Zendtijd voor premier en minister

Woord Sinds de pandemie is er regelmatig een persconferentie op tv. signaleert een vreemde ontwikkeling.

En weer is er een persconferentie, in een Haags zaaltje met journalisten. Met premier Mark Rutte en minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge, en tussen hen in een gebarentolk. Eerst komt de premier met een verklaring, dan de minister. Over coronamaatregelen die worden verlengd, of misschien wel versoepeld. Daarna stellen journalisten vragen. Het aparte van de coronapersconferentie is dat hij lijkt op een tv-programma.

Een persconferentie is een bijeenkomst „waar de mannen van de pers luisteren naar wat anderen zeggen”, legde in 1909 de Middelburgsche Courant uit aan zijn lezers in een van de eerste artikelen waarin het woord voorkomt.

Het is een bijeenkomst die, anders dan de meeste vergaderingen en congressen, speciaal voor journalisten wordt belegd, meldt het Basisboek Journalistiek. „Ze kunnen er informatie krijgen en vragen stellen.” Want dat is het doel: de voetbaltrainer, topman, filmster of politicus bedient zo veel mogelijk journalisten in korte tijd door antwoord te geven op hun vragen.

Niet iedereen houdt ervan. De Britse premier David Cameron stelde ze steeds uit, en perfectioneerde een wegloopdraai als er een journalist met camera op hem afkwam, zodat er geen vragen gesteld konden worden. De persconferenties van de Amerikaanse president Donald Trump waren eerst dagelijks, toen wekelijks, toen incidenteel en op het laatst liefst als de helikopter al met draaiende rotoren klaar stond, zodat niemand hem kon verstaan.

Sommige persconferenties zijn beroemd door wat er werd gezegd. Ajax-trainer Louis van Gaal zei in 1996 na een vraag aan een journalist: „Ben ik nu degene die zo slim is, of ben jij zo dom?” Sommige zijn legendarisch door wat er daarna gebeurde: toen jongensband Take That in 1996 live op muziekzender MTV aankondigde te stoppen, belden honderden ontroostbare meisjes de Kindertelefoon.

De idee achter de wekelijkse persconferentie van de premier, na afloop van de minsterraad, was dat het kabinetsbeleid beter uitgelegd moest worden. Het kabinet hoopte door meer openheid een beter imago te krijgen. Maar ook, zo vertelde premier Piet de Jong aan Marja Wagenaar voor haar boek over de Rijksvoorlichtingsdienst: „Ik vond dat als je één journalist wat vertelde, ze daar allemaal recht op hadden. [...] De een na de ander begon mij op te bellen.” En die „jongens en meisjes” belden „thuis tijdens het eten”.

Coronapersconferentie van 20 januari 2020. Foto Bart Maat/ANP

De coronapersconferentie vindt standaard plaats na de vergadering van het crisiskabinet en het doel is groter dan het beantwoorden van vragen van de parlementaire pers. Het kabinet wil ook de rest van Nederland informeren. Of liever, het wil ervoor zorgen dat mensen de coronaregels naleven en via de persconferentie hun gedrag beïnvloeden. Dat schrijven BNR-journalisten Laurens Boven en Sophie van Leeuwen in hun boek Stilte op het Binnenhof. Dat deze persconferenties live worden uitgezonden, helpt daarbij. „Daardoor konden we onze boodschap met een gigantische megafoon bij heel veel mensen in de huiskamers krijgen”, zegt premier Rutte.

Dus is de coronapersconferentie behalve een nieuwsbron, blijkbaar ook een voorlichtingsbijeenkomst. In de zaal zitten journalisten die vragen willen stellen over onderwerpen waar de premier en de minister aan voorbij gingen. Thuis zitten kijkers die zich willen laten informeren. En die zich afvragen of de verslaggevers nu echt zo nodig vraag A, B of C moeten stellen…

Jazeker, want dit is een persconferentie. Geen zendtijd die is gevorderd door het kabinet.