Liebe LeserInnen / Leser*innen / Leser_innen

Taal Genderinclusief schrijven en spreken doen de Duitsers allang, merkt op. Daartoe hapt de spreker naar lucht tussen de mannelijke vorm en de vrouwelijke uitgang.

Terwijl God in de nieuwe Nederlandse Bijbelvertaling opnieuw een Hij met een kapitaal is („een klap in het gezicht”, aldus feministische theologen), is God bij katholieke studenten in Duitsland reeds genderfluïde. Hun God is een ‘Gott*’, waarin de asterisk staat voor een vrij in te vullen gender, mannelijk, vrouwelijk of non-binair. In een verklaring schrijven de studenten dat hun ‘Gott*’ niet langer een oude, witte, autoritaire man is, maar van een goddelijke pluriformiteit. De nieuwe God moet voor iedereen toegankelijk en herkenbaar zijn – en is eigenlijk sowieso boven iets menselijks als geslacht verheven, volgens de studenten.

Bovendien noemen de katholieke studenten zichzelf ‘studerenden’, want bij ‘student’ denkt een meerderheid van 65 procent aan een ‘mannelijke student’, en bij het tot naamwoord verheven participium ‘studerenden’ denkt maar een iets kleinere meerderheid van 60 procent aan mannelijke studenten.

In Duitsland zorgt het der/die/das niet zozeer voor grammaticale hoofdbrekens, maar werpen vrouwelijke en mannelijke lidwoorden de vraag op hoe de taal genderinclusief kan zijn. ‘Der Student’ klinkt mannelijk, het alternatief ‘die Studentin’ exclusief vrouwelijk. Lang werd het correct geacht om stug ‘Liebe Studenten und Studentinnen’ te schrijven. Maar in een tekst is het ondoenlijk om het mannelijk als het vrouwelijk naamwoord steeds achter elkaar te zetten. Veel publicaties hebben daarom een schrijfwijze omarmd die twee of drie mogelijkheden insluit. Wijdverbreid is ‘LeserInnen’, met een zogenaamde ‘Binnen-I’, dat zowel de mannelijke als de vrouwelijke lezer omvat. Uitgesproken klinkt het alsof de spreker een hap lucht neemt tussen de mannelijke vorm en de vrouwelijke uitgang. Tegen de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung zei hoogleraar typografie Victor Malsy dat iemand die over dertig jaar een roman zonder ‘Binnen-I’ leest vreemd zal opkijken. Bezwaar van enkele feministische linguïsten is alleen dat de hoofdletter I een fallisch symbool zou zijn, en juist op die plek volstrekt ongewenst.

Een ander bezwaar is dat ‘LeserInnen’ mensen uitsluit die zich als non-binair identificeren. Meer inclusieve alternatieven zijn ‘Leser*innen’, waarin de asterisk, zoals in het geval van de katholieke ‘Gott*’ staat voor een uitgang naar keuze. Ook ‘Leser_innen’ is gangbaar, waarin de underscore een zogeheten ‘Gender-Gap’ voorstelt, een lege plek die vrij kan worden ingevuld.

De Duitse Van Dale, de Duden, reduceert in toekomstige woordenboeken de ‘Leserin’ niet langer tot de „vrouwelijke vorm van ‘Leser’”, maar als „vrouwelijke persoon die leest”, en bij de mannelijke vorm „mannelijke persoon die leest”.

Een groep prominenten, onder wie filosoof Peter Sloterdijk, begon een petitie ‘Red de Duitse taal van de Duden’. Volgens hen heeft het grammaticale geslacht niets met het werkelijke geslacht te maken en kan een ‘Leser’ net zo goed een vrouw zijn. Behalve dan dat bij een ‘Studentin’ nooit aan een man wordt gedacht.

Iets als ‘Der Engel’, schrijven de actievoerders, is geslachtloos. Of, zoals de katholieke studenten zouden zeggen, verheven boven iets dierlijks als geslacht. Maar God noch engel zijn verheven boven de grammatica.