TLN en PostNL bemoeiden zich met onderzoek naar misstanden in transportsector

Criminologie Branchevereniging TLN en PostNL probeerden onderzoek naar misstanden in de transportsector te beïnvloeden.

Medewerkers van PostNL in een sorteercentrum.
Medewerkers van PostNL in een sorteercentrum. Foto Bas Czerwinski/ANP

PostNL en branchevereniging TLN hebben wetenschappelijk onderzoek naar misstanden in de transport- en logistieksector getraineerd en de uitkomsten ervan geprobeerd te beïnvloeden. Dit blijkt uit onderzoek van NRC.

Criminologen onderzochten het afgelopen jaar criminaliteit in de transportsector, zoals drugssmokkel en ladingdiefstal, maar werden daarbij tegengewerkt door PostNL en TLN. De brancheorganisatie, waarbij zo’n vijfduizend ondernemers uit transport en logistiek zijn aangesloten, was opdrachtgever van het onderzoek, betaald door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Liesbeth Kaashoek, directeur pakketten en logistiek van PostNL, zit in het TLN-bestuur.

De belangrijkste conclusie van het onderzoeksrapport Doorbraak Verzocht, dat eind vorig maand is gepubliceerd, is dat slechte arbeidsomstandigheden en -voorwaarden en forse concurrentie een voedingsbodem zijn voor crimineel misbruik in de sector. TLN distantieerde zich na publicatie van het onderzoek, omdat het „belangrijke vragen” onbeantwoord zou laten. Het ministerie van Justitie en Veiligheid noemt het juist „gedegen onderzoek.”

Nog voor het onderzoek begon kreeg de beveiligingsmanager van PostNL het onderzoeksplan onderhands verstrekt, volgens een interne memo van TLN die de onderzoekers hebben verstrekt aan deze krant. De memo is opgesteld door een beleidsadviseur van TLN en gericht aan de voorzitter van de brancheorganisatie, Elisabeth Post.

Ook heeft de beveiligingsmanager het ministerie van Justitie en Veiligheid benaderd en gevraagd het onderzoek niet door te laten gaan, volgens de TLN-memo, omdat hij vond dat er geen aanleiding was voor onderzoek naar criminaliteit in de pakketbranche. TLN wil niet reageren op vragen hierover. Het onderzoek is in opdracht van TLN uitgevoerd, mailt een woordvoerder van PostNL, en TLN voert er het woord over. „Eén ding willen we wel kwijt en dat is dat we geen enkele reden hebben om te twijfelen aan de handelswijze van onze collega”, de beveiligingsmanager.

Lees hier het achtergrondverhaal: Misstanden? Daar zegt PostNL geen signalen van te hebben

Als de onderzoekers hun conceptrapport medio december 2020 aan TLN voorleggen ter controle op feitelijke onjuistheden, komt de brancheorganisatie met een lijst tekstuele aanpassingen, vragen over de onderbouwing van het onderzoek en de „relevantie” van passages. TLN vraagt zich bijvoorbeeld af of de passage over een pakketkoerier van PostNL die door tijdsdruk in een flesje plast relevant is.

Dat vragen ze zich ook af over de mediaberichten over de pakketbranche die de onderzoekers aanhalen in het rapport.

„Mediaberichten zijn zelden genuanceerd en niet altijd neutraal. Door ze in een wetenschappelijk rapport als ondersteuning van een stelling op te voeren, krijgen ze meer status dan wat ze zijn: interpretaties van journalisten en koppenmakers”, voegt TLN eraan toe.

Suggesties geven

Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de TU Delft en gespecialiseerd in wetenschappelijke beïnvloeding, bestudeerde op verzoek van NRC het commentaar van TLN en de antwoorden van de onderzoekers. Volgens Van Wee probeert TLN „de scherpe randjes” van diverse passages af te krijgen. „TLN zegt nog net niet: verwijder deze passages”, Ook meerdere leden van de onafhankelijke begeleidingscommissie, zeggen dat TLN de conclusies van het onderzoek probeerde te beïnvloeden.

TLN schrijft in een reactie: „Wij voelden ons vrij om naast feitelijke onjuistheden ook andere kritiekpunten en suggesties aan te geven. Daarbij hebben we het nadrukkelijk aan de onderzoekers gelaten om daar wel of niet iets mee te doen.” Alleen een aantal opmerkingen over onjuistheden namen de onderzoekers over.

De criminologen spraken voor hun onderzoek 114 mensen: beleidsadviseurs, politierechercheurs, justitieambtenaren, douanepersoneel, eigenaren van transportbedrijven, vrachtwagenchauffeurs, koeriers, (ex-)criminelen. Ook bestudeerden ze open en gesloten bronnen en wetenschappelijke literatuur. Het onderzoek werd eind januari gepubliceerd.