Mountainbiken: krappe bochten, klimmetjes en zo nu en dan een ‘drop-off’

Buitensport Vanwege corona is mountainbiken enorm populair en er komen steeds meer routes speciaal en alleen voor deze sport. Tot grote opluchting van wandelaars, ruiters en andere fietsers.

Ecoloog en mountainbikeparcoursontwerper Patrick Jansen fietst een parcours in Oosterbeek.
Ecoloog en mountainbikeparcoursontwerper Patrick Jansen fietst een parcours in Oosterbeek. Foto Dieuwertje Bravenboer

Overal doemen ze op, langs bospaden, op de heide en in de duinen: felgekleurde bordjes met daarop een driehoekje met twee bolletjes eronder. Dit internationale mountainbiketeken leidt de terreinfietser over afgebakende routes langs de mooiste natuurterreinen waar ze, niet onbelangrijk, apart van wandelaars en ruiters hun gang kunnen gaan.

In amper drie jaar tijd zijn er liefst veertig van deze mountainbikeroutes bij gekomen in Nederland. In totaal zijn er nu 230. De aanleg van zo’n route is een project van meerdere jaren, wegens benodigde vergunningen en goedkeuring van terreineigenaren. De routes voeren mountainbikers in Nederland – volgens sportkoepel NOC*NSF stapten zo’n 330.000 mensen vorig jaar maandelijks op de mountainbike – langs eeuwenoude kastelen landgoederen, en een enkel paleis, maar tegenwoordig ook over hobbelige rotstuinen en voormalige vuilnisbelten.

Net als andere buitensporten is mountainbiken enorm opgeleefd sinds het begin van de coronacrisis. De sluiting van sportscholen en sportverenigingen gaf velen een laatste zetje. „Sinds vorig jaar zie je heel veel ‘coronafietsers’, zoals meer ervaren mountainbikers ze weleens noemen”, zegt Patrick Jansen (53), bosecoloog en veelgevraagd ontwerper van mountainbikeroutes. „De routes hebben daar ook zeker aan bijgedragen. Het is gemakkelijker geworden: als je de bordjes volgt, kom je altijd uit op de plek waar je begon.”

Op het moment dat de sportscholen voor de eerste keer dichtgingen, begon bij hen de drukte in de winkel, vertelt Robert Rosier, verkoopadviseur bij fietsenzaak Kroone Liefting in het Noord-Hollandse Limmen. „Klanten zeiden: mijn reguliere sport kan voorlopig niet meer, dus ik wil gewoon lekker fietsen. Inmiddels krijgen we dagelijks telefoontjes met de vraag of we nog mountainbikes hebben staan. Ook naar racefietsen en e-bikes is overigens veel vraag.”

De prijs van een aluminium instapmodel ligt tussen de 500 en 1.500 euro. Voor een lichtere en een zogeheten ‘stijvere’ (stuggere) mountainbike van carbon ligt de prijs hoger. Afgelopen jaar waren de ‘instappers’ nauwelijks nog aan te slepen, met maandenlange levertijden tot gevolg. Dat is nog steeds zo, zegt Rosier. „Bij bepaalde merken waren de nieuwe modellen van 2021 al uitverkocht voordat het jaar was begonnen. De schaarste zien we inmiddels bij alle prijsklassen. Je wil erop inspelen als verkoper, maar je blijft afhankelijk van wat er beschikbaar is.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

Tot rust komen

De grote trek naar de binnenlandse bossen, heiden en stranden is niet verwonderlijk. Het is zo’n beetje de enige vrijheid die we nog hebben, nu er door de almaar voortdurende lockdown nauwelijks nog alternatieven zijn. Een uitlaatklep na dagenlang thuiswerken en grote delen van de tijd binnen zitten. Bovendien is het een sport die, zeker in een beschut bos, ook prima bij slechte weersomstandigheden gedaan kan worden.

Parcoursontwerper Jansen, fervent mountainbiker en voormalig wereldkampioen bij de masters (45-49 jaar), wijst op het belang van natuurbeleving om tot rust te komen. Hij noemt het „aanmatigend” wanneer mensen stellen dat genieten van de natuur alleen wandelend kan of met een verrekijker, „speurend of er nog salomonszegels of nachtzwaluwen zijn”.

Jansen doet dat zelf liever rijdend op de centimeters dikke tubes van zijn mountainbike door het bos. „Je bent het eerste kwartier bij wijze van spreken nog bezig met je werk, maar op een gegeven moment raak je dat kwijt en dat is zó fantastisch. Sommige mensen kunnen niet geloven dat je op deze manier zowel kunt ontstressen als sportief bezig zijn.”

Populair bij nieuwe mountainbikeparcoursen is de singletrack: een enkelbaans door het bos getrokken spoor vol krappe kombochten, klimmetjes en zo nu en dan een ‘drop-off’, waarbij de grond even letterlijk onder je voeten verdwijnt. „We noemen ze ook wel flow trails”, zegt Jansen over de paadjes die nauwelijks een meter breed zijn. „Ik ben niet spiritueel, maar als je helemaal in die flow zit, dan gebeurt er toch iets in je hoofd. Dat voelt geweldig. Ik hou ontzettend van het bos. Mij maak je niet blij met een horizon.”

Foto Dieuwertje Bravenboer

In goede banen

Het voordeel van zo’n singletrack is dat het de mountainbiker veilig scheidt van andere recreanten op het landgoed, zoals wandelaars, ruiters en reguliere fietsers. Het was de voornaamste reden voor de familie De Beaufort om parcoursen aan te laten leggen op hun particuliere landgoed Den Treek-Henschoten, dat vrij toegankelijk is voor gasten tussen zonsopgang en zonsondergang.

Daar, op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug en nabij de Gelderse Vallei, liggen twee van de nieuwste mountainbikeparcoursen van Nederland. Een bij Woudenberg (15 kilometer), de ander bij Leusden (21 kilometer). „Je fietst hier door afwisselende bossen, over heideterreinen, en langs oude lanen en monumenten zoals de Pyramide van Austerlitz”, vertelt beheerder Martin Nolsen bevlogen. „Je bent op een landgoed, particulier bezit. Dat is bijzonder.”

Aanlegkosten van het parcours: ruim een ton. Geld dat wordt terugverdiend met de verkoop van vignetten van 5 euro per dag, die verplicht zijn voor mountainbikers. Zo’n vignet – onder meer online en bij fietsenwinkels te koop – is ook op andere plekken in Nederland gebruikelijk en dient ook voor de financiering van (natuur)onderhoud op en rond de routes. Nolsen: „Er werd bij ons al veel gefietst en op prachtige dagen geeft dat toch overlast. Wandelaars die zich eraan storen, de paarden die ervan schrikken. Dat moet je in goede banen leiden.”

Lees ook: Alternatieve route voor ‘Rotte racerts’

Juist om die reden kloppen terreinbeheerders aan bij Patrick Jansen. Hij kent de klachten van wandelaars en ruiters als geen ander en deed in al 2003 onderzoek naar natuurschade en overlast door mountainbikers. Hij ziet het als taak om de zin van de onzin te scheiden, zo zegt hij zelf. „Mountainbiken heeft bij het grote publiek een slecht imago. Soms denk ik bij klachten: wat een onzin. Zo zijn er geen aanwijzingen dat fietsers schadelijker zijn voor de natuur dan wandelaars. Maar er zaten ook terechte klachten tussen. Zo is ’s nachts met grote lampen in het bos rijden een absolute no-go. Enorm verstorend voor de dieren en dodelijk voor ons imago.”

De eindconclusie van zijn onderzoek was destijds dat wandelaars, ruiters en fietsers elkaar nog te vaak kruisen. De speciale routes moeten die knelpunten reguleren en bij veel kruisingen staan tegenwoordig waarschuwingsbordjes. Bovendien voorkomen de tracés schade door fietsen op de verkeerde plekken. Jansen: „Het gaat bovenal om de bescherming van flora en fauna. Ik ben zelf bosbeheerder en spreek de taal van terreinbeheerders. Als zij het hebben over een nachtzwaluw of over dalkruid, dan weet ik voldoende.”

Waar hij en veel van zijn collega-routebouwers uiteindelijk naartoe willen, is een landelijk routenetwerk met één enkel vignet. Maar zo ver is het nog lang niet. „De Veluwe en de Achterhoek zijn gebieden waar nog relatief weinig routes zijn uitgestippeld. Dus we zijn nog wel een tijdje bezig.”