s in bezet gebied. Dat gebeurde op het Jonas Daniël Meijerplein, met een vanwege de coronamaatregelen beperkt gezelschap en zonder het gebruikelijke defilé. De aanwezige historicus en schrijver Geert Mak waarschuwde in een toespraak dat uitingen van racisme en antisemitisme weer gangbaar zijn geworden in het hedendaagse publieke en politieke debat.

Volgens Mak gebeurt dat vooral op sociale media zoals Facebook, Twitter en WhatsApp, en in uitingen van bepaalde politieke partijen. „Het jargon, de taal, de ideeënwereld van toen, ze zijn opnieuw onderdeel geworden van het normale, publieke en politieke debat. En dat is nieuw. Het zijn opeens geen historische theorieën meer of angstige herinneringen. Nee, het is er weer. Heel concreet”, zei Mak. Volgens Mak is zo een „eenentwintigste-eeuwse variant” van het fascisme uit de vorige eeuw ontstaan.

Termen als racisme en fascisme zijn volgens hem in het verleden soms „te snel en te gemakkelijk” gebruikt. „Nu in deze jaren maken we een omslagpunt mee”, aldus Mak, die even later sprak over een „politieke partij die ernaar streeft om, als het even kan, het land te zuiveren van een bepaalde bevolkingsgroep, die in de peilingen als tweede uit de bus komt”, doelend op de PVV. Martin Bosma, Tweede Kamerlid van de PVV, was aanwezig bij de herdenking en stond in het publiek voor Mak. „Een smerige vuile leugen over de PVV”, reageerde partijleider Geert Wilders op Twitter.

Lees ook: Wat op dit plein gebeurde, moet blijvend worden herdacht

Icoon van burgerlijk verzet

Naast Mak sprak ook burgemeester Halsema bij de herdenking. Zij noemde de Februaristaking „een icoon van burgerlijk verzet” en zei dat opkomen voor anderen en tegen antisemitisme en racisme „onverminderd noodzakelijk” is. „De stakers van toen zeggen tegen ons dat wij altijd kunnen opkomen voor anderen, ook in onmogelijke omstandigheden”, aldus Halsema. De burgemeester ging verder specifiek in op de rol van vrouwen die destijds staakten of anderen daartoe hadden opgeroepen, onder wie Mientje ten Dam, Coba Veltman en Rosa Boekdrukker.

De Februaristaking wordt beschouwd als het enige solidariteitsverzet tegen de eerste razzia’s in de Jodenbuurt van de hoofdstad, waarbij ruim vierhonderd Joodse jongemannen werden opgebracht of gedeporteerd. De oproep tot de algehele staking werd een dag eerder gedaan door de Communistische Partij van Nederland. De verzetsactie breidde zich een dag later vanuit Amsterdam uit tot omringende dorpen en steden, waaronder Haarlem, Hilversum en Utrecht. Uiteindelijk werd de staking na twee dagen met grof geweld gebroken door de Duitsers, waarbij negen doden en 24 zwaargewonden vielen.