De Britse variant groeit nog, maar het gaat minder hard

Coronavirus Ongeveer een derde van de corona-besmettingen wordt veroorzaakt door de Britse variant. De groei gaat minder snel – volgens het RIVM door de avondklok.

In de teststraat. Het RIVM schat dat nu ongeveer 60 procent van de besmettingen wordt veroorzaakt door de Britse variant.
In de teststraat. Het RIVM schat dat nu ongeveer 60 procent van de besmettingen wordt veroorzaakt door de Britse variant. Foto Sem van der Wal/ANP

Het aandeel dat de ‘Britse variant’ heeft in het aantal coronabesmettingen groeit nog altijd, maar het gaat minder hard dan begin januari.

Dat blijkt uit de laatste metingen van het RIVM in de zogenoemde ‘kiemsurveillance’. Daarin wordt door middel van genetisch onderzoek van zo’n duizend positieve tests uitgezocht tot welke variant ze behoren. In de eerste week van februari was ongeveer 31 procent van de besmettingen van de Britse variant. In de week ervoor was dat aandeel zo’n 26 procent.

Vorige week leek de groei van de Britse variant helemaal te zijn gestokt. Toen bleek uit de kiemsurveillance dat zo’n 23 procent van alle besmettingen werd veroorzaakt door de Britse variant, nauwelijks meer dan de week ervoor.

Inmiddels is dat percentage naar boven bijgesteld, zegt Chantal Reusken, viroloog van het RIVM. „We vragen twintig labs die de PCR-tests uitvoeren om een steekproef van hun monsters te sturen, zodat we kunnen analyseren”, zegt ze. „Dat gebeurt in principe wekelijks, maar soms zijn de labs zo druk dat ze een weekje overslaan, en een week later voor twee weken aanleveren.” In de praktijk kan het tot drie weken duren voordat de volledige steekproef bij het RIVM binnen is. De percentages worden daardoor wekelijks nog bijgesteld.

Deze keer betekende dat: geen stagnatie eind januari, zoals aanvankelijk leek, maar toch een groei van 26 procent. Die groei gaat wel aanzienlijk langzamer dan eerder gedacht: op grond van modelberekeningen wordt geschat dat nu ongeveer 60 procent van het totaal aantal besmettingen wordt veroorzaakt door de Britse variant. Het RIVM dacht eerder dat dat niveau begin februari al zou zijn bereikt.

Lees ook: Het coronavirus zal nooit meer verdwijnen, verwachten wetenschappers. De samenleving moet ermee leren leven. Politici zijn daar nog amper mee bezig

‘Maatregelen werken’

Het is nog onduidelijk waarom de groei van de Britse variant minder hard gaat dan in januari. Het aantal besmettingen wordt in elk geval geremd door de avondklok en de aangescherpte bezoekregeling (maximaal één bezoeker per dag) die in de tussentijd zijn ingevoerd. Volgens Reusken is dat niet de hele verklaring. „Er spelen vele factoren een rol, we kunnen alleen speculeren.”

Het reproductiegetal R van de Britse variant ligt nog wel boven de 1, benadrukt Reusken, wat betekent dat het aantal nieuwe besmettingen groeit.

Op 5 februari, de meest recente datum waarover het RIVM een berekening heeft gemaakt, lag de R van de Britse variant op 1,14.

Dat de Britse variant minder snel groeit, is ook terug te zien in het aantal ziekenhuisopnames. Dat daalt niet langer, maar stijgt ook niet – het blijft ongeveer gelijk. Als de Britse variant de trend van begin januari had doorgezet, was het aantal opnames rond half februari gestegen, berekende het RIVM eerder. Op de IC’s is overigens wel een toename te zien: vorige week werden er dagelijks zo’n 25 patiënten opgenomen, deze week zijn dat er 30.

Daarnaast duikt ook de Zuid-Afrikaanse variant steeds vaker in de kiemsurveillance op: in week 3 ging het nog om 0,8 procent van de positieve tests, in week 5 is dat gegroeid tot 2,5 procent. Dat dit type virus vaker opduikt in de steekproef, duidt erop dat die vrij breed rondgaat in Nederland. Ook niet alle gevallen zijn meer terug te voeren op mensen die in Zuid-Afrika zijn geweest. Over deze variant zijn extra zorgen, omdat de nu gebruikte vaccins er mogelijk minder goed tegen werken.