Interview

Door nieuwe technologieën zouden er veel banen verdwijnen. Maar er kwamen er juist méér. Hoe kan dat?

Jannes ten Berge Onderzoeker robotisering

Tussen 2000 en 2015 verloren minder werknemers hun baan dankzij technologische veranderingen binnen bedrijven. Kunnen we nu rustig achterover leunen?

De typistes van de typekamer in vroegere tijden – voor de computer zijn entree maakte.HH/ANP

Computers vervangen telefonisten, adreslezende machines medewerkers van de posterijen. En geldautomaten die veel meer transacties per dag kunnen afhandelen nemen de plaats in van bankmedewerkers. Met als gevolg „dat de rijke economieën in de volgende eeuw vrijwel nauwelijks meer behoefte zullen hebben aan werknemers”, zo voorspelde de Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin – in 1995.

Hoewel de voorspelling dat drie op de vier werknemers geen baan meer heeft 26 jaar na dato niet is uitgekomen, is het thema nog altijd actueel. Economen blijven waarschuwen voor banenverlies als gevolg van automatisering. Consultant Deloitte stelde in 2014 nog op basis van gegevens van de University of Oxford dat Nederland op termijn door robotisering twee tot drie miljoen banen kwijt zou raken.

Maar tot nog toe lijkt dit mee te vallen. Sterker nog: tussen 2000 en 2015 nam door technologische veranderingen binnen bedrijven de kans dat werknemers hun banen verloren met 1,7 procent af.

„We zien niet dat implementatie van technologie gepaard gaat met massaontslag en baanverlies”, zegt onderzoeker Jannes ten Berge, die vorige week aan de Universiteit Utrecht promoveerde op het onderwerp ‘Technological change and work’. Inmiddels werkt hij als adviseur bij consultancybedrijf Futureconsult.

Omdat registerdata geen inzicht geven over de reden van iemands vertrek, spreekt Ten Berge liever over ‘baanbeëindiging’. „Baanverlies impliceert dat iemand een bedrijf wordt uitgezet. Maar waarom iemand uiteindelijk stopt, weten we niet”, aldus Ten Berge.

Hoe kan het dat de voorspellingen over het verlies van banen niet is uitgekomen?

„We zijn vaak een stuk beter in bedenken welke werkzaamheden er door technologie gaan verdwijnen, dan te voorspellen welke nieuwe taken erbij komen. Technologie biedt ook veel nieuwe mogelijkheden waardoor er banen bijkomen. Een andere verklaring kan zijn dat investeringen in technologie een teken zijn dat een bedrijf groeit, waardoor er minder mensen hoeven te vertrekken.

Sommige groepen werknemers hebben wél een grotere kans dat ze moeten vertrekken bij een bedrijf dat nieuwe technologieën invoert – zoals lageropgeleiden

Jannes ten Berge Onderzoeker en consultant

Daarnaast moeten bedrijven bijvoorbeeld de juiste mensen in huis hebben om nieuwe processen te implementeren, en de cyberveiligheid en privacyregels op orde hebben. Verder zijn banen in Europa sterk beschermd en is het niet zo makkelijk mensen te ontslaan. Dat maakt dat bedrijven niet van de ene op de andere dag allerlei technologische innovaties kunnen doorvoeren.”

„Vaak wordt technologisering gepresenteerd als: ‘het overkomt ons’. Maar als samenleving geven we automatisering ook zélf vorm. Het is een dynamisch proces.”

Kunnen we nu achterover leunen en denken: ‘automatisering raakt onze banen niet’?

„Ik zie het niet gebeuren dat technologie ons werk helemaal gaat overnemen. Tot nu toe is de vraag naar nieuwe diensten en producten altijd toegenomen. Maar ons werk zal wel heel erg veranderen. De vraag is niet zozeer óf ons werk anders wordt, maar wel: hoe snel gebeurt dat en hoe ziet ons werk er dan uit? Wie komt het ten goede, en wie niet?”

Kunt u die vragen op basis van uw onderzoek nu beantwoorden ?

„Uit ons onderzoek blijkt dat technologie tot ongelijkheid leidt. Sommige groepen werknemers hebben namelijk wél een grotere kans dat ze moeten vertrekken bij een bedrijf dat nieuwe technologieën invoert. Dat geldt met name voor lageropgeleiden, werknemers die langer dan tien jaar bij hetzelfde bedrijf werken, werknemers van boven de vijftig en migranten van de eerste generatie met een niet-westerse achtergrond. We zagen ook dat deze mensen minder kans hebben om een nieuwe baan te vinden als ze een bedrijf verlaten.”

Hoe komt dat?

„We denken dat het te maken heeft met nieuwe vaardigheden die nodig zijn, en steeds belangrijker worden in een digitale samenleving. Zo kan het bij ouderen zijn dat ze bepaalde vaardigheden moeten aanleren die jongeren al op school of op een vervolgopleiding hebben opgedaan. Tegelijkertijd kunnen negatieve stereotypen dat zij niet met technologie kunnen omgaan oudere werknemers in de weg zitten. En bij mensen met een migratieachtergrond is een minder goede taalbeheersing soms een barrière. Of een diploma uit het land van herkomst is hier niet geldig; dat verkleint de kans op een baan ook.”

„Dit proefschrift onderstreept in ieder geval dat het probleem van technologisering bij die kwetsbaardere groepen in de samenleving ligt. We moeten nadenken over hoe we technologische verandering zo vormgeven, dat zoveel mogelijk mensen ervan profiteren en de ongelijkheid er niet verder door toeneemt.”

Is dat aan de overheid of aan werkgevers?

„De overheid kan ervoor zorgen dat we blijven investeren in menselijk kapitaal, in vaardigheden. Bijvoorbeeld door het aantrekkelijker te maken voor werknemers om later in hun leven een geaccrediteerde studie te doen, in plaats van dat de nadruk alleen op tieners en twintigers ligt. Zodat mensen over de vaardigheden beschikken om met technologie om te gaan. Anderzijds denk ik dat er ook een rol is weggelegd voor andere spelers, zoals bedrijven en vakverenigingen. Zij moeten ook in werknemers investeren: uiteindelijk is het voor hen ook belangrijk dat werknemers zichzelf blijven ontwikkelen – om die nieuwe technologie daadwerkelijk op een bruikbare manier te kunnen invoeren.”