Opinie

Zet niet ‘stem des volks’ maar verstand van zaken bovenaan

Verkiezingen Bij de samenstelling van de kandidatenlijst zou meer gekeken moeten worden naar inhoudelijke kennis, aldus . Dat vergroot de controle op de macht.
Verkiezingsbord in het centrum van Den Haag.
Verkiezingsbord in het centrum van Den Haag. Foto Sem van der Wal / ANP

Is het wenselijk dat de kiezer nog meer invloed krijgt op de samenstelling van de Tweede Kamer? Zeker sinds met Fortuyn het ijzeren ‘partijkartel’ deel van het nationale democratiediscours is gaan uitmaken, geldt alleen al het stellen van die vraag als hoogst ongepast. Dat is met name door Wilders en Baudet uitgebuit, die zelf overigens geen enkele invloed op de samenstelling van hun paladijnenlijst willen toelaten.

De kiezer, zo heet het, heeft in een democratie immers altijd gelijk, dus hoe meer de democratie de kiezer ook daadwerkelijk gelijk geeft, hoe beter. Tussen Diens Wil en De Macht moet zo min mogelijk zitten, dus zeker geen politieke partij. Hoe minder zo’n partij heeft in te brengen, hoe meer de politicus zich kan beroepen op een persoonlijk mandaat, hoe beter.

Dat verklaart de regelmatige terugkeer van pleidooien voor een districtenstelsel, waarbij dan vooral naar het Verenigd Koninkrijk als lichtend voorbeeld voor een persoonlijke band tussen kiezer en gekozene wordt verwezen. Weg met al die kleurloze carrièremakers en anonieme partijtijgers die op de slippen van de lijsttrekker het parlement binnenglippen!

Juridische bagage

Omdat de herintroductie daarvan echter uitblijft, hebben de tegenstanders van de partijmacht het intussen over een andere boeg gegooid: versterking van het gewicht van de voorkeursstem, zodat de kiezer veel makkelijker de volgorde op de door een partij opgestelde kandidatenlijst ondersteboven kan gooien. Moest een onverkiesbaar laag op die lijst geplaatste kandidaat oorspronkelijk zelf de volle kiesdeler halen om een hoger geplaatste te passeren, nu volstaat daarvoor slechts een kwart daarvan. Dat komt neer op nog geen 20.000 stemmen. En er gaan zelfs stemmen op, om de volgorde op de lijst helemaal irrelevant te maken: als nummer 50 drie stemmen meer haalt dan nummer 2, ook is dat maar een fractie van de kiesdeler, zou nummer 50 verkozen moeten zijn.

Dat is vast heel democratisch – maar is het wenselijk? Komt dat ook de kwaliteit van de Tweede Kamer ten goede? Ofschoon ons kiesrecht uitgaat van de noodzakelijke fictie dat iedere burger verstand van staatszaken heeft, is dat van belang, zeker als je de talloze affaires van de laatste jaren beziet.

Lees ook dit artikel van Marc Chavannes: Knoei niet met het bestel, zeker in crisistijd

Een parlementariër is namelijk niet alleen volksvertegenwoordiger, maar ook medewetgever en controleur van de macht. Dat vergt dat die niet alleen ‘de stem des volks’ belichaamt, maar ook verstand van zaken heeft. Voor het maken van houdbare wetten, die niet met bestaande wetten of algemene rechtsbeginselen in strijd zijn, moet een fractie over leden met afdoende juridische bagage beschikken, die bijtijds op de rem kunnen staan. Als iets dat heeft geïllustreerd, dan wel de complete afgang met de avondklok afgelopen week, waarbij het kabinet slechts het vege lijf kon redden door ijlings bij het gerecht om herroeping van het vonnis te smeken en in de tussentijd snel een extra noodwet in elkaar te timmeren.

Ook voor adequate controle van de overheid is soms zeer specifieke kennis noodzakelijk. Neem de hackproblematiek bij de GGD: om de antwoorden van de minister op zijn merites te kunnen beoordelen en te voorkomen dat je met een kluitje in het riet wordt gestuurd, moet je zelf een hoop van ict-zaken weten. Voor die kennis van de tegenmacht, die – in de geest van Pieter Omtzigt – het parlement tegenover de staatsmacht zou moeten vormen, kun je in theorie natuurlijk assistenten inschakelen om de benodigde tekst aan te leveren, maar iedere ervaren spreker weet dat je nooit met overtuiging een verhaal kunt afsteken dat je zelf niet snapt. Vooral ben je dan vervolgens in een debat hulpeloos als je direct op het antwoord van de minister reageren moet.

Minutieuze dorknopers

Elke serieuze politieke partij zal bij de samenstelling van de kandidatenlijst niet alleen op representativiteit qua geslacht, regionale herkomst, sociale achtergrond et cetera letten, maar ook op spreiding qua inhoudelijke kennis. Als fractie moet je zélf in staat zijn op zoveel mogelijk beleidsterreinen inhoudelijk weerwoord aan de uitvoerende macht te bieden. Wordt de personele samenstelling van de fractie te veel – of zelfs geheel – bepaald door kiezersvoorkeuren, dan bestaat het risico dat men straks over drie landbouwspecialisten beschikt en niemand iets van volkshuisvesting of defensie weet. Een parlement heeft naast flitsende volkstribunen, die het op tv goed als stemmentrekker doen, ook enkele minutieuze dorknopers nodig, die bijtijds roepen: heel leuk bedacht zo’n wet, maar dat gaat zo maar niet, daar zitten in de praktijk te veel haken en ogen aan, of dat is met paragraaf X7bis in strijd. Niet toevallig zijn veel affaires de laatste tijd aan ondeugdelijke wetgeving te wijten.

Dat is voor Nederland des te belangrijker, omdat de Tweede Kamer slechts honderdvijftig leden telt. Daarom gaat ook de verwijzing naar het veel omvangrijker Britse Lagerhuis niet op: wat bij ons, met dertig leden, een hele grote Kamerfractie is, is daar een hele kleine. Een grote ginds telt meer leden dan ons hele parlement bij elkaar. Het is evident dat het risico dat – door districtenstelsel of doorslaggevende voorkeursstem – een fractie van tweehonderd leden zonder iemand met verstand van defensie komt te zitten, aanmerkelijk geringer is dan bij al die partijen met vijftien parlementariërs op het Binnenhof. Alleen al om die reden zou het goed zijn om niet, zoals een paar jaar terug als waanzinnig idee circuleerde, het aantal Kamerleden van honderdvijftig naar honderd terug te brengen, maar om dit juist tot tweehonderd uit te breiden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.