Bolsonaro wil ex-generaal aan top van Petrobras, koers keldert

Brazilië Het semi-staatsoliebedrijf kondigde vorige week tegen de zin van de president prijsverhogingen aan.

Bouw van productieplatform van Petrobras op scheepswerf in Angra dos Reis.
Bouw van productieplatform van Petrobras op scheepswerf in Angra dos Reis. Foto Sergio Moraes/Reuters

De plotseling aangekondigde wissel aan de top van het Braziliaanse oliebedrijf Petrobras zorgt al dagen voor onrust op de financiële markten van het Zuid-Amerikaanse land. President Jair Bolsonaro zei afgelopen vrijdag de zittend directeur te zullen vervangen door een voormalig generaal.

Beleggers vrezen een groeiende overheidsbemoeienis. Het aandeel van het semi-staatsoliebedrijf (de Braziliaanse overheid bezit 36,8 van de aandelen) daalde maandag met zo’n 21 procent. Daardoor verloor het zo’n 11 miljard euro aan beurswaarde. Ook de waarde van Braziliaanse staatsleningen en die van de munteenheid daalde.

Hieraan vooraf ging de sterke stijging van de brandstofprijzen in Brazilië. Beïnvloed door onder meer het reizen in de vakanties en de hervatting van lessen in Brazilië, kondigde Petrobras vorige week wederom een stijging aan van 10 procent en 15 procent voor benzine en diesel, een trend die al een paar maanden aanhoudt.

Bolsonaro wil escalatie van de onvrede onder de bevolking voorkomen

Begin februari begonnen groepjes vrachtwagenchauffeurs bij Sao Paulo te demonstreren tegen de hoge prijzen. Zittend topman Roberto Castello Branco zei eerder al zich niets van de dreiging van demonstrerende truckers aan te trekken. Daarop kreeg Branco felle kritiek van president Bolsonaro, die een escalatie van de onvrede onder de bevolking wil voorkomen. „Het hoofd van Petrobras heeft gezegd: ‘Ik heb niets te maken met vrachtwagenchauffeurs.’ Dat gaat vanzelfsprekend consequenties hebben”, zo sprak hij tijdens een livesessie op sociale media aldus persbureau Reuters.

Privatiseringen

Dat dreigement resulteert zeer waarschijnlijk in een geforceerd vertrek van Branco. Als het aan Bolsonaro ligt wordt hij vervangen door Joaquim Silva e Luna, die er een lange carrière in het leger op heeft zitten en van 2018 tot 2019 als defensieminister diende. Hij heeft echter geen ervaring in de gas- en olieindustrie.

Maar misschien nog meer dan over Silva e Luna’s gebrek aan ervaring, zijn investeerders bezorgd over wat deze gedwongen machtswisseling betekent voor het toekomstige beleid binnen Petrobras en de rest van de Braziliaanse economie.

De interventionistische zet van Bolsonaro doet de vraag rijzen of hij dat de komende tijd ook bij andere staatsbedrijven of -deelnemingen zal doen. Zo zei de president al dat hij behalve de oliesector ook de stroomsector wil aanpakken, met een sterke daling van het aandeel van stroomproducent Eletrobras tot gevolg.

Daarnaast is het ook de vraag wat er nog van het ambitieuze programma van privatiseringen en dereguleringen terechtkomt, zoals dat door Bolsonaro na zijn aantreden werd aangekondigd. Paulo Guedes, die in 2019 aantrad als minister van Economische Zaken, had een grote rol moeten gaan spelen in het verlagen van overheidsuitgaven en belastingen, en het privatiseren van Petrobras, waarvan de Braziliaanse overheid 50,5 procent van de stemrechten bezit. In een speech waarin Guedes over die plannen sprak, zou hij hebben gezegd: „Er zijn grote jongens die denken dat zij niet geprivatiseerd gaan worden, maar we komen er wel.”

Twee jaar later lijkt het erop dat Bolsonaro nog altijd de dienst uitmaakt, en Guedes het nakijken heeft. „Hij staat niet meer zo sterk als in 2019”, aldus Sergio Vale, hoofdeconoom bij een Braziliaanse consultant tegen Bloomberg. „Nu de president naar de herverkiezing kijkt, zijn populariteit laag is en de prijzen hoog zijn, wordt Guedes aan de kant gezet.”

Opschorten brandstofbelasting

Ondertussen probeert de Braziliaanse regering de onvrede over de hoge brandstofprijzen niet te laten escaleren. Bolsonaro beloofde vorige week al om de belasting op brandstof voor twee maanden op te schorten.

Op de achtergrond speelt de herinnering aan de grootschalige protesten van vrachtwagenchauffeurs in 2018. Uit onvrede over brandstofprijzen die in een jaar tijd waren verdubbeld, blokkeerden chauffeurs snelwegen in het hele land. Gevolg was dat het grootste land van Latijns-Amerika weken lang te kampen had met lege schappen in supermarkten, tekorten in ziekenhuizen en pompstations. Vliegtuigen stonden zonder brandstof stil op de luchthavens.

Het land worstelt al veel langer met sterk fluctuerende brandstofprijzen. Zo liet oud-president Dilma Roussef de olieprijzen kunstmatig beteugelen door overheidsingrijpen.