VVD’ers lijken niet op PVV’ers en de jonge man zweeft het meest

Onderzoek Onderzoekers van de Vrije Universiteit volgen 2.400 burgers in aanloop naar de verkiezingen. Wat lezen en kijken ze? Welk medium vertrouwen ze het meest? Maar vooral: wat doet de cruciale zwevende kiezer?

De VU in Amsterdam volgt onder meer het mediagebruik van 2.400 burgers in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen.
De VU in Amsterdam volgt onder meer het mediagebruik van 2.400 burgers in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen. Foto Andrii Yalanskyi

VVD’er lijkt niet op PVV’er

Aan de respondenten werd gevraagd wat ze eerst stemden en wat ze straks denken te gaan stemmen. Opmerkelijk is dat, anders dan algemeen wordt aangenomen, er nauwelijks stemmersverkeer is tussen PVV en VVD. Beide partijen groeien, maar halen hun stemmers van elders, vooral uit de groep die vorige keer niet stemde, of die nu voor het eerst mag stemmen.

Ook wat betreft opleiding, mediagebruik en vertrouwen in de instituties verschillen de kiezers van PVV en VVD aanzienlijk. Onder de VVD-stemmers zitten relatief veel hoogopgeleide jongeren (23 procent). Onder de PVV-kiezers juist relatief veel laagopgeleide ouderen (23 procent). Relatief de meeste laagopgeleide ouderen zaten overigens onder de kiezers van 50Plus (38 procent) en CDA (24 procent), relatief de meest hoogopgeleide jongeren bij GroenLinks (36 procent) en Denk (38 procent).

Niet-stemmer meest wantrouwig over media

Uit de vraag naar het vertrouwen in de instituties blijkt dat de ondervraagden de wetenschap, rechtspraak en democratie gemiddeld een voldoende geven. De journalistiek krijgt een vijf. De EU, overheid, banken, politici en multinationals zitten daaronder.

Bij deze vertrouwensvraag is duidelijk een tweedeling te zien in het electoraat. Aan de ene kant heb je de wantrouwigen. Dat zijn de niet-stemmers en de stemmers op de rechtse oppositiepartijen (PVV, Forum, SGP). Zij geven alle instituties een dikke onvoldoende. De democratie krijgt van deze groep een vier, journalistiek een drie.

Aan de andere kant heb je de positivo’s. Zij stemmen op de coalitiepartijen (VVD, CDA, D66, CU) en de linkse oppositiepartijen GroenLinks en PvdA. Deze tweede groep geeft bijna alle instituties juist een voldoende, met uitzondering van de banken.

Die tweedeling tussen de wantrouwigen en de positivo’s is ook zichtbaar bij het vertrouwen in de diverse nieuwsmedia. De niet-stemmers hebben het minste vertrouwen in de nieuwsmedia, gevolgd door de SGP-, Forum- en PVV-stemmers. De meeste nieuwsmijders zitten onder de PVV-stemmers, de niet-stemmers en de zwevende kiezers.

NOS Nieuws geniet gemiddeld het hoogste vertrouwen (rapportcijfer 7), gevolgd door RTL Nieuws (6). De rest krijg een onvoldoende. Het regent vieren en vijven onder de landelijke kranten, Hart van Nederland en Zondag met Lubach. Dik onvoldoende (2-3) krijgen Facebook, GeenStijl en Twitter.

Zwevende kiezer vaakst jonge man

Bijna een kwart van de geënquêteerden (584 van de 2.400) weet nog niet wat ze gaan stemmen. Die zwevende kiezers zijn straks goed voor 36 nog te verdelen Kamerzetels. Dat is een interessante groep voor dit onderzoek, want zij moeten nog beslissen, en doen dat wellicht op basis van wat ze zagen en lazen aan politiek nieuws.

Wie is die zwevende kiezer? Relatief vaak een jonge man (24-) die niet in de Randstad woont, die relatief hoger opgeleid is dan de niet-zwevende kiezer, en die zichzelf in het politieke midden plaatst, of een beetje links daarvan. Hij heeft weinig vertrouwen in de instituties.

De zwevende keizer heeft weinig interesse in politiek en ander nieuws, en heeft ook weinig politieke kennis. Hij zegt dat hij chagrijnig wordt van het nieuws. Hij maakt één uitzondering: het coronanieuws volgt hij trouw, vooral via de grote mainstream media: NOS Journaal, Nu.nl. Opvallend verder is dat hij bovengemiddeld vaak de eigen kanalen van politici en opiniemakers raadpleegt.

Vergeleken met de kiezers die al weten wat ze gaan stemmen, hebben de zwevende kiezers iets meer vertrouwen in de lijsttrekkers. Ze noemen ze Mark Rutte (VVD) en Lilian Marijnissen (SP) integer, sympathiek en op de hoogte.

Twitter is het politieke sociale medium, maar tv blijft belangrijk

Voor alle ondervraagde kiezersgroepen is de televisie verreweg het belangrijkste nieuwsmedium, met online nieuwssites op de tweede plek en kranten op de derde. Krantenlezers zijn er vooral onder de hoogopgeleide ouderen (55+). Ze volgen het nieuws intensiever dan de jongere generatie (35-). Die laatste groep volgt liever nieuwssites. Vooral Forum- en Denkstemmers halen hun nieuws van sociale media. Het AD is de meest gelezen krant. GroenLinksers geven de voorkeur aan de Volkskrant, CDA’ers aan regionale kranten. Voor de achterban van PVV, Forum en Denk is De Telegraaf de belangrijkste krant.

De persconferenties over corona zijn het belangrijkste tv-programma voor de kiezers (59 procent). Ook NOS Nieuws heeft een brede aanhang onder alle kiezersgroepen (41 procent), bij PVV en Forum zelfs bovengemiddeld. Anders dan bijvoorbeeld in de gepolariseerde VS bestaat er dus nog een gedeelde nieuwswerkelijkheid in Nederland.

Een opvallende tweede onder de nieuwsbronnen van kijkers vormen „de eigen kanalen van politici en opiniemakers” (54 procent). Bedoeld wordt bijvoorbeeld het Forumkanaal op YouTube (108.000 volgers).

Hoe doen de lijsttrekkers het op Twitter, Facebook en Instagram De accounts van de premier (@minpres, nu van Mark Rutte), beheerd door de Rijksvoorlichtingsdienst, zijn veruit de grootste. Gevolgd door die van Wilders. De PVV-leider is maar liefst 2,5 keer zo groot als de directe concurrenten: Jesse Klaver (GroenLinks) en Thierry Baudet (Forum). Het privéaccount van Rutte komt daarna. Mocht hij straks geen premier meer zijn, dan verliest hij dus een hoop volgers. Facebook is van de socials de belangrijkste nieuwsbron (39 procent), en Twitter (10 procent) de op drie na grootste. Toch zitten daar veruit de meeste volgers. Blijkbaar zien politici en kiezers Twitter toch als het politieke sociale medium bij uitstek.

Welke lijsttrekker boekte in de eerste verkiezingsweken (21 januari-15 februari) relatief de meeste volgerswinst? Wie al veel volgers heeft kan relatief moeilijker stijgen, en wie klein begint kan stevige winst boeken. Zo stijgt Wopke Hoekstra in zijn eerste weken als CDA-lijsttrekker naar 4.700 Facebookvolgers – maar liefs 52 procent erbij. Hetzelfde gebeurt met Lilianne Ploumen op Instagram. De nieuwe PvdA-leider steeg met 55 procent naar ruim 10.000 volgers. Op Twitter zit veel minder beweging. De grootste klimmer daar, Lilian Marijnissen, steeg slechts 6 procent. In absolute aantallen vallen zij natuurlijk in het niet bij de premier en Wilders.

Disclaimer: het aantal volgers zegt iets over de zichtbaarheid van politici, maar zegt niets over de populariteit. Het zou goed kunnen dat bijvoorbeeld veel twitteraars Wilders volgen om te weten wat er speelt in radicaal-rechts Den Haag. Of gewoon om zich even lekker te ergeren.