Rene van Meurs: „Het publiek moest wel heel erg lachen, dus werd ik elke avond keihard bevestigd in wie ik niet ben. Dat is heel ingewikkeld.”

Foto Lars van den Brink

Interview

Na een dodelijke recensie wilde René van Meurs stoppen met optreden, maar hij treedt weer op

Interview | René van Meurs, comedian Na een dodelijke recensie in 2016 wilde René van Meurs stoppen met optreden. Toch ging hij door. Hij veranderde, het gaat nu meer over hemzelf. Maar de ‘grapjes’ bleven.

‘Ik vind het zo ontzettend leuk dat ik geïnterviewd word”, zegt René van Meurs (35) enthousiast. „Dat gebeurt niet zo vaak.” Hij zit aan de keukentafel in zijn woning, een appartement in Amsterdam, gekocht met ‘grapjesgeld’. Want Van Meurs doet aan „grapjes schrijven”.

Het gesprek gaat over zijn derde show Ik beloof niks uit 2019, die zaterdag op televisie is bij SBS6 in de wekelijkse serie nieuwe cabaretvoorstellingen. Het had niet veel gescheeld of die voorstelling was er nooit geweest. René van Meurs wilde stoppen. Na een één-ster-recensie in 2016 van zijn tweede voorstelling in de Volkskrant wilde de comedian zijn tour afmaken „en dan iets anders gaan doen”, vertelt hij. „Het was zwaar, elke avond werd ik door theaterdirecteuren aan dat stuk herinnerd.”

Maar zijn impresariaat zei: „Probeer het nog één keer, wat heb je te verliezen?” Hij ging aan de slag met regisseur Laurens Krispijn de Boer. Met succes: met Ik beloof niks werd Van Meurs genomineerd voor Neerlands Hoop, de prijs voor aanstormend cabarettalent. De jury schreef erover: „Het resultaat is een erg mooi programma waarin vorm en inhoud in elkaar passen, vooral ook door het zeer persoonlijke karakter van zijn verhaal.”

Waarom noem je wat je doet ‘grapjes maken’?

„Het is een lekkere manier om jezelf toch een beetje te verstoppen. Ik denk dat het deels voortkomt uit het verbergen van teleurstellingen, dat ik bijvoorbeeld niet vaak geïnterviewd word of gevraagd word voor tv. Die tweede show werd door de pers gezien als bagger en daar hebben mensen hun oordeel over mij op gebaseerd. Daarna heb ik nog amper recensies of pers gehad. Ik ben mezelf aan het downplayen, want anders doet iemand anders het. Al heb ik er nu ook echt vrede mee, want het publiek weet me wel te vinden.”

Wat vond je regisseur eigenlijk van show twee?

„Van Meurs lacht. „Hij kwam na afloop naar me toe en zei: ‘Ik vind jou megagetalenteerd, maar wat ben ik blij dat we al dit materiaal gaan weggooien.’ Oftewel je kan heel veel, maar alles wat je nu doet is kut. Ik dacht: ik ken jou niet en dit is het eerste wat je zegt? Dat vond ik zo tof. Ik wist: deze man gaat mij gedurende het maakproces helemaal kapotmaken en ik denk dat dat is wat ik nu precies nodig heb.”

Dat was ook wel het gevoel dat ik kreeg van die tweede show. Zo van technisch klopt het, maar ik heb het idee dat ik kijk naar iemand die zichzelf…

„Zeg het maar, mag. Ik kan dit soort dingen nu aan.”

…ja overschreeuwt is een groot woord, maar het is alsof ik kijk naar iemand die in zijn kern een zachte jongen is, maar stompen staat uit te delen op het podium.

„Klopt, ik was gewoon iets aan het doen waarvan ik dacht dat de cabaretpolitie het goed zou vinden. Ik heb heel lang gedacht dat mensen in het theater willen zien wat gasten als Theo Maassen en Daniël Arends staan te doen.”

Je bent eigenlijk het tegenovergestelde van hen toch?

„Extreem het tegenovergestelde. Maar het was zo frustrerend, ik trad dan avonden met hen op en dan werd er zo hard om hen gelachen. En om mij minder. Onbewust ga je dan kijken wat zij doen.”

Je bent ook vrij jong begonnen.

„Dat was ook het probleem natuurlijk. Ik was zo jong, dan weet je nog helemaal niet wie je bent. Mijn probleem is daarnaast, ik ben een spons, ik pik dingen op, zonder dat ik me dat realiseer. Altijd al gehad. Ik ben een sociaal kameleonnetje, heb me altijd een beetje aangepast aan de omgeving. Dat is de ellende van gevoelig zijn, het is je kracht maar ook je valkuil. Je voelt hoe dingen vallen bij mensen, dus je cijfert jezelf weg, net een beetje genoeg om geaccepteerd te worden.”

Van Meurs groeide op in Schipluiden, een dorpje bij Delft. Al jong keek hij naar André van Duin. „Ik voelde meteen dat André van Duin in elke sketch verliest. Hij is of dom of raar of een sukkeltje, en juist dat zorgt ervoor dat mensen hem fantastisch vinden. Ik realiseerde me door hem wel al vrij vroeg dat ik ook het podium op wilde.”

Je werd aangenomen bij Toomler. Is Toomler een leuke plek voor jou?

Resoluut: „Nee. Nee, Toomler is een enorme apenrots, en het is te gek om daar op te mogen zitten. Maar het is ook heel hard werken en voor iemand die niet heel graag op z’n borst klopt is het misschien wel harder werken om op die rots te blijven zitten. Comedians proberen elkaar ook vaak over te toepen met grapjes. Als ik dan wat zei, viel het stil. Omdat ik te weinig zelfvertrouwen had en vanuit die twijfel er maar iets in gooide wat niet echt grappig was. Dat is zo vermoeiend, zo vermoeiend. Ik heb nu geaccepteerd dat ik niet de winnaar ben in dat gesprek. Het is een enorme bevrijding als je niet meer de hele tijd op je tenen hoeft te lopen om de grappigste te willen zijn aan tafel.”

Werden bij Toomler ook kanten van jou gestimuleerd die niet per se jouw kracht zijn?

„Iedereen wordt daar wel gestimuleerd om vooral te ontwikkelen wat je nog niet kan. Daar ligt de focus op. Maar er is praktisch nooit benoemd wat ik goed kan. Dat is heel zwaar als je weinig zelfvertrouwen hebt.”

Waar moest je aan werken?

„Ik moest mijn eigen stem vinden. Of mijn eigen kleur. Dat is heel lang mijn valkuil geweest.”

Snapte je wat dat betekende?

„Nee joh, ik had geen idee wat het betekende. Ik ging dan naar huis en was helemaal in de war. Ik kwam van een hbo-opleiding, vier jaar facilitair management, ik wist hoe je schoonmaak, catering en beveiliging moest regelen, niet hoe je je eigen stem of kleur moest vinden. Dan kwam ik thuis, zei ik tegen mijn ouders: ik moet mijn kleur vinden. Mijn vader deed salarisadministratie, mijn moeder was tandartsassistente, nou zij wisten natuurlijk ook niet wat dat was. Al vroegen ze wel daarna altijd: en, heb je je kleur al gevonden jongen?” Hij lacht.

Dat is de ellende van gevoelig zijn, het is je kracht maar ook je valkuil

Niemand zei: ‘Ben je niet zachter dan wat je op dat podium laat zien?’

Hij schudt zijn hoofd. „Maar dat is hoe het werkt bij Toomler. Ze geven je precies genoeg informatie om je eigen zoektocht starten. Dat is eigenlijk wel een goede methode, zij weten immers niet wie René van Meurs is. Het probleem was alleen, ik wist dat zelf ook heel lang niet.”

Wat dat betreft was de recensie ook een zegen. Je moest wel aan de slag.

„Ja en nee. Het was echt een zware tijd. Twee jaar lang begonnen theaterdirecteuren over die recensie. Een programmeur zei eens: ‘Ik kom vanavond naar je show kijken want ik ben bang dat mensen weglopen en ik wil weten waarom.’ Ja hallo, dan moet je nog het podium op. De lat om te gaan spelen werd steeds hoger. Ik was het aantal shows echt aan het aftellen. Zo van: nog 20, nog 15, nog 10.

„Ik was gewoon op, niet alleen door die recensie. Ik had veel te lang getapt uit een vaatje dat helemaal niet van mij was, die populaire jongen spelen. Ik wilde zo graag gezien worden. En het verneukeratieve was, ik deed vier avonden per week een show voor 500 man publiek dat wel heel erg moest lachen. Dus ik werd elke avond keihard bevestigd in wie ik niet ben. Dat is heel ingewikkeld.

„Maar op een gegeven moment is het clowntje spelen gewoon klaar. Ik was fysiek moe, ik kon niet meer slapen dan ik al deed, omdat er niet meer uren in een dag zaten. Ik stond aan het einde bij het applaus soms half jankend op het podium.”

En toen was daar Laurens.

„Hij was de eerste die echt concreet zei: ‘Dit is hoe je op mij overkomt, maar dit is wat je op een podium doet.’ Maar alsnog was het voor mij een zoektocht. In de vriendschappelijke gesprekken met hem zei ik (krakerige, vermoeide stem): ‘Ik ben leeg, ik voel me alleen, ik heb helemaal niets te geven aan mensen.’ En dan stuurde ik een stuk op (opgewekt en groots): ‘Heee mensuh, ik was laatst bij de bakker.’ Hij zei dan: ‘Ja heel grappig dat krentenbollenverhaal, maar waarom schrijf je niet iets over dat je zo moe bent of dat je je alleen voelt? Daar herkent half Nederland zich in.’”

Laurens zei: ‘Het enige wat René moest doen was meer eigenwaarde creëren, want hij is eigenlijk heel erg getalenteerd.’

„Dat is lief. Het is natuurlijk heel cliché, maar ik moest accepteren wie ik ben, die zachte empathische jongen, want anders sta je met een masker op en dat voelen mensen, hoe goed je ook speelt. In de voorstelling gebruik ik een metafoor over een winkel. Heb je in je etalage wel uitgestald wat er in je magazijn zit? Mijn materiaal gaat nu over wat ik voel en waar ik mee worstel. Maar ook over wat ik leuk vind hè. Er zit een goede emotionele lading onder het programma maar natuurlijk ook echt heel grappige dingen.”

Dat vinden we allemaal prettiger om naar te kijken.

„Nou dat is niet waar. Ik heb ook wel mensen gehad die zeiden: ik vond je nieuwe show beter, maar de vorige show grappiger. Vond ik toch vervelend. Want grappig zijn is voor mij nog altijd het allerbelangrijkste. Maar er komen ook mensen bij. En ik ben inmiddels gelukkig op een punt aangekomen dat ik denk van, oké als je nu besluit af te haken, fair enough, want dat hard zijn en stompen uitdelen is wel gewoon voorbij. Het wordt allemaal wat gevoeliger.”

René van Meurs – Ik beloof niks, 27 februari 20.30 uur SBS6. Inl: renevanmeurs.nl