Opinie

Het strijdlied van de hoerenloper

Joyce Roodnat stelt vast dat streamen van theater, muziek en film het pandemische leven aangenaam kan houden. De nieuwe Nederlandse serie ‘Red Light’ binget ze zelfs, en met iedere aflevering die ze ziet, groeit haar bewondering.

Joyce Roodnat

D’r kan een hoop gestreamd worden. Dat is aangenaam want het betekent leven voor wie houdt van theater en muziek en film. Maar deze week zat ik fout. In de pandemische schijnvertoning komt het, net als in het echte leven (ja, ik weet het: het coronaleven is het echte leven, maar vooralsnog weiger ik dat nog steeds toe te geven), voor dat ik het ene na het andere bekijk en telkens teleurgesteld word. Waarna ik de krant opensla en in een recensie lees dat ik een „theaterkleinood” van schrijfster Maria Goos miste in een livestream van Toneelgroep Oostpool. Wat ik aangekondigd zag, maar ik lette niet goed op, reserveerde niet en daar had ik dus ongelijk in. En net als in het echte leven (ja, ik weet het, etc.) krijg ik geen tweede kans. Dit was blijkbaar mooi, dit was denkelijk echt iets voor mij, en dit zag ik niet want ik sloeg het over. Eigen schuld.

Coronatestmassavoorstelling

Anderzijds ben ik helemaal niet teleurgesteld dat ik er niet aan te pas kwam voor de coronatestmassavoorstelling in het Utrechtse Beatrix Theater, ondanks de reportages van publiek in tranen. Die tranen begrijp ik, daar doe ik niets aan af. Maar die test zoekt iets uit wat allang is onderzocht. Ik ben geen wetenschapper maar wel een ervaringsdeskundige die vorig jaar zolang het kon allerlei voorstellingen in theaters overal in het land bezocht, inclusief het Vlissingse festival Film by the Sea. En telkens maakte ik mee hoe zorgvuldig de theaters de Covid-maatregelen uitvoerden. Theater kon veilig en kan veilig, ik weet dat, daarvoor hoefde ik niet naar Utrecht.

Los daarvan, daar trad een cabaretier op van wie ik recent op de radio een coronagrap hoorde. Die ging zo: „Ik mag wel naar de hoeren maar ik mag niet mijn oma knuffelen.”

Getver. Mij niet gezien. Ik pas. Ik binge liever Red Light, de NPO-serie over prostitutie voor wat het is: handel in vrouwen zonder een schijn van kans. „Ik mag wel naar de hoeren….” Kijk naar die serie en je beseft wat de cabaretier hier eigenlijk zegt: ik mag mijn gang gaan met een vrouw omdat ik haar geld geef. Ik mag misbruik ontkennen, en mezelf voorspiegelen: met mij vindt ze het leuk, want ik ben zo’n aardige klant.

Met iedere aflevering die ik zie, groeit mijn bewondering voor Red Light. Prachtig geschreven en geregisseerd, met spectaculair spel van Carice van Houten en Halina Reijn. Maar let ook op Maaike Neuville als de politievrouw wie het allemaal te veel wordt. Maak mee hoe haar personage zo wanhopig wordt dat ze een groep hoerenlopers gewoon die ene vraag stelt die niemand ooit stelt: „Waarom doen jullie dit?” Hun antwoord bestaat uit hun weigering om antwoord te geven.

Ze lopen joelend door, het gruwelijke strijdlied van de hoerenloper zingend: „Daar moet een píémel in…”