‘Wild Card’

Foto Blue Artichoke Films

Vijf guilty pleasures in coronatijden. Vijf filmredacteuren biechten op.

Heimelijke genoegens Covid-19 gaat gepaard met smaakverlies. Ook onbesmet is het niet gemakkelijk om fijnbesnaard te blijven. Het filmaanbod is geatrofieerd, nu en dan druppelen nog wat obscuriteiten en afleggertjes de huiskamer binnen via Netflix, Picl of Prime. We weten dat achter de horizon een stuwmeer aan films op ons ligt te wachten, maar tot de zaken weer opengaan moeten we ons troosten met wat altijd al troost bood. Of wij daar nu trots op zijn of niet. Wat zijn de ‘guilty pleasures’ van de filmredactie van NRC? Vijf filmredacteuren biechten op.

1

‘Final Destination’ Foto ANP

Al drie decennia vraag ik mij soms af waarom ik zo zielsveel van horrorfilms houd. Ben ik stiekem zelf een psychopaat, die door het kijken naar verminkte maniakken die tieners afslachten ‘the beast within’ onder controle weet te houden? Is het een manier om onbewust met mijn diepe innerlijke oer-angsten af te rekenen? Of ben ik eigenlijk een behoudende thrillseeker, die goed gedijt bij een comfortabele adrenalinekick vanuit de bioscoopstoel?

Binnen het geliefde genre heeft de Final Destination-reeks (2000-2011) zich in elk geval ontpopt tot een zeer vrolijke guilty pleasure. De ‘dader’ in de verhalen is geen gek met een machete of een handschoen vol messen, maar Magere Hein in hoogsteigen persoon. Tijdens elke openingsscène weten zijn beoogde slachtoffers op miraculeuze wijze aan een bizar ongeval te ontkomen, waarna De Dood alsnog zijn gram haalt – vaak op bijzondere creatieve en ranzige wijze.

Final Destination biedt in principe formulematige sequels die kenmerkend zijn voor het genre waarin gemaskerde gekken altijd blijven terugkeren. Maar waar de bloedbaden die Michael ‘Halloween’ Myers of Jason ‘Friday the 13th’ Voorhees aanrichtten op den duur monotoon werden, bleven de makers van deze vijf delen doorlopend uitblinken in inventiviteit.

In de beste scènes spelen zij fenomenaal met de what if-gedachte die ieder mens wel eens kwelt bij alledaagse bezigheden. Stel je toch voor dat die boomstronken van die voortrazende vrachtwagen vallen. Wat gebeurt er als het wagentje van de achtbaan loslaat. Hopelijk is de straal goed afgesteld tijdens het ooglaseren, of gaat er bij de tandarts niets mis met de boor. De spanning die menigmaal op sardonische wijze wordt opgewekt is voortreffelijk – net als de bloederige pulp die doorgaans rest als De Dood alsnog zijn slag geslagen heeft.

Final Destination 1 is te kijken via Google Play. Deel 2, 4 en 5 zijn te zien op Pathé Thuis.

2

Rob Dyrdek in ‘Ridiculousness’ Foto MTV

Leedvermaak is geen nobel vermaak. Toch ben ik altijd verzot geweest op onbedoeld catastrofale amateurbeelden van videocamera’s, mobiele telefoons en dashcams. En de afgelopen maanden betrapte ik mezelf erop vrijwel dagelijks één of meer afleveringen van MTV’s Ridiculousness te zien.

Ik neem ze zelfs op, al is dat nauwelijks nodig: MTV zendt de show bijna continu uit. Volgens Variety besteedde MTV in 2020 soms 113 van zijn wekelijkse 168 uur aan Ridiculousness, naast andere pareltjes als 16 and Pregnant en Catfish.

In Ridiculousness praat ex-skater Rob Dyrdek scabreuze, gênante, pijnlijke en gewelddadige internetfilmpjes aan elkaar. De toon is monkelend en gemeen. Het draait uiteraard om calamiteiten: knok- en valpartijen, dronkenschap, waanzin, misdaad, aanrijdingen. Kinderen en dieren lijden frequent pijn of maken zich belachelijk. Heel, heel soms is er een schattig moment, een eilandje van hoop in deze oceaan van misantropie.

Dyrdek, een onuitstaanbaar ventje met neurotische motoriek, leidt de beeldfragmenten omslachtig in, zijn makker Sterling ‘Steelo’ Brim geeft vanaf de zijbank snedig commentaar en zet Dyrdek soms op zijn nummer. Chanel West Coast, een benevelde surfer girl, doet de sluikreclame – kleding, hair extensions – en lacht. Chanels lach is de soundtrack van Ridiculousness: een gesnater dat het midden houdt tussen dolfijn, geit en eend. Aanvankelijk irriteert die lach, daarna wordt ze aanstekelijk. Chanel heeft namelijk ook een onbenullige, Britt Dekker-achtige spontaniteit.

Na vele tientallen uren Ridiculousness besef ik dat er maar een paar soorten mensen zijn. De oliedomme redneck. De zwarte macho. De suïcidale puber. De geschifte Rus. Dikke Karen met haar grote bek. Dronken Jeff, de corpsbal. Vaak verplaatsen Rob en Steelo ons met malle stemmetjes in hun kortgesloten denkproces. Tijdens hun strapatsen ervaar je walging en huivering, maar vooral leedvermaak. Raakte ik aan Ridiculousness verslingerd om mij beter te voelen dan mijn medemens, zoals Thomas Hobbes denkt? Wat vindt Rutger Bregman over Ridiculousness?

Sociologisch gezien is Ridiculousness vooral in trek bij rednecks, leer ik van interactieve kaarten uit The New York Times die tonen welke tv-series in welke streken van Amerika het best scoren. Ridiculousness is populair in westelijke, rurale gebieden, van New Mexico en Arizona omhoog naar de Dakota’s en Alaska. Rouwdouwers dus, MAGA-land. Maakt mij dat tot een heimelijk trumpiaan? Ach, het is wel een schuldig genoegen. Zo heb ik ook een veganistische kennis die stiekem houdt van monstertrucks. En luister ik ook graag naar feministische punkbands.

Ridiculoussness is dagelijks te zien op MTV.

3

Dwayne ‘The Rock’ Johnson in ‘Fast & Furious Presents: Hobbs & Shaw’ Foto ANP

Het is voor filmliefhebbers na het postmodernisme lastig om nog een guilty pleasure te hebben. Smaak- en kwaliteitsnormen zijn vloeibaar geworden. Je afvragen wat een ‘guilty pleasure’ is, gaat meer om de vraag waaróm je ergens plezier aan beleeft, dan wat er schuldig aan is. Het gaat om het beeld dat je van jezelf hebt, en wat opeens, in mijn geval door het hoofd van ex-showworstelaar, ex-American Football-speler, tegenwoordig filmfiguur Dwayne ‘The Rock’ Johnson omvergeduwd wordt. Kiekeboe! Boem.

Tegenwoordig is hij een van de bestbetaalde filmsterren die er zijn. Maar toen hij in 2001 in The Mummy Returns als de Schorpioenenkoning zijn opwachting maakte was het nauwelijks als acteur, maar meer als special effect. Hij blufte zich door zijn rol heen, geholpen door zijn showmanschap. Hij wist dat hij iets stond te verkopen: zijn spierbundels vooral, maar ook de afschrikwekkende pokerface van de geweldenaar. Boeh!

Ik weet het niet zeker, ik interpreteer. Ik vermoed dat Johnson enorm veel plezier heeft in wat hij op het filmdoek doet. Nu al twintig jaar. Dat hij niet zijn tegenstander, maar mij, de toeschouwer, ironisch bespeelt. Zelfs dat weet ik niet zeker; misschien denkt hij wel film na film: ‘Wat sta ik hier in godsnaam te doen? Gelukkig mag ik straks weer klappen uitdelen.’ Hij is de vleesgeworden zelfspot. Ik heb aan die twinkelende ogen genoeg. Die bicepsen zijn in de jaren iets al te imposant geworden. Ik kick op die zelfrelativering. Dat hij in straatracefilm Fast & Furious Presents: Hobbs & Shaw opeens wordt opgevoerd als Nietzsche-lezende bullebak stelt zelfs de sapiofiel gerust.

Fast & Furious Presents: Hobbs & Shaw is te zien op diverse streamingplatforms.

 

4

‘Wild Card’ Foto Blue Artichoke Films

Ik neem het begrip ‘guilty pleasure’ heel letterlijk. Als schuldig genot in plaats van heimelijk plezier: porno dus. Vrijwel iedereen kijkt het, maar er openlijk over spreken gebeurt (te) weinig. Ook al heb ik mijn protestantse opvoeding al decennia geleden afgeschud, toch is er nog altijd een licht schuldgevoel na het kijken van porno.

In de loop der jaren is mijn interesse wel enorm verschoven. Ik kijk vrijwel geen Amerikaanse porno meer. Hoewel er ongetwijfeld uitzonderingen zijn, is dat veelal rotzooi. Zonder gevoel voor erotiek, om nog maar te zwijgen van al die onthaarde lijven vol tatoeages, opgepompte borsten en het neppe gehijg en gekreun op de geluidsband. Voor de komst van video en digitale camera’s was het anders, zoals menig film uit het Gouden Pornotijdperk (1969-1984) aantoont. Veel ervan was tot voor kort in beroerde kopieën te zien, maar een deel is inmiddels gerestaureerd met dank aan distributeurs als Vinegar Syndrome.

Lees ook: Smaakvolle, ongemakkelijke porno

De laatste jaren is er een interessante tegenbeweging die zich afzet tegen porno als liefdeloos product, met z’n clichés (de pizzabezorger of klusjesman) en curieuze genres (zoals incestporno). Ter onderscheiding wordt deze vrouwvriendelijke variant ook wel porna genoemd of ethische porno: de acteurs doen niets tegen hun zin, hebben inspraak en hoeven geen perfect lijf te hebben. Belangrijker is dat ze zichtbaar plezier hebben, en dat dit aanstekelijk werkt. Porna is zowel seksueel als qua etniciteit divers en komt dus in soorten en maten, van Wild Card van de in Nederland woonachtige Jennifer Lyon Bell tot de XConfessions van Erika Lust – gebaseerd op door haar fans aangedragen erotische fantasieën. Het meest kijk ik naar de video’s van productiebedrijf SexArt, soms net iets te gelikt maar ook altijd cinematografisch interessant. Al klinkt dat weer als slappe smoes van een man die Playboy leest om de interviews…


 

5

Woody Allens ‘Whatever Works’ Foto Paradiso

Het bekijken van Woody Allens films werd de laatste jaren ongemakkelijker. Of je nu wilde of niet, een bioscoopbezoek dwong je na te denken of je kunst en maker los van elkaar ziet. Door onder meer de beschuldigingen over het misbruik van pleegdochter Dylan die de regisseur blijven achtervolgen – HBO vertoont er momenteel opnieuw een omstreden documentaire over – of zijn fascinatie voor zeer jonge vrouwen binnen en buiten zijn werk.

Het ooit ontspannende ritueel om sinds mijn studententijd ieder jaar de nieuwe Allenfilm te bekijken in dezelfde bioscoop, met dezelfde vriendin en een fles cava, werd dus complexer. Uiteindelijk stopten we ermee, zijn nieuwe films leken toch vaak invuloefeningen, met een of meerdere neurotische hoofdpersonen die kopieën zijn van Allen zelf, een haastig neergepend scenario vol oneliners over het leven, de liefde en kunst die geestig zijn, maar waarvan je ook dacht: ‘Heb ik deze niet in een eerdere film gehoord?’

Maar in coronatijd snak ik af en toe naar dat laatste type, volstrekt voorspelbare Woody Allens. Is het melancholie naar vroegere bioscoopuitjes? Waarschijnlijk. Maar misschien mis ik ook de anachronismen die vaak in Allens meer matige films zitten. Ze schetsen een wereld waar drastische veranderingen kunnen plaatsvinden, terwijl de tijd toch blijft stilstaan. Zo verwijst Whatever Works (2009) wel naar de overwinning van Obama, maar lijken mobiele telefoons nog niet uitgevonden in het New York van de hoofdpersoon. In A Rainy Day in New York (2019) kon Allen het bestaan van mobieltjes niet ontkennen, maar worden ze vooral gebruikt om te bellen en gaat de hoofdpersoon, een twintiger, mijmeren in de regen na een opmerkelijke ontmoeting met een kennis van vroeger, in plaats van haar Instagram-profiel door te pluizen. Mogelijk heb ik beeldschermarme idylles nodig in een tijd waar je familie, vrienden en collega’s vooral spreekt via Whats-app, Facebook of Slack.

Meerdere Woody Allen-films zijn te zien op diverse streamingplatforms.