‘Ik kom altijd vrij, en dan vind ik je’ krijgt de wethouder te horen

Zap In de documentaire Doelwit (KRO-NCRV) getuigen zes wethouders van de ondermijning van het democratisch systeem door dreigementen en intimidatie. Het akelige is dat het werkt.

Oud-wethouder Matty Siersema (Muntendam) speelt een een dreigbericht af.
Oud-wethouder Matty Siersema (Muntendam) speelt een een dreigbericht af. Beeld KRO-NCRV

Matty Siersema, voormalig wethouder te Muntendam, houdt haar telefoon omhoog. We horen een mannenstem: „Je kunt me wel aangeven omdat ik je nu bedreigd heb, maar ik krijg daar geen levenslang voor, hè. Ik kom altijd weer vrij. En dan vind ik je.”

Siersema is een van de zes gemeentepolitici die in de documentaire Doelwit een „brief aan hun bedreiger” uitspreken. Bestuurders die plotseling na een gesprek over een clubhuis „voor mensen die op een motor rijden” een kaartje op de deurmat vonden met de bevestiging dat „wij weten waar je woont”. Of die na een conflict over het kappen van de bomen langs een oude beukenlaan thuis per brief werden geïnformeerd over wat je zoal aan een boom kunt hangen – wethouders bijvoorbeeld.

Gekken hou je altijd, zo luidt de lokroep van de relativering, maar de maandag door KRO-NCRV uitgezonden film van Nan Rosens berust op een statistiek die zich niet laat wegrelativeren: van de tienduizend Nederlanders die zich nuttig proberen te maken in het lokaal bestuur, heeft ruim een derde last van bedreigingen. Welkom in de intimidatiesamenleving.

Soms zie je de ontsporingen bij dossiers waarin de emoties nu eenmaal hoog oplopen, zoals de woonwensen van een motorclub, de komst van een asielzoekerscentrum of vastgoedbazen die hun belangen geschaad zien. Dat kun je echter moeilijk zeggen van de wethouder groenvoorziening in Leek, die op vrijdagavond werd gebeld door een burger die constateerde dat er bij gemeentelijk snoeiwerk takjes op zijn gazon waren beland. „Ik eis dat je nu naar mijn huis komt en dat je op je knieën die takjes uit mijn gazon haalt.” En toen de wethouder dat weigerde: „Hoe lollig zou jij het vinden als ik vannacht om één uur bij jou op bezoek zou komen?”

Het akelige is dat het werkt, bedreigen. Geen van de bestuurders laat het onberoerd, al is het maar omdat ze ook een gezin hebben. De Enschedese wethouder Jurgen van Houdt vertelt dat hij tijdens een raadsvergadering hoorde dat zijn gezinsleden thuis uitkeken op een groep mannen die voor de deur zwaar vuurwerk aan het afsteken waren. Dat was „diepgaand vervelend”, vertelt hij met bestuurlijk understatement.

Arjan van der Weegen (Bergen op Zoom) legt uit dat hij ineens zijn kinderen opdracht moest geven hem een appje te sturen als ze veilig op school waren aangekomen. In ernstige situaties nemen de professionals het over. Van der Weegen: „De keten om je heen maakt het groter. Ineens ging het over dreigingsniveaus, terwijl ik nog een gesprek wilde met de man die mij bedreigde.”

De slachtoffers wijzen naar individualisering, sociale media en mensen die buiten het systeem vallen als oorzaken. Soms hebben ze zelf grote twijfels bij de wetten die aanleiding zijn voor de problemen. Siersema noemt de Participatiewet, die haar de toorn van haar belager bezorgde, „krankzinnig”.

Uiteraard beamen de zes wethouders dat je niet mag zwichten voor tirannie, maar ze maken ook duidelijk hoe moeilijk het is om nog „met bravoure” je standpunten naar voren te brengen: „Het doet ook iets met de besluitvorming.” Nog los van de afschrikkende werking die er van dit soort verhalen uitgaat voor andere mensen die overwegen een deel van hun tijd te besteden aan het lokaal bestuur.

Zo laten de zes verhalen van het zonder spierballentaal gemaakte Doelwit zien dat de routineuze bedreigingen in de intimidatiesamenleving niet alleen de landelijke politiek treffen, maar dat ze de basis van ons democratisch systeem al lang en breed hebben ondermijnd.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.