22 bijzondere meesterwerken volgens u

Lezersreacties Het Meesterwerk Veel lezers reageerden op onze oproep: Welke kunst loodst u door de coronatijden? Wat zijn de meesterwerken waarvan we nog wel kunnen genieten nu theaters, musea en concertzalen gesloten zijn?

Illustratie XF&M

Iedereen kent het genot van de verhalen die je vrienden vertellen. De manier waaróp ze die vertellen. Hun waarnemingen. Wat zijn ze leuk, deze vrienden. Wat is het fijn je te laven aan hun belevenissen en anekdotes.

Bekijk ook de verzameling meesterwerken volgens onze recensenten

Precies dat gevoel bekroop ons bij het lezen van de mails die onze lezers stuurden na onze oproep: wat zijn de meesterwerken waar we nu naar moeten kijken, luisteren of die we nu moeten lezen. Zo’n 75 brieven kregen we, uit alle sprak passie, het getroffen zijn door de beelden, de ideeën, de klanken van de gekozen boeken, kunstwerken en muziekstukken. Corona-dip? Een duik in de mailbak en we konden weer door. Doordat we ons net weer even hadden gewarmd aan een dansende Sophia Loren, aan een vonkje goddelijke Mozart of aan een psychologische meesterobservatie van Tsjechov.

Het maakte de selectie van de Mooiste 22 Meesterwerken des te moeilijker. Hoezo door naar de volgende aanbeveling als je nog zo heerlijk naar … zit te luisteren, je intussen visueel verliezend in de details van Van Eycks Annunciatie?

Pop Van Morrisson - Tupelo Honey
‘Hij was gelukkig en verliefd als kluizenaar in gezinsverband’


Nu de meesten van ons noodgedwongen in een of andere bubbel zitten, vergeten we snel dat dit ook in een ‘normale’ wereld niets bijzonders is. En dat we er soms zelfs bewust voor kiezen, en gelukkig van worden. Als je verliefd bent bijvoorbeeld. Zeker als je dan ook nog getrouwd bent met het object van die verliefdheid en het (bijna pastorale) leven leidt dat je wilt leiden. Zoals Van Morrison ten tijde van de totstandkoming van zijn elpee Tupelo Honey.

Net verhuisd van Woodstock naar Californië is voor Morrison het leven één groot feest, mits vrouw Janet (en dochter Shana) maar in de buurt is. Veel meer is niet nodig; Morrison leefde destijds min of meer als kluizenaar in gezinsverband. Zijn vrouw is zoet als honing uit Tupelo (titelsong). Hij speelt gitaar voor haar als ze rond Kerst een week ingesneeuwd zitten (‘I Wanna Roo You’). De sneeuw ruimt hij later welgemoed op, want een roodborstje kondigt de lente alweer aan (‘Starting A New Life’).

’s Avonds wandelen ze in het maanlicht – wel voor negenen thuis zijn! (‘When That Evening Sun Goes Down’). Alleen de wilde nacht uit ‘Wild Night’ zit er even niet in.

Peer Bataille, Utrecht

Klassiek J.S. Bach – Das Wohltemperierte Klavier
‘Heel soms lukt het en krijgen mijn vingers vleugels’

Er zijn pianodeuntjes die lekker wegspelen, met een royaal rechterpedaal om me te redden uit lastiger passages. Maar Bach is een leeuw die zich niet zo makkelijk laat temmen. Daar is tijd, aandacht en geduld voor nodig. Ik ben nog nooit zoveel thuis geweest als nu: een uitgelezen periode om delen uit Das Wohltemperierte Klavierin te studeren.

Ik ga te werk alsof ik een kapotte klok repareer. Eerst haal ik alle onderdelen (de verschillende stemmen) voorzichtig uit elkaar. Ik poets ze op, olie ze, oefen ze allemaal apart. Daarna zet ik alle radertjes weer in elkaar. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Foute noten doen afbreuk aan de schoonheid van deze muziek, die helder, regelmatig en tegelijkertijd vloeiend moet klinken. Alle melodielijnen verdienen het in harmonie met elkaar gehoord te worden. Ik doe mijn best, in de wetenschap dat dit wonder niet valt af te dwingen.

Heel soms lukt het en krijgen mijn vingers vleugels. Dan is het alsof de zon doorbreekt. Even ben ik buiten tijd en ruimte en tegelijk meer aanwezig dan ooit. Weg onrust, eindelijk vrede met mezelf.

Marie Brummelhuis, Amerongen

Beeldende kunst Pieter Bruegel de Oude – Parabel der blinden
‘Dit schilderij heeft een les voor ons in coronatijd’


Pieter Bruegel (ca. 1525-1569) is een schilder die graag misstanden aan de kaak stelt of een boodschap wil overbrengen. Zo ook in De parabel der blinden (ca. 1568). Volg de Leider, ook al is het een sukkel. De eerste kukelt in de greppel, de tweede waarschijnlijk ook, de rest dat betwijfel ik, ook al hebben ze onderliggende gebreken. Wij volgen de Leider ook, maar zijn we niet blind?

Afstand houden, geen mondkapje; die waren er gewoon niet. Afstand houden, geen testen; die waren er gewoon niet. Afstand houden, geen vaccinatie; die zijn er gewoon niet. Afstand houden, avondklok; ik heb geen hond. Blijf in uw KOT.

Bruegel laat zien wat er gebeurt als men zich onvoorbereid op straat begeeft of als men geen goede begeleiding heeft of de geboden middelen niet aanreikt.

Je kunt zien, dat de personen op het schilderij bij de ME hebben gewerkt, ze zijn uitgerust met een wapenstok en kunnen blindelings in de rondte slaan.

Het schilderij is aandoenlijk, maar heeft ook een onderliggende treurnis. Pieter Bruegel is in Italië geweest, in de Alpen, met après-ski en heeft in Brabant carnaval gevierd. Hij was een vakman, ondernemer, leraar en ziener. Hij was zijn tijd ver vooruit.

Fons Daniëls, Reusel

Klassiek Jan Ingenhoven – Blaaskwintet
‘Deze muziek is een schat klaar om ontdekt te worden’

In de eerste twee decennia van de twintigste eeuw bruiste het van de nieuwe muziek. Pioniers als Stravinsky (1882), Bartók (1881) en Ives (1874) verkenden nieuwe wegen. Ook Nederland kende een representant van deze rond 1880 geboren generatie: Jan Ingenhoven (1876). In 1911 schreef Ingenhoven een briljant blaaskwintet. Bij dit eendelige werk lijkt de vorm niet tevoren vast te liggen, waardoor de ontwikkeling improvisatorisch overkomt. Het blaaskwintet bestaat uit drie elementen: haast zwevende, opstapelende klanklagen, een reciterende klarinetpartij en een springerig thema dat steeds weer in zichzelf lijkt over te vloeien. Deze elementen vinden aan het eind van het stuk rust in elkaar. Van Ingenhoven horen we nooit meer iets. De canon van de muziekgeschiedenis vertelt helaas alleen het verhaal van de winnaars. Het blaaskwintet is via de muzieksite imslp.org te downloaden. Er is nog geen opname van beschikbaar; een schat die klaarligt om ontdekt te worden.

Lukas van Fessem, Den Haag

Beeldende kunst Gustav Klimt – Tod und Leben
‘Ik ben bang voor het winkelwagentje te dicht achter mij’


De grootste kracht van de mens is het vermogen tot perceptiewisseling. En dat kan ik in deze tijd wel gebruiken. Wie van blikveld verandert, creëert mogelijkheden om te accepteren, zich aan te passen en een andere houding aan te nemen.

Het schilderij Tod und Leben van Gustav Klimt (1862-1918) helpt mij daarbij. Rechts zie je alle stadia van het menselijk leven. Links loert het coronaspook begerig op zijn volgende slachtoffer, maar de mensheid als geheel zal hij niet raken.

Ik kan me, afhankelijk van mijn gemoedstoestand, identificeren met het hulpeloze kind, de gelatenheid van de oude vrouw, de kracht van de gespierde man.

Desondanks hijgt soms de hete adem van de angst in mijn nek, bijvoorbeeld als er weer een familielid of goede vriend besmet blijkt. Of tijdens het doen van inkopen in de supermarkt, als ik – te dicht achter mij – de ratelende wielen hoor van een winkelwagentje. „Heden ik, morgen gij?”

Op die momenten denk ik aan Tod und Leben van Klimt. Ik accepteer de angst en omarm het leven. Kwestie van perceptie.

Laurens Hoevenaren, Brummen

Architectuur Pierre Cuypers – Het Rijksmuseumgebouw
‘Neem de moeite om een rondje te maken om ons eigen Rijks’


Toegegeven, zelfs ik als kunsthistoricus heb doorgaans weinig aandacht voor de buitenkant van een museum. Het gaat tenslotte om wat er binnenin te vinden is. Toch loont het de moeite om eens een rondje te maken om ons eigen Rijksmuseum van Pierre Cuypers, waar voor degenen die opletten prachtige tegeltableaus op de buitenmuren te vinden zijn, en laat ik ook de uitgebreide beeldengroepen niet vergeten.

Overigens is niet iedereen altijd enthousiast geweest over het gebouw, zo weigerde koning Willem III ook maar één voet in „dat klooster” te zetten. En daar had hij wel een punt. De eclectische bouwstijl houdt het ergens tussen vroege Nederlandse Renaissance en Gotiek, en die laatste werd in de negentiende eeuw geassocieerd met het katholicisme.

Het Rijksmuseum is dan ook een vreemde eend in de bijt is vergeleken bij andere nationale musea, een classicistische stijl had elders in Europa de voorkeur bij de bouw van deze tempels voor de kunst. Een laatste bijzonderheid is de afwezigheid van een monumentale ingang. Geen bordesscènes voor kunstminnende Nederlanders. Nou heeft dit wel geleid tot het voordeel dat we, al fietsend door Amsterdam, ons toch even in het museum kunnen begeven.

Wouter Maas, Amsterdam

Beeldende kunst Cor Litjens – Bebouwde Brug
‘Zó mooi symbolisch kan de kijk op het leven zijn’


Opgaan in het landschap zonder dat het nu echte landschapskunst is…

Als het wekelijks rondleiden in een museum noodgedwongen is ingeruild voor een sportief fietstochtje in de buurt, valt er veel te ontdekken en te genieten. Gaandeweg ontwikkelt zich een patroon van voorkeursroutes. Routes die passen bij verschillende weersomstandigheden, bij m’n humeur én bij een tijdstip.

Bij helder weer springt er één route voor mij uit: fietsen bij zonsondergang langs de Langbroeker Wetering. Waar ’n grote buizerd rakelings vanuit het bos langs je heen scheert en het weiland opzoekt om voor de nacht nog even zijn kostje bij elkaar te scharrelen, daar heeft een kunstenaar in het water zijn ‘Doorkijkbruggetje’ gezet. Een bronzen object met vele vensters op een prachtig weiland dat nu door de zon wordt opgelicht en zijn schaduw in het water achterlaat.

Zó mooi symbolisch kan de kijk op het leven zijn. Ik moet daar altijd even afstappen en proberen door alle vensters tegelijk te gluren. Geheel gefocust – terwijl het verkeer soms achter mijn rug doorraast – beleef ik het onovertroffen beeld.

Besmettelijk, maar dan anders.

Margot Mombers, Doorn

Klassiek J.S. Bach – ‘Ricercar a 6’ uit het Musikalisches Opfer
‘Vanaf maat 57 kijkt u recht het heelal in’

Iedereen kent Bach. Maar hebt u wel eens echt goed geluisterd naar zijn ‘Ricercar a 6’ uit het Musikalisches Opfer BWV 1079? Het betreft een zes-stemmige fuga (‘ricercare’ is een oud woord voor fuga) die zo’n 7 tot 10 minuten duurt, afhankelijk van de uitvoering. Niet een aardig drie- of vierstemmig werk, maar een zesstemmige fuga. Vanaf maat 57 gaat het dak van de kathedraal en kijkt u recht het heelal in, om in maat 75 bij de oorsprong van het al uit te komen. Vanaf daar buitelt u van dissonant naar dissonant weer naar het fundament der dingen en na maat 205 staat u weer op uw eigen aarde. Maar zo’n 10 minuten lang was u niet alleen in een wereld zonder pandemische of politieke problemen, maar vertoefde u zelfs in een geheel andere wereld, die er alleen voor u was.

Wouter Olthuis, Enschede

Boeken Leo Tolstoj – Oorlog en vrede
‘Als ik dit boek uitheb, is dat ellendige virus voorbij’


Dit gaat wel even duren is mijn gedachte als ik in de boekwinkel Tolstojs Oorlog en vrede (1869) bekijk in de vertaling van Bloemen en Wiebes. Het is begin maart 2020 en de berichten uit China en Italië liegen er niet om: het virus dat op ons afkomt is niet te peilen noch te bevatten. De roman (1.624 bladzijden) en de pandemie hebben in ieder geval gemeen dat ze lang gaan duren verwacht ik en magische logica doet me het boek kopen. Want aangekomen op die verre, laatste bladzij van Oorlog en vrede is dat ellendige virus beslist een afgesloten hoofdstuk, luidt mijn bezwering.

Inmiddels is het bijna een jaar later en noch het virus, noch Oorlog en vrede zijn voorbij.

Beland op bladzijde 1.352 weet ik inmiddels wel dat Tolstoj me heeft geleerd dat alles is zoals het moet zijn, en niet anders. („…hij kwam tot het inzicht dat er in de wereld niets angstaanjagends is”). En, naast dit troostrijke idee dat maakt dat ik deze periode enigszins gelaten beleef, weet ik nu ook dat niet Rutte, noch De Jonge of Van Dissel de geschiedenis gaat bepalen. Dat doen namelijk de massa’s, weet Tolstoj.

Evelyn Pokorni, Zierikzee

Pop Crashdïet – Generation Wild
‘Deze plaat is een hoogtepunt binnen de sleazerock’


Het is een muziekgenre dat zich zelden meldt in NRC en zelfs niet op grote populariteit binnen de rockscene kan rekenen. Desondanks breek ik hierbij graag een lans voor dit bij het grote publiek onbekende meesterwerk, het album Generation Wild van het Zweedse Crashdïet. Het trema op de bandnaam legt een duidelijke link naar hun grote inspiratiebron: Mötley Crüe. De jaren 80 van de vorige eeuw waren dergelijke bands goed gezind, maar na de grunge-golf rond 1992 leek niemand de muziek nog te willen maken of luisteren.

Groot was dan ook de verrassing in 2005 toen Crashdïet uit het niets haar debuut Rest in Sleaze presenteerde, een nog ruwe diamant. Twee zangers en een avontuur met Universal later kwam in 2010 Generation Wild uit. Alles klopte op deze plaat en het resultaat is een hoogtepunt binnen de opleving van sleazerock, waarbij Scandinavische bands (o.a. Crazy Lixx, Hardcore Superstar, Babylon Bombs) de boventoon voerden. Was Generation Wild rond 1987 uitgekomen, dan had Crashdïet zich met gemak tussen bands als Ratt, Poison en Guns N’ Roses kunnen nestelen. Dat is helaas niet het geval, maar het album is op dit moment nog altijd fijn om bij thuis te werken met een rebelse vuist in de lucht.

Dennis Rietveld, Barendrecht

Klassiek Franz Schmidt – Das Buch mit sieben Siegeln
‘Een oratorium over de Apocalyps past in deze tijd’


Dit apocalyptisch oratorium ontstond in de crisisjaren dertig. De teksten komen uit de Bijbel (Openbaringen) en behandelen gruwelijke beproevingen, maar uiteindelijk overwint het goede. De nazi’s roken een kans en gaven de Oostenrijker Franz Schmidt opdracht voor een cantate „Deutsche Auferstehung”. Schmidt maakte de opdracht niet af. Hij schreef nog wel een pianokwintet voor de Joodse pianist Paul Wittgenstein en overleed in 1939. Schmidt kreeg postuum en onterecht het label van nazi-sympathisant en werd omstreden.

Een oratorium over de Apocalyps past in deze tijd, net zoals de hoop op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarmee het stuk jubelend eindigt. Das Buch mit sieben Siegeln verdient meer luisteraars. Het is enorm interessant: laatromantiek met licht modernistische trekjes. Bazuinen in het orkest, contrapuntisch gelaagde zang, orgel en een tenor in de hoofdrol van de profeet Johannes. En ondanks de grote bezetting en de zware materie, is het werk verrassend transparant en uitgebalanceerd. Het magnum opus van deze vergeten componist.

Adriaan Rothfusz, Kamernik

Beeldende kunst Jan van Eyck – Annunciatie
‘Dit schilderij nodigt bij iedere blik opnieuw uit tot reflectie’


Boven mijn bureau hangt sinds twee jaar een reproductie van Jan van Eycks Annunciatie. Het kleurrijke werk troost, wekt be- en verwondering vanwege de technische perfectie, nodigt bij iedere blik opnieuw uit tot reflectie. Het echte doek – oorspronkelijk geschilderd op paneel en later overgebracht – is klein: 34 bij 90 centimeter. Het is eenvoudig jezelf te verliezen in details, zoals de vloertegels met bijbelse scènes, de minutieus weergegeven juwelen op de mantel van aartsengel Gabriël en de fresco’s op de achtergrond. Dan gaat echter het grote verhaal verloren: dat van de aankondiging, de hoop. Van Eyck dwingt het oog – en de gedachte – telkens te schakelen tussen detail en overzicht.

Net voor de lockdown bezocht ik de overzichtstentoonstelling in Gent. Van Eycks werken tonen zijn grootse talent om realisme, illusie en symboliek in één beeld te verenigen. Dit werk van hem vertelt Van Eycks verhaal in verschillende lagen. Het gaat over de schilder, tegelijk intellectueel én extreem vaardige ambachtsman. Het zet aan tot overdenking: slaat bruggen tussen het Hogere en de wereld, tussen iconografie toen en betekenis nu, tussen observatie en overtuiging. In de details schuilt de ontdekking, in het geheel de inspiratie die eeuwen overspant – juist nu.

Monique Roso, Leiden

Klassiek James MacMillan – Christmas Oratorio
‘Deze muziek geeft licht in donkere dagen, troost in barre tijden’


Met schone sokken, verse scheiding in mijn haar en gepoetste schoenen zat ik 16 januari klaar om uit te gaan in eigen huis. Naar het Kerstoratorium van James MacMillan: een wereldpremière vanuit het Concertgebouw waar ik zonder corona live bij geweest zou zijn. Nu zit ik in mijn eigen stoel. „Que le manège commence!” Maar niemand hoort me.

MacMillan is een innemende, voetbalminnende, zeer katholieke Schot. Zijn Lucas-passie en Johannes-passie zijn schitterend. Mijn hart klopt vol verwachting. Daar zijn ze: het Radio Filharmonisch Orkest, het Groot Omroepkoor en twee solisten: Mary Bevan en Christopher Maltman. De componist dirigeert zelf. Vanaf het begin, („O oriens…”) is het duidelijk: dit is prachtig. Ik hoor zeer uiteenlopende muziek: symfonische delen, bijbelteksten, koralen, een vioolsolo in het vrolijke „Hodie Christus natus est”. De eerste tien seconden doen me aan Philip Glass denken. Dreigende klanken bij het verhaal over de kindermoord in Bethlehem, engelenzang; een organisch zootje.

Mijn ziel is geraakt door zo veel schoonheid. Licht in donkere dagen. Troost in barre tijden. Muziek voor mij gemaakt, voor mij alleen. In de stilte na de slotmaten komt mijn vrouw thuis.

„Wat ik nu toch (in de auto) gehoord heb!”

„Ja”, zeg ik: „Ja!”

Marnix van der Sijs, Hilversum

Film Akira Kurosawa – Rashomon
‘Mensen kunnen de wereld extreem verschillend beschouwen’


Een tijdloos meesterwerk voor mij is de in 1950 uitgebrachte film Rashomon van de Japanse regisseur Akira Kurosawa. De film maakt onbarmhartig duidelijk dat mensen de wereld extreem verschillend kunnen beschouwen. Dat besef heeft mij na het zien van de film niet meer losgelaten. De kracht van Rashomon is dat Kurosawa de verhalen van vier hoofdpersonen zichtbaar naast elkaar toont, zodat een vergelijking zich aan je opdringt. Dat riep bij mij, door de extreme verschillen in hoe zij een gezamenlijke gebeurtenis beschrijven, verwarring op, totdat ik een scheidend echtpaar hoorde verklaren dat de laatste zomervakantie door de een als een hel en door de ander als een paradijselijk vertoeven was ervaren.

Ik ben in Rashomon toen op zoek gegaan naar aspecten die verantwoordelijk zijn voor het scheiden van de wegen. En die momenten zijn er, zoals de trots van de rover, hij is van zijn paard gevallen en door de politie opgepakt. Hij verklaart dat zijn paard schrok van een slang. Indringender is de scène waarin het pasgetrouwde echtpaar tegenover elkaar zit. Zij is verkracht door de rover, hij gevangengenomen. De twee verklaringen, die van de man en die van de vrouw, van dat moment, gaan door merg en been. En nee, zij wisselen hun kijk op de situatie niet uit.

Ja, je kunt een boom zien als symbool van opbloeiende liefde maar ook als een geschikt instrument om jezelf aan op te hangen.

Jack Rothuizen, Rotterdam

Klassiek Amy Beach – Pastorale voor blaaskwintet
‘Elk instrument is hier passend en meesterlijk in het samenspel’


De Amerikaanse pianiste en componiste Amy Beach (1867-1944) is de eerste vrouwelijke Noord-Amerikaanse componiste, vooral bekend om haar liederen. Tijdens haar laatste verblijf in een kunstenaarsoord in New Hampshire, in 1941, nam zij een compositie ter hand die ze twintig jaar eerder als strijkkwartet was begonnen, maar nu bestemde voor blaaskwintet: het enige in haar oeuvre. Pastorale roept de sfeer op van een vredige zomernamiddag in de bossen van New Hampshire, maar daarmee is nog niet verklaard waarom het een meesterwerk is. Wat het werk zo prachtig maakt is de volmaaktheid van de partijen, voor elk instrument passend en meesterlijk in het samenspel. Het thema van het begin komt aan het einde terug en omsluit aldus het van het thema afgeleide middendeel. De muziek is hemels en melancholisch. Bij het verlaten van de wereld hoop ik dat dit stuk wordt gespeeld.

Coen Schimmelpenninck van der Oije, Rotterdam

Pop Elvis Costello – Look Now
‘Voor mij is dit album steeds een bron van inspiratie geweest’


Het meesterwerk dat uiterst makkelijk te consumeren valt is het album Look Now (2018) van Elvis Costello. In de Leidse muziekwinkel waar het met veel genoegen zoeken is naar nieuwe cd’s van goede artiesten (of het omgekeerde), inspireerde al de uitspraak van filmmaker Wim Wenders: „Don’t spend your money on therapy. Spend it in a record store.”

Dit album is het aankoopbedrag meer dan waard. Het is een aaneenschakeling van melodieuze nummers maar met stevige afwisseling. Een co-creatie met meester Burt Bacharach als componist en pianist bij meerdere nummers. Nostalgie overvalt tijdens het afsteken van lagen behang (‘Stripping paper’), maatschappijkritiek klinkt door op het Brexit-beleid (‘I let the sun go down’) en voor mensen die graag observeren moet een zinnetje als „I see you looking at me looking at how you’re looking at me”, in de titelsong steeds opnieuw plezier brengen.

Een onvolmaaktheid zou het bonusliedje kunnen zijn waar Costello zich waagt aan het zingen in het Frans, dat had niet per se gehoeven. Maar een bron van inspiratie is dit album steeds geweest. Niet in de laatste plaats omdat de zanger Look Now opnam terwijl hij herstelde van een kankerbehandeling. Door met leven.

Michiel Schoo, Leiden

Klassiek Bruckner – Zevende Symfonie
‘Wat een gouden combinatie is dat: Bruckner en Haitink’


De laatste keer dat ik Bruckners Zevende symfonie live hoorde was op 7 september 2019 in het KKL in Luzern: Bernard Haitink dirigeerde de Wiener Philharmoniker in wat zijn allerlaatste optreden als dirigent zou blijken. Ik besefte weer wat een gouden combinatie dat is: Bruckner en Haitink.

Eerder dat jaar bezocht ik ook al de laatste uitvoering van deze symfonie onder Haitink in het Concertgebouw, toen met het Radio Filharmonisch Orkest. En de laatste keer dat ik de Zevende hoorde uitvoeren door het Concertgebouworkest met Haitink als eredirigent op de bok was op 17 februari 2017, daags nadat dezelfde combinatie (opname uit 1978) op het afscheid van mijn vader had geklonken.

Waarom deze gouden draad door mijn leven, wat maakt juist deze symfonie zo bijzonder voor mij, los van de combinatie met de door mij zo hoog geachte Haitink? Het bekende Adagio natuurlijk, met het steeds door verschillende instrumentgroepen overgenomen thema en die wat wonderlijke bekkenslag, maar met name ook het slot van het vierde deel, zo’n typische, kippenvel veroorzakende Bruckner-climax. Anders dan – soms – van Mahler, krijg ik van Bruckner nooit genoeg.

Jan Schultheiss, Amersfoort

Film Ettore Scola – Una giornata particolare
‘Het gaat uiteindelijk om wat tussen individuen gebeurt’


In 1977 verscheen de film Una giornata particolare van Ettore Scola. Wat vooral de aandacht trok was dat Marcello Mastroianni, latin lover bij uitstek, een homoseksuele man speelde en dat Sophia Loren haar schoonheid durfde te verloochenen door in de huid van een verslonsde huisvrouw te kruipen.

Maar het eerste, onwaarschijnlijk lange shot maakt meteen duidelijk waar de film echt over gaat: de confrontatie tussen twee levenshoudingen. Alle inwoners van een woonkazerne gaan enthousiast naar een redevoering van Mussolini. Alleen de homoseksuele Gabriele en huissloof Antonietta blijven achter, symbolen van de door de macho-cultuur onderdrukte personen. Als ze met elkaar in contact komen, denkt Antonietta dat Gabriele op seks uit is, zoals immers alle mannen, maar Gabriele bekent dat hij ‘anders’ is. Juist door de antimacho Gabriele leert Antonietta echte liefde en tederheid kennen, iets wat haar man en de fascistische slogans haar nooit hebben doen ervaren.

Dat is het kernthema van de film: groepen, systemen, slogans betekenen niets in vergelijking met wat er tussen individuen plaatsvindt. Antonietta ontdekt dat homoseksualiteit niet pervers kan zijn, omdat Gabriele een goed mens is die liefde kan geven.

Una giornata particolare is een meesterwerk, een prachtige, meeslepende film met een boodschap die iedereen aangaat.

Stef Smulders, Montecalvo Versiggia

Boeken Theo Thijssen – Jongensdagen
‘Echt een jongensding, zo’n wedstrijdje met een beetje valsspelen’


Wanneer in Theo Thijssens Jongensdagen (1909) de broers Henk en Ko op weg zijn om ergens brood te bezorgen, vraagt Ko zich ineens af hoe ver het nog is. Zeshonderd passen, schat Henk. Zevenhonderdvijftig, meent Ko. Wanneer ze hun doel naderen begint de eerste steeds grotere stappen te zetten, de tweede steeds kleinere. Het is zo’n passage waarin Thijssen zijn fenomenale observatievermogen demonstreert.

Echt een jongensding, zo’n wedstrijdje met een beetje valsspelen; net zo goed in 2021 als in 1909. Je zou bijna zeggen dat de wedijver tussen Henk en Ko de anekdote ontstijgt en universele geldigheid krijgt – als dat niet veel te hoogdravend zou zijn.

Jongensdagen is een boek waarvan het geheel juist niet méér pretendeert te zijn dan de som der delen. Een boek vol terloopse, onopgesmukte, rake miniatuurtjes. Over het kleine zusje van de broers: „Miep speelde op de stoep met een heel slap springtouwtje, dat maar niet over d’r hoofd wou.” Een tafereeltje, onder vele andere, om uit te knippen en in te lijsten. Oudhollandsche troost in bange dagen.

Phil van Tongeren, Amsterdam

Boeken Raymond Briggs – The Snowman
‘Deze tekeningen zijn onklopbaar in hun eenvoud’


Raymond Briggs schreef The Snowman in 1978 en hoefde zich niet om te draaien in zijn graf, want bij leven volgden al snel de animatiefilm en de merchandise. Dit verhaal verwerd zo tot een Disney-esque tranentrekker die eind december tot op de dag van vandaag bij het zappen op minimaal drie kanalen terug te zien is.

Waar in de film, tot grote ergernis van Briggs, een heel arsenaal aan seizoensartikelen uit de kast werd getrokken, inclusief de Noordpool, elfen en de Kerstman, is in het boek geen enkele verwijzing hiernaar te bekennen. Het had ook gewoon deze versneeuwde maandag in februari geweest kunnen zijn.

In 168 verstilde pasteltekeningen voert Briggs je zonder tekst langs wezenlijke levensthema’s met als ontluisterende apotheose dat de dood bij het leven hoort. Kom daar maar eens om dezer dagen.

Spoiler alert: De sneeuwpop smelt. Niet voor snowflakes dus, dit ‘onschuldige’ kinderboek.

Briggs had geen grote woorden nodig en je kunt hem niet stiekem betrappen op de ijdele metaforen die menig ander groot schrijver nodig heeft om vergankelijkheid te illustreren. Daarmee is The Snowman doeltreffend en onklopbaar in zijn eenvoud.

Erica Verweijen, Amsterdam

Klassiek Mieczyslaw Weinberg – Concert voor cello en orkest
‘Vaak melancholisch met af en toe zonneschijn’

De openingsmaten trekken me onmiddellijk het concert in. Er klinkt een prachtig melancholisch cello-lied van zeven minuten tegen de achtergrond van een terughoudend traag ritme van de violen. Even komt het orkest op sterkte: als een grootse zonsopgang. De muziek die ik hoor is geïnspireerd op klezmer begrijp ik; een joodse melodie die glimlacht door de tranen heen.

Het tweede deel is juist vrolijk en uitgelaten. Blazers met gekke korte passages creëren de sfeer van een opgewekte bruiloft in de oude joodse wijk van Warschau. Daar speelde Mieczyslaw Weinberg (1919-1996) vanaf zijn zesde jaar mee in het orkestje van zijn vader. Hij vluchtte voor de nazi’s naar Rusland en moest zijn ouders en zus achterlaten, die later vermoord werden in een concentratiekamp. In Moskou sloot hij een vriendschap met Sjostakovitsj die 32 jaar duurde, en waarbij ze al hun werken aan elkaar voorspeelden.

Achter dit, mij tot voor kort onbekende, Concert voor cello en orkest (opus 43) houden zich nog 250 composities schuil. Soms ongehoord prachtig, altijd ontroerend, vaak melancholisch met af en toe zonneschijn.

Jan Auke Walburg, Losser

Film Richard Kelly – Donnie Darko
‘Konden we maar vooruit of achteruit naar een tijd zonder corona’


Donnie Darko (2001) is de film die mij op de been houdt. De film van Richard Kelly speelt zich af eind jaren tachtig met prachtige muziek uit die tijd. Het nummer ‘Mad World’ geeft perfect de huidige coronatijd weer: „When people run in circles, it’s a very very mad world.” Wij lopen nu bijna een jaar in cirkels, zonder echt vooruit te komen. Dat is van de gekke.

Donnie, naast schizofreen ook heel normaal, ontmaskert de onechtheid van de Amerikaanse middenklasse. Hij verdiept zich in tijdreizen en wormgaten. Hij krijgt verkering met Gretchen, die tijdens Haloween tragisch overlijdt. Donnie offert zichzelf op door de tijd terug te draaien waarbij hij zelf overlijdt. Aan het einde van de film zien we Gretchen bij de overleden Donnie. Ze geeft aan hem nooit gekend te hebben. Dan wil je de film opnieuw zien om hem te begrijpen, maar dat lukt nooit helemaal. Hoe vaak je de film ook terugkijkt.

Donnie is een altruïst die zichzelf opoffert voor een meisje dat hem uiteindelijk nooit heeft ontmoet. Zich opofferen voor onbekenden is wat mensen in de zorg voortdurend doen. De film laat mij mijmeren over tijdreizen. Konden we maar vooruit of achteruit naar een tijd zonder corona.

Lammert Waslander, Groningen

Beeld Donnie DarkoL Foto A-film.
Foto Cuypers Rijksmuseum, Amsterdam: ANP/Dutchfoto.
Tekening The Snowman: Raymond Briggs.