Reportage

In Polen gaan veel mensen alleen naar buiten als de app meldt dat de lucht schoon is

Luchtvervuiling Veel Polen verwarmen hun huizen nog steeds met goedkope kolenkachels, waarin ze vaak ook hout en afval verbranden. Dat heeft grote gevolgen voor de volksgezondheid.

Buiten spelen is niet zonder risico in het Poolse Zabierzów, vanwege de smog die wordt veroorzaakt door kolenkachels.
Buiten spelen is niet zonder risico in het Poolse Zabierzów, vanwege de smog die wordt veroorzaakt door kolenkachels. Foto Anna Liminowicz

De giftige geur lijkt op een combinatie van vers asfalt en smeulend plastic. Een diepe ademteug werkt direct verstikkend. Alsof je denkt een grote slok water te nemen, maar dit zodra het je strot bereikt dikke vla blijkt te zijn.

Welkom in Zabierzów, een gemeente aan de rand van de Poolse stad Krakau, waar de luchtvervuiling ’s winters overweldigend is. Voor sommige inwoners zo overweldigend, dat ze nauwelijks buiten komen. „Het grootste deel van de winter zijn we gevangenen in ons eigen huis”, zegt Monika Wojtaszek-Dziadusz (52).

Elke ochtend als zij opstaat, checkt ze hoe erg de smog is. Door via een app het lokale meetstation voor de luchtkwaliteit te raadplegen. En door uit haar raam te kijken. „Als ik het huis van mijn neef kan zien, op de heuvel hier twee kilometer vandaan, valt het mee.” Is dat huis verborgen achter grauw bruine wolken, dan maakt ze die dag geen wandeling en laat ze haar dochter van 13 niet buiten spelen. Ongeveer een week per jaar is het aantal giftige deeltjes in de lucht zo hoog, dat ze haar zelfs thuis houdt van school.

Op een kaart van de luchtvervuiling in Europa prijkt naast een vlek boven Moskou en rotzooi in de oostelijke oksel van Italië, vooral heel veel viezigheid boven Polen. En als Polen de kortademige man van Europa is, zijn de valleien in het zuiden diens kapotte longen. Nergens is de lucht zo smerig als hier. Volgens het Europees Milieuagentschap overlijden in Polen (krap 38 miljoen inwoners) jaarlijks bijna 50.000 mensen vroegtijdig vanwege luchtvervuiling, vooral door longkanker en hart- en vaatziekten. Hardnekkige allergieën, astma, aanhoudende bloedneuzen en permanente infecties aan de luchtwegen hebben ook een forse impact op het dagelijks leven.

Deze crisis voor de Poolse volksgezondheid heeft eigenlijk maar één oorzaak. In steden en vooral op het platteland worden veel huizen anno 2021 verwarmd met ouderwetse kolenkacheltjes. Hoe kouder de winter, hoe meer goedkope steenkool – de afdankertjes die de mijnen niet kwijtraken aan energiecentrales – daarin gestookt wordt. Aangevuld met hout en vaak ook afval. „Heel veel mensen weten niet dat ze de smog en dus hun eigen ziektes zelf veroorzaken”, zegt Wojtaszek, een kunstdocent die als anti-smog-activist probeert haar gemeente voor te lichten. „Of ze willen het niet weten. Want zodra ze toegeven dat ze onderdeel zijn van het probleem, moeten ze ook iets doen aan de oplossing.”

Reportage: De verloren strijd van de Poolse mijnwerkers

Wojtaszek is zich ook pas enkele jaren bewust van de impact van smog. Ze werd in een van de dorpen van Zabierzów geboren, maar groeide op in Krakau – een notoir vieze stad. „De stank van verbrande kolen was voor ons simpelweg ‘de geur van winter’. Net zoals het erbij hoorde dat de gordijnen zwart werden als je het raam openzette. En dat mijn allergie elk jaar opspeelde.” Toen ze 25 jaar geleden terug verhuisde naar haar geboortegrond, was dat letterlijk een verademing. Maar de transitie van communisme naar kapitalisme en toenemende welvaart maakten de lucht steeds viezer. „De vallei werd volgebouwd. Vol met huizen met kacheltjes. Gebouwen die bovendien de luchtcirculatie blokkeren”, zegt Wojtaszek.

Het grootste deel van de winter zijn we gevangenen in ons eigen huis

Nu is de lucht hier zelfs viezer dan in Krakau, omdat de – progressievere – stad een maatregel heeft genomen die in Zabierzów taboe is. Na een subsidieprogramma om mensen te helpen hun oude kolenkachels te vervangen, geldt in Krakau sinds 2019 een totaalverbod op het verbranden van kolen én hout. Een ban die, gehandhaafd met drones, tot spectaculaire verbetering van de luchtkwaliteit heeft geleid. Al blijft vervuilde lucht uit de omgeving ook hangen boven de stad.

Een bezoek aan Krakau en haar randgemeenten toont niet zozeer het contrast tussen Polen, een land in ontwikkeling dat prat gaat op zijn lange traditie van kolenstook, en de rest van de EU, waar klimaat en milieu meer aandacht krijgen. Het legt vooral de economische ongelijkheid binnen Polen bloot. Het verschil tussen de steden en het platteland. En tussen de groeiende middenklasse die naast centrale verwarming ook de kennis en tijd heeft om zich zorgen te maken over schonere lucht, en de armere, vooral oudere mensen voor wie de overgang van een kolenkachel naar minder vervuilende verwarming te duur, te ingrijpend en te ingewikkeld is.

Schouderhoog bakbeest

Vraag in Zabierzów waar de grootste vervuilers wonen en ze wijzen naar het onbemiddelde wijkje van Leokadia Czepiec. Na enige aarzeling schuifelt de 74-jarige, met een muts op en twee vesten aan, langs de grijze buitenmuur van haar huisje om haar hek open te doen. Ze kan zich nauwelijks verstaanbaar maken boven het lawaai van het langsdenderende verkeer op de weg waaraan ze woont. „Al die auto’s zijn een veel groter probleem dan dat kacheltje van mij”, denkt zij.

Inwoners gebruiken een app om te zien hoe vuil de lucht is.

Dat kacheltje is een schouderhoog metalen bakbeest in haar kelder. Twee keer per dag moet ze met haar stramme lijf de trap af om het te voeden met brokken kool en schrootjes wilgenhout. De kranten waarmee ze die aanmaakt, dateren van begin deze eeuw. Czepiec woont hier sinds 1954, inmiddels alleen met vier wilde katten. „Iedereen uit mijn gezin is verhuisd, naar de stad, naar het buitenland en naar het kerkhof.” Eens per jaar helpt een buurman of neef haar om voor 2.700 zloty (600 euro) kolen in te slaan.

De overgang naar gas ziet ze niet zitten. Niet omdat de kachel vervangen zo duur zou zijn, daar is inmiddels ook landelijk subsidie voor, maar om de maandelijkse kosten die daarop volgen. Bovendien is haar huis van 72 vierkante meter nauwelijks geïsoleerd, wat haar energierekening op zou drijven. Maar „er is iemand langs geweest.” Ze weet niet wie. „Die vertelde dat mijn kachel over een paar jaar verboden wordt, dat ik móét veranderen.”

Hoewel het lokale bestuur kiezers hier niet wil dwingen om hun kachels te vernieuwen, zijn er wel regionale en landelijke fondsen om dit te stimuleren. Er is veel kritiek op de stroperige implementatie van het ‘Czyste Powietrze’ (Schone Lucht) programma van de nationale overheid die ondertussen kolenmijnen blijft subsidiëren. „In het huidige tempo zijn we in Zabierzów nog vijftien jaar bezig om de resterende 2.700 antieke kachels te vervangen”, zegt Monika Wojtaszek. Maar feit is dat de conservatief-nationalistische PiS-regering in 2018 een landelijk fonds heeft opzet – iets wat eerdere kabinetten nalieten. Zonder eenduidig beleid van bovenaf, zorgt de luchtvervuiling voor toenemende onderlinge conflicten tussen de inwoners. In Krakau werd de verandering acht jaar geleden in gang gezet toen bezorgde ouders in actie kwamen.

Leokadia Czepiec bij haar ‘kacheltje’

Net als eerder in Krakau, zijn het in Zabierów vooral bezorgde ouders die, omwille van de gezondheid van hun kinderen, de revolutie prediken. Ze accepteren niet langer dat ze als EU-burgers gif inademen. Leatycja (8), de jongste dochter van Aneta Wnek (40), heeft erg veel last van de vervuilde lucht. „Ze lijdt ’s winters aan chronische hoofdpijn en een permanente hoest. Het is zo erg dat ze van de dokter steroïden krijgt om beter adem te kunnen halen”, zegt Wnek. In elke kamer van haar witgepleisterde huis, waar de kerstversiering nog hangt, staan luchtreinigers „in de turbostand, luider dan een stofzuiger”.

Dichter bij de natuur

Het gezin verliet Krakau zeven jaar geleden om dichter bij de natuur te wonen. „We verhuisden in mei en het eerste half jaar was geweldig”, zegt Wnek. Tot de vallei in november bedekt werd met een deken van smog. „We waren er van overtuigd dat de lucht hier schoner zou zijn, maar nu we ook hier een meetstation hebben, weten we dat de situatie hier drie keer slechter is dan in Krakau.”

Wnek werkt als coach van werklozen en weet hoe je mensen moet nudgen – voorzichtig stimuleren tot verandering. In een poging zelf iets aan de luchtvervuiling te doen, probeert ze haar buren te bekeren. „Met wisselend resultaat”, zegt ze lachend. Toen haar een paar winters geleden opviel dat de buren, een jong stel met een tweeling, ondanks alle luiers veel minder afval op straat zette dan zij, stuurde ze hen een kerstkaart. „Met de allerbeste wensen én de opmerking dat het toch vreselijk zou zijn als hun baby’s de rook van kolen en verbrand afval zouden inademen.” De buren vervingen subiet de kachel, dat is te zien omdat er geen donkere rook meer uit hun schoorsteen komt en zij nu ook volle vuilniszakken hebben. „Maar ze groeten me nooit meer. Wanneer ik ze zie, draaien ze hun blik af.”

Mensen horen niet graag dat ze iets verkeerd doen, denkt Wnek. „Als ik ze erop aanspreek zeggen ze: dit is hoe wij hier onze huizen verwarmen. Als het je niet bevalt, ga je maar terug naar de stad.”