Online spelregels staan niet vast

digitale verkiezingscampagne De ethische grenzen van politieke partijen ten aanzien van online verkiezingsstrategieën zijn veelal onduidelijk.

Fractievoorzitter Rob Jetten en kamerlid Jan Paternotte van D66 tijdens de aftrap van de verkiezingscampagne.
Fractievoorzitter Rob Jetten en kamerlid Jan Paternotte van D66 tijdens de aftrap van de verkiezingscampagne. Foto Rob Engelaar

Politieke partijen zijn het in aanloop naar de verkiezingen niet eens geworden over het gebruik van microtargeting in de digitale campagne. De meeste zittende partijen tekenden wel de zogenoemde Nederlandse Gedragscode Transparantie Online Politieke Advertenties, maar juist de passages over microtargeting-technieken laten ruimte voor interpretatie. Partijen beloofden enkel „ethische grenzen aan te houden bij het koppelen van verschillende datasets en het uploaden ervan naar online platforms ten behoeve van microtargeting”.

Lees ook: De rode roos maakt plaats voor het online filmpje

Bij microtargeting maken adverteerders gebruik van gegevens die grote techbedrijven over hun gebruikers verzamelen, om zo hele specifieke groepen gebruikers te selecteren – op interesses, personalia of andere kenmerken. Critici vrezen dat individuele kiezers zo gemanipuleerd worden door eenzijdige informatie. „Deze ontwikkelingen raken stuk voor stuk aan fundamentele democratische waarden als persoonlijke autonomie en keuzevrijheid, gelijke toegang tot informatie, en aan een open en eerlijk verkiezingsproces”, zo waarschuwde Johan Remkes (VVD) voorzitter van de Staatscommissie Parlementair Stelsel, eind 2018 bij de presentatie van haar onderzoek naar de gevolgen van zulke technieken voor de democratie.

De digitale campagne wordt juist voor de lopende verkiezingscampagne extra belangrijk: dankzij het coronavirus verplaatst het belangrijkste strijdtoneel van de verkiezingscampagne zich nog sneller naar internet en sociale media dan verwacht. Online geven politieke partijen soms duizenden euro’s per dag uit om hun politieke boodschap onder de aandacht te brengen. Hoe de politieke partijen dat precies doen, is ondanks openbare advertentiearchieven van Facebook en Google niet helemaal duidelijk. De partijen zelf laten zich gedurende de verkiezingscampagne maar beperkt in de kaarten kijken.

Forum voor Democratie en de PVV ondertekenden de code niet. Laatstgenoemde adverteert nooit op sociale media en leunt op het enorme digitale bereik van partijleider Geert Wilders. FVD zegt zich aan de wet en de spelregels van de platformen te houden en dergelijke „kartelpolitiek” overbodig te vinden.

In de gedragscode spraken de overige politieke partijen af bijvoorbeeld geen misleidende informatie op sociale media te plaatsen of financiering vanuit het buitenland te accepteren. Maar juist op het gebied van controversiële advertentietechnieken als microtargeting en het opstellen van kiezersprofielen ontbreekt een duidelijk voorschrift.

Ondanks pogingen van Facebook en Google om via advertentiearchieven meer inzicht te bieden in hoe politieke partijen adverteren, blijft er nog veel onduidelijk over microtargeting. Partijen geven desgevraagd weinig inzage. Alleen GroenLinks reageerde inhoudelijk op vragen van NRC. Andere partijen, zoals de VVD, wilden niet inhoudelijk ingaan op vragen hierover.

Wettelijk gezien is veel mogelijk, blijkt uit een ‘handreiking’ voor politieke partijen die de Autoriteit Persoonsgegevens vorige week rondstuurde. Begin 2019 kondigde de toezichthouder een „verkennend onderzoek” aan naar het gebruik van persoonsgegevens in verkiezingscampagnes. Tot een publicatie van de onderzoeksresultaten kwam het niet.