Opinie

Een scenario voor de long Covid-economie

Maarten Schinkel

Ze komen eraan, de Roaring Twenties! Want, als we Covid eenmaal achter de rug hebben, kunnen we gaan bouwen aan een nieuwe, andere economie. En die ziet er, opluchting, opluchting, goed uit. Zou het? Er zijn twee parallellen met een eeuw geleden. De eerste: er was een Wereldoorlog achter de rug, gevolgd door de pandemie van de Spaanse griep. De tweede: het was een decennium waarin de jaartallen lijken op het huidige.

Geen sterke case hier, tenzij de horror van de oorlog en de Spaanse griep als even erg worden beschouwd als Covid. En tenzij je een zwak hebt voor numerologie.

In werkelijkheid heeft niemand een idee. En dat kan ook niet. Als je iemand in 1971 had gevraagd hoe de rest van dat decennium eruit had gezien, zou hij of zij dan hebben gezegd: oliecrisis, stagflatie, punkbeweging, no future? Nee. Coca-Cola-reclame, welvaart, bloemen in je haar en de wereld samen een liedje laten zingen. En in 1981? Beurshausse, hebzucht is goed, yuppies, val van de Muur? Natuurlijk niet: Joy Division, eeuwig werkloos, stakingen en malaise. Het is een leuke oefening om dat voor elk decennium te doen.

Nog los hiervan muteren economische scenario’s nu voortdurend met het virus mee. In april vorig jaar werd een ‘tweede golf’ nog gezien als een duistere variant. In november, toen AstraZeneca middenin de tweede golf het eerste werkzame vaccin aankondigde, zou de zon al volop doorbreken in het voorjaar van 2021. Dat herstel is, in de huidige derde golf, alweer opgeschoven in de tijd.

Waar de economisch scenaristen nog nauwelijks publiek mee bezig zijn, is de mogelijkheid dat het virus nog heel lang blijft circuleren - endemisch wordt. Hoe gaan mensen reageren als dit geen boze droom blijkt waaruit we straks ontwaken? Het normale leven zal, zo valt aan te nemen, vaker onderbroken worden met routineuze oprispingen van de ziekte, test-excercities en een blijvende race tussen mutaties en vaccinaties.

Dat heeft gedragsveranderingen tot gevolg. Gaan we meer sparen? Wordt in het bedrijfsleven rendement ingeleverd voor voorspelbaarheid? Wordt de vaste baan weer de norm, en wordt de afbouw van ‘precaire’ arbeidsomstandigheden politiek ingezet? Gaat het risico weer terug van de factor arbeid naar de factor kapitaal, en wat doet dat weer met de winstgevendheid van ondernemingen? Daalt dan de inkomensongelijkheid? Lijdt internationale openheid en samenwerking onder de nauwelijks verholen reflex van nationalisme die de strijd om de vaccins heeft veroorzaakt? De Amerikaanse president Biden gelastte nog woensdag een onderzoek naar de kwetsbaarheid van het bedrijfsleven en zijn aanvoerlijnen, met de vraag of essentiële zaken niet beter in de VS zelf kunnen gemaakt. Als internationalisering welvaartsverhogend was, dan is het streven naar autarkie het tegenovergestelde.

Intussen zijn veel ondernemers hun spaargeld kwijt en het vermogen dat zij opzij wilden zetten voor hun pensioen. Flexwerkers en veel zzp’ers - vrijwillig of niet - zijn hardhandig gewezen op hun kwetsbaarheid. Een vaste baan was in het afgelopen jaar goud waard. Bedrijven kregen te maken met de kwetsbaarheid van hun aanvoerlijnen en kleine, efficiënte, voorraden. Overheden mochten diep in de buidel tasten, maar krijgen straks te maken met een staatsschuld die zo hoog is dat dit beleid niet of nauwelijks kan worden herhaald.

Dit soort input kom je niet of nauwelijks tegen in de modellen. Hoog tijd dat er scenario’s komen voor de long Covid-economie. Waarin risico het aflegt tegen zekerheid. Niet dat het ervan hoeft te komen. Maar tegenover de fantasie van de Roaring Twenties mag ook best een wat duisterder scenario staan. Dan valt er straks, misschien ook een keer wat mee.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.