Opinie

Klavers voorstel tot links akkoord is opportunistisch

Verkiezingen De voorman van GroenLinks doet plots een provocerende poging tot linkse samenwerking. Die opportunistische solo-actie maakt geen sterke indruk, oordeelt
Illustratie Hajo

Komt het er dan toch van? Jesse Klaver doet een maand voor de verkiezingen een ultieme poging tot linkse samenwerking: met een stembusakkoord wil hij met GroenLinks, PvdA, SP en D66 een machtsblok vormen. ‘Keerpunt 21’ heeft hij het al gedoopt, verwijzend naar het gemeenschappelijk programma waarmee PvdA, D66 en de PPR in 1972 naar de kiezer gingen. Het beroemde manifest dat uiteindelijk de basis vormde voor het kabinet-Den Uyl, het meest linkse kabinet ooit.

Is het welgemeend, een campagnestrategie om GroenLinks meer profiel te geven? Of is het Haagse bluf van een politicus die wel vaker onvoorspelbaar gedrag heeft vertoond? Wie herinnert zich niet zijn ‘bekering’ – tijdens de Algemene Beschouwingen van 2019 – tot een politicus die niet langer mee wilde doen met ‘scorebordpolitiek’? Tot verbijstering van de PvdA stemde een mild gestemde Klaver bij voorbaat in met alle begrotingen van het centrumrechtse kabinet, omdat dwarsliggen geen zin had. Een verontwaardigde Lodewijk Asscher sprak vervolgens enkele maanden nauwelijks meer met zijn zogenaamde bondgenoot op links, omdat hij hierdoor de spilpositie van de PvdA in de Eerste Kamer niet kon benutten. Valt Klavers voorstel tot blokvorming voor de verkiezingen nu niet onder scorebordpolitiek, of lijkt dat alleen maar zo?

Haantjes op links

En waar was Jesse Klaver toen zijn partijgenoot Joost Lagendijk en de sociaal-democraat Paul Scheffer hem en Asscher vroegen om als PvdA en GroenLinks gezamenlijk de Europese verkiezingen in te gaan? Tot teleurstelling van de beide initiatiefnemers reageerden de partijleiders negatief op hun verzoek, terwijl de Stemwijzer geen enkel verschil tussen de twee linkse partijen kon bespeuren. Toen was Klaver kennelijk nog niet zo ver.

In de tussenliggende tijd schamperde Klaver over ‘tien jaar afbraakbeleid van Rutte’ – daarbij de PvdA medeplichtig makend – waarop Asscher hem bespotte als „de enige politicus in de oppositie [was] die wist wat regeren was”. Zo ging dat steeds over en weer tussen de twee haantjes op links.

Ook bij de roemruchte bijeenkomst van GroenLinks, PvdA en SP in de Amsterdamse Tolhuistuin, nu bijna een jaar geleden, weigerde Klaver net als Asscher en Marijnissen nog te spreken over een stembusakkoord of een gezamenlijk optrekken bij die verkiezingen, terwijl de aanwezige leden van de drie partijen daar bijna om smeekten.

Lees ook: Progressieve Volkspartij: niet nodig, niet wenselijk

Dan hebben we het nog niet eens gehad over de actie van GroenLinks om de parlementaire onderzoekscommissie per se voor de verkiezingen aan het werk te zetten om zo de (oud-)bewindslieden aan de tand te voelen. Want „Asscher heeft wel wat uit te leggen”, zoals initiatiefnemer Bart Snels het verwoordde, tot verontwaardiging van de PvdA. De actie van GroenLinks heeft succes gehad: concurrent Lodewijk Asscher is van het toneel verdwenen. Nu is Klaver de enige man op links. Of mogen we niet zo slecht denken over deze politicus die vaker van kleur verschiet dan een kameleon?

Addertje onder het gras

Jesse Klaver doet nu met een provocerende poster met de namen van Lilian (Marijnissen), Lilianne (Ploumen), Sigrid (Kaag) en hemzelf een laatste poging om tot linkse samenwerking te komen. Wel vreemd dat op diezelfde poster „meer GroenLinks” staat – is dat het addertje onder het gras? Hij kon weten dat D66 zich niet meer onder links wil scharen. Dat de SP net zo goed kan samenwerken met CU en CDA (zoals Marijnissen onlangs liet weten). En dat de PvdA zelfstandig de verkiezingen in wil, ondanks het feit dat veertig procent van de leden graag een intensievere samenwerking met GroenLinks wenst.

Er is kortom veel voor te zeggen om als links gezamenlijk de verkiezingen in te gaan. Maar dan wel met een goed voorbereide, gelijkwaardige actie en niet een stunt van uitsluitend Jesse Klaver. De partijleiders hebben bijna vier jaar de tijd gehad daar aan te werken. Regelmatig hadden ze een etentje in restaurant Poentjak, waar ze toch over meer moeten hebben gesproken dan het menu en hoe slecht dit rechtse kabinet het in hun ogen deed. Ze kregen daarbij een behoorlijke zet in de rug van verkiezingsonderzoeker Peter Kanne, die had voorgerekend dat ze samen wellicht veertig zetels konden halen, waarmee ze een directe bedreiging zouden kunnen worden van Rutte’s VVD. Was dit geen prikkel genoeg om de strijdbijlen te begraven?

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.