Mijlpaal: eerste veroordeling van een agent van het Assad-regime

Oorlogsmisdaden Voor het eerst is een handlanger van het Syrische regime tot een gevangenisstraf veroordeeld. In Duitsland kreeg Eyad A. woensdag 4,5 jaar cel voor onder meer marteling.

Syriër Eyad A. (44) wacht in de rechtszaal in Koblenz op zijn veroordeling. Hij kreeg 4,5 jaar.
Syriër Eyad A. (44) wacht in de rechtszaal in Koblenz op zijn veroordeling. Hij kreeg 4,5 jaar. Foto Thomas Lohnes/AFP

„Dit is een historische dag”, zegt de Syrische advocaat en mensenrechtenactivist Mazen Darwish aan de telefoon. „Niet zozeer omdat een individu is veroordeeld, maar omdat daarmee de Syrische inlichtingendienst schuldig is bevonden.”

In het wereldwijd eerste proces tegen oorlogsmisdadigers van het Assad-regime is woensdag een uitspraak gedaan. Eyad. A, voormalig medewerker bij de Syrische inlichtingendienst, werd door het Gerechtshof in Koblenz veroordeeld tot vierenhalf jaar cel voor medeplichtigheid aan misdrijven tegen de menselijkheid. Een novum: terwijl in landen als de VS, het VK, Nederland en Duitsland (zie inzet) eerder wel Syriëgangers en IS’ers zijn veroordeeld, bleven de beulen van het Assad-regime tot nu toe ongemoeid.

Dit is een historische dag. Het systeem is schuldig

Mazen Darwish Mensenrechtenadvocaat

In Koblenz wordt sinds april 2020 geprocedeerd tegen Anwar R. (58) en Eyad A. (44). Het berechten van de oorlogsmisdadigers van het Assad-regime, evenals die van Islamitische Staat, zou een taak voor het Internationaal Strafhof in Den Haag zijn, ware het niet dat Rusland en China in de VN-Veiligheidsraad in 2014 een veto uitspraken tegen een dergelijk internationaal proces. Waar het internationaal recht de pas werd afgesneden, nam Duitsland vervolgens het voortouw. Hierbij beroept de Duitse justitie zich bij het proces in Koblenz op ‘universele jurisdictie’, een juridische mogelijkheid om misdrijven tegen de menselijkheid te berechten, ook als deze in het buitenland zijn gepleegd, en niet direct iets met Duitsland te maken hebben.

Eyad A. was, bij aanvang van de Syrische betogingen tegen het regime in 2011, leider van een arrestatieteam dat demonstranten gevangen moest zetten. Tussen 2011 en 2012 schuimde A. met zijn team de straten van Damascus en Douma af om betogers op te pakken en af te leveren bij de gevangenis van de Syrische inlichtingendienst. In tweede instantie was het A.’s taak om met zijn team van ongeveer dertig man invallen te doen bij oppositieleden en hun families thuis. A. is veroordeeld voor het martelen van gevangenen in de bus onderweg naar de gevangenis, en omdat hij volgens de rechters geweten moet hebben wat zijn arrestanten in de gevangenissen van Assad te wachten stond.

Afdeling 251

Anwar R. en Eyad A., die beiden in 2012 Syrië ontvluchtten, werden in februari 2019 gearresteerd. Anwar R. is van de twee de belangrijkste verdachte. Hij is aangeklaagd voor 4.000 gevallen van marteling en moord op 58 gevangenen; zijn vonnis volgt later dit jaar. R. was een stuk hoger in rang dan A.; hij was hoofd onderzoek van de zogenaamde ‘afdeling 251’ bij de Syrische inlichtingendienst, speciaal belast met het onderdrukken van de oppositie, en verantwoordelijk voor de ‘verhoren’ in de bijbehorende gevangenis.

In de loop van het proces kwamen verschillende getuigen aan het woord met details over de praktijken in Assads gevangenissen: gevangenen werden aan hun enkels of aan hun polsen opgehangen en met riemen of kabels geslagen, ze kregen stroomstoten, ze werden met kokend water overgoten, nagels werden uitgetrokken. Uithongering en stokslagen waren de meer alledaagse praktijk.

Special effects

De verdediging van A. wees op de repercussies door het regime als A. dienst had geweigerd; dat had mogelijk zijn doodvonnis betekend. A. vertelde zelf ook vrijmoedig aan de Duitse IND over zijn geschiedenis, en over zijn angst als deserteur, toen hij niet langer gewone burgers wilde vervolgen. De dienst gaf dit door aan justitie, waarop een onderzoek en A.’s arrestatie volgde.

Ook R. heeft nooit ontkend voor de inlichtingendienst te hebben gewerkt; maar hij dacht aan vervolging te ontkomen door in 2012 afstand te nemen van het regime. In 2013 werd R. geïnterviewd door Der Spiegel. In dat stuk vertelt R. hoe het Assad-regime vanaf 2005 islamisten inhuurde, om de strijd tegen de oppositie een strijd tegen terrorisme te laten lijken. Volgens R. werd er zelfs een terroristische aanslag in Damascus voorgewend, geënsceneerd door een Iraanse special effects-expert zodat het er op film overtuigend uit zou zien.

Lees ook: Eerst Assads strijder, nu asiel in Nederland

Mensenrechtenadvocaat Mazen Darwish onderstreept het belang van het vonnis voor alle slachtoffers van het regime van Assad: „Met deze uitspraak wordt door een rechtbank erkend: Ja, er worden mensen gemarteld. Er worden mensen vermoord. En daarvoor is de Syrische inlichtingendienst verantwoordelijk. Het systeem, het regime is schuldig.”

Handlangers

Ook in Nederland wonen, volgens deskundigen, enkele tientallen Syriërs die eerder in dienst van het Assad-regime martelden of moordden. Uit eerder onderzoek van NRC bleek dat zeker drie handlangers van het regime een verblijfsstatus kregen. Enkelen hebben nog altijd banden met het Syrische regime, en gebruiken die contacten om landgenoten in Nederland af te persen.

Anders dan in Duitsland is justitie in Nederland nog niet tot vervolging overgegaan. Dat ligt deels aan de interpretatie van het principe van ‘universele jurisdictie’, maar ook aan verschillen in prioriteit: Duitsland heeft veel geïnvesteerd in onderzoek en samenwerking met Syrische juristen om uiteindelijk tientallen getuigen te kunnen horen.