Recensie

Recensie Muziek

Liefde blijft de hartslag van Verdi’s opera ‘Aida’

Klassiek Gelukkig zit regisseur Lotte de Beers wat gekunstelde koloniale kritiek een spannende Aida niet in de weg. Bij Verdi wint de liefde altijd van politiek.

Foto Vincent Pontet

Je kunt natuurlijk elke opera politiseren, zoals regisseur Lotte de Beer doet met Verdi’s opera Aida, die in haar ogen een toonbeeld is van wit kolonialisme. Zij plaatst het verhaal in een museum vol Afrikaanse roofkunst. De Beers redenering hangt dan uitsluitend samen met de tijd waarin het werk geschreven en vertolkt werd, want de handeling speelt zich af in het Egypte van ongeveer 2000 voor Christus, toen het witte smaldeel van de mens zich nog niet liet gelden op het wereldtoneel.

Verdi verklankt in Aida twee van zijn kenmerkende dramatische principes: een driehoeksverhouding en het duivelse dilemma van plicht versus liefde. En meer blijft het niet, alsof dat nog niet genoeg is. De oorlog tussen Egypte en Ethiopië had Verdi net zo goed anderhalf millennium later kunnen situeren in de Griekse oudheid tussen Sparta en Athene – voor de opera maakt dat geen verschil. Hier draait het niet om een witte blik op een zwarte geschiedenis, maar gaat het om het aloude theatrale credo: de machtigen versmaden de liefde en de geliefden versmaden de macht.

Gelukkig werkt De Beers regie ook zonder achterliggende boodschap, want uiteindelijk zijn de menselijke verhoudingen het geraamte van Verdi’s werk: Egyptische opperbevelhebber Radamès houdt van de Ethiopische slavin Aida, en vice versa, maar wordt eveneens begeerd door Amneris, de dochter van de farao. Patriottisme strijdt op leven en dood met romantiek, gepeperd met een flinke snuf jaloezie. Zo’n twee uur later zijn de hoofdpersonages lijk of verliezer.

Voor tenor Jonas Kaufmann (Radamès) houd je in het begin je hart vast. In de aria ‘Celeste Aida’ wappert zijn stem overal heen, soms zelfs de goede kant op, in de ensembles hoor je hem er nauwelijks bovenuit. En aanvankelijk lijkt hij meer een fatje dan een generaal. Maar in de grote duetten richting het einde herpakt hij zich wonderwel.

De rivalen in de liefde, sopraan Sondra Radvanovski (Aida) en mezzo Ksenia Dudnikova (Amneris), creëren de ware spanningsboog van de opera, met ook een spetterende bijrol voor bariton Ludovic Tézier als Aida’s wraakzuchtige vader Amonasro. Verdi op zijn best.