Analyse

Op de terugtocht, een illusie armer

Strategie Een groeiend aantal Nederlandse bedrijven trapt op de rem. Zij verkopen buitenlandse bedrijven en snoeien in hun verre ambities. Waarom?

Transamerica, de divisie van Aegon in de Verenigde Staten, verkocht afgelopen najaar de iconische Pyramid-wolkenkrabber in San Francisco voor 650 miljoen dollar.
Transamerica, de divisie van Aegon in de Verenigde Staten, verkocht afgelopen najaar de iconische Pyramid-wolkenkrabber in San Francisco voor 650 miljoen dollar. David Paul Morris/Bloomberg

Soms is het pijnlijk, soms ook profijtelijk.

Een groeiend aantal grote Nederlandse ondernemingen zet het mes in de internationale ambities. Het is een trend van krimp die nog steeds navolging vindt. Afgelopen week kondigde ING de sluiting aan van een consumentenbank in Tsjechië. Verzekeraar NN verkocht zijn Bulgaarse verzekerings- en pensioendochter. Adviesbureau Arcadis wil opdrachten in het Midden-Oosten naar nul terugbrengen. BAM, de grootste bouwer van Nederland, zinspeelt ook op verder buitenlands vertrek.

Wat zit er achter deze trend? De bedrijven hebben een scala van argumenten.

De buitenlandse activiteiten zorgden door hun omvang en risico’s voor grote stroppen, zoals in de internationale divisie van BAM. Ook Arcadis noemt dat.

Of de buitenlandse zaken rendeerden al jaren te weinig, zoals de Duitse en Spaanse activiteiten van Beter Bed. Dat was de helft van het bedrijf: eruit. Ook de internationale zakenbankactiviteiten van ABN Amro en ING moeten krimpen. Weinig rendement, wel stroppen. Er zijn te veel banken met te veel vergelijkbare producten. Gevolg: inkomsten onder druk.

Of er moet extra kapitaal op tafel komen en dan is de verkoop van dochterbedrijven mooi meegenomen, zoals bij verzekeraar Aegon. Dan worden – ook niet onbelangrijk – de aandeelhouders niet belast om zélf die kapitaalversterking te financieren.

Of de verkoop van buitenlandse dochterbedrijven is een restant van mislukte ambities en hoge verwachtingen van Europese liberalisering, zoals bij PostNL.

Hier en daar is er ook de erkenning van zelfoverschatting. De spreiding van activiteiten over meerdere continenten of regio’s blijkt te groot. Zeker wanneer de positie op die verre markten zwak is, en niet beter wil worden. Dat speelt bij de Tsjechische consumentenbank van ING.

Maar waarom is deze trend nu opeens urgenter geworden?

Het ‘nieuwkomerseffect’

De coronacrisis dwingt tot handelen. Topmanagers worden extra op de proef gesteld. Beleggers en commissarissen zitten op het puntje van hun stoel: de eerste vanwege de beurskoers, de tweede vanwege het toekomstperspectief. De crisis die alles toch al overhoop gooit, is hét moment voor een strategische terugtocht.

En onderschat het ‘nieuwkomerseffect’ niet. Nieuwe topmanagers hebben de afgelopen twaalf maanden het roer overgenomen. Lard Friese bij Aegon (kwam van concurrent NN), Robert Swaak bij ABN Amro (van accountant PwC) en Ruud Joosten bij BAM (van verfgigant AkzoNobel).

Ze maakten de gebruikelijke rondgang door de organisatie. Ze bekeken de cijfers en schrokken. BAM leed vorig jaar 110 miljoen euro verlies in zijn internationale divisie, moet saneren en zoekt nieuwe inkomsten. ABN Amro leed ook verlies en wil net als Aegon haar rendement opvijzelen.

Ze spraken vast en zeker met grote aandeelhouders, en hielden het beleid van hun voorganger tegen het licht. En ze brengen hun beslissing soms als een breed levend verlangen. Medewerkers „weten heel goed dat de prestaties niet goed genoeg waren”, zei Aegon-topman Friese twee maanden terug in NRC na zijn aankondiging van buitenlandse krimp.

Dus doen ze wat bedrijven in zulke situaties altijd doen. Ze verkopen eerst wat tafelzilver: Aegon stootte vorig jaar het iconische piramidevormige hoofdkantoor van zijn Transamerica-divisie in San Francisco af. Opbrengst: 650 miljoen dollar.

ABN Amro heeft haar hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas te koop gezet.

BAM verzilverde de helft van zijn aandelen in een profijtelijk dochterbedrijf dat langlopende onderhoudscontracten voor gebouwen exploiteert. Opbrengst, zo bleek afgelopen week: 118 miljoen euro.

De volgende stap: snoeien in de buitenlandse ambities. Aegon heeft zijn bedrijven in Hongarije, Polen, Roemenië en Turkije vorig jaar al verkocht voor 830 miljoen euro. De kern van het bedrijf huist straks in de VS, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en enkele kansrijke kleinere markten.

ABN Amro stopt met internationaal zakenbankieren voor grote ondernemingen en kiest voor Nederland en Noord-West Europa als overblijvende thuismarkt.

Dat doet BAM op hoofdlijnen net zo. Nederland, Ierland en Engeland worden de centrale markten. De rendementen in buurmarkten België en Duitsland moeten omhoog, anders volgt vertrek. En BAM gaat kleiner denken: 150 miljoen euro is de limiet voor projecten met een vaste prijs.

Hergroepering

Deze terugtrekkende bewegingen illustreren de hergroepering rond thuismarkt Nederland. Het meest sprekend is het afscheid van ambities bij de twee grote voormalige nutsbedrijven die eind vorige eeuw werden geprivatiseerd: KPN en PostNL. Hun verzelfstandiging moest hen in staat stellen op een geliberaliseerde telecom- en postmarkt een eigen positie te verwerven.

Dat viel tegen. KPN bleek te klein voor grote buurmarkten als Duitsland. PostNL botste op de politiek in andere landen, die maar mondjesmaat liberaliseerden. PostNL stootte buitenlandse activiteiten (Italië, Duitsland) af en trok zich met de overname van concurrent Sandd grotendeels terug op thuismarkt Nederland.

Doordat PostNL én KPN nu primair Nederland als thuismarkt hebben, zijn ze ook permanente overnamekandidaten voor concurrenten die juist hier de lokale markt op willen. Maar PostNL en KPN genieten wel (in)formele overheidsbescherming.

KLM ook terug?

De defensieve hergroepering geldt niet voor het héle Nederlandse bedrijfsleven. Philips (gezondheidszorg), DSM (fijnchemie en voeding), Signify (licht) en Just Eat Takeaway (Thuisbezorgd) deden in 2020 substantiële overnames in het buitenland.

Maar ze worden wel de uitzondering. De trend van de terugtocht kan het volgende kabinet voor politieke vragen stellen.

De eerste: kan staatsbedrijf NS zijn buitenlandse lijnen (Engeland, Duitsland) handhaven nu de financiële positie zo onder druk staat van de reizigersterugval in Nederland?

De tweede: moet de overheid te hulp schieten bij de vergroening van Tata Steel in IJmuiden? Het Indiase Tata doet hier namelijk hetzelfde als Nederlandse concerns in het buitenland: krimpen en afstoten. Twee pogingen van Tata om ‘IJmuiden’ te verkopen zijn inmiddels mislukt.

De derde politieke vraag geldt voor KLM. Geeft de overheid opnieuw miljardensteun aan KLM binnen het Franse Air France-KLM? Of ligt voor hetzelfde geld de terugkeer naar Nederland als zelfstandig bedrijf dan niet meer voor de hand?