In de slag om de waarheid voelde de factcheck als een klappertjespistool

Factchecking De factcheckrubriek is op zijn retour. En dat in tijden van corona en naderende verkiezingen. Hebben Nederlandse media, overmand door een lawine aan desinformatie, het opgegeven?

Toen Nu.nl bijna vier jaar geleden een factcheckrubriek begon, was dat aarzelend. „Er waren al zo veel media die dat hadden”, zegt hoofdredacteur Gert-Jaap Hoekman. Inmiddels is Nu.nl een van de laatst overgebleven Nederlandse nieuwsmedia met zo’n rubriek.

Onder de naam NUcheckt ontzenuwt fulltime factchecker Shannon Bakker claims die op sociale media rondgaan. De laatste tijd gaan die vooral over vaccins en mondkapjes. „Ik ben eigenlijk een coronachecker geworden”, zegt ze. Tijdrovend werk, waarvoor Bakker onderzoeken doorworstelt en deskundigen afbelt. „Met één bewering ben ik meestal wel de hele dag bezig.”

Waar NUcheckt nog ademt, ligt daaromheen een bescheiden kerkhof aan gesneuvelde factcheckrubrieken. In de laatste dik tien jaar hadden onder andere de NOS, Nieuwsuur, de Volkskrant, RTL Nieuws, Metro, De Correspondent en ook NRC er een. Sommige verschenen dagelijks, zoals ‘NRC Checkt’, andere wekelijks. Sommige rubrieken waren tijdelijk – alleen rond verkiezingen – andere hielden het langer vol: NRC Checkt van 2012 tot 2019. „Redacteuren begonnen het als corvee te ervaren”, schreef ombudsman Sjoerd de Jong destijds in zijn ‘necrologie’ van de rubriek. Ook een handvol onafhankelijke initiatieven, zoals Stellingchecker.nl en Pinokkiofactor.eu, zijn tegenwoordig inactief.

Lees: Precies of rekkelijk: een necrologie van de dagelijkse factcheck-rubriek

Wereldwijd zit factchecking juist in de lift, in elk geval wat betreft die onafhankelijke initiatieven. De Amerikaanse Duke University brengt jaarlijks in kaart hoeveel dat er zijn: in 2014 nog slechts 44, in 2019 al 188 en bij de laatste meting in 2020 ruim driehonderd. Factchecking groeit vooral in Afrika, Azië en Zuid-Amerika.

Journalistieke mode

Nederland was er vroeg bij, maar lijkt er ook eerder op uitgekeken. „Het was een journalistieke mode”, zegt Maarten Keulemans, wetenschapsredacteur van de Volkskrant en een van de factcheckers achter de rubriek ‘Klopt dit wel?’, die vorig jaar stopte. „We liepen er tegenaan dat we elke week iets checkbaars moesten vinden en dreigden bij triviale dingen terecht te komen, zoals een minister die in een debat per ongeluk een verkeerd cijfer noemt. Dat raakt zelden de essentie.”

Er was ook regelmatig ‘gedoe’, zegt Keulemans. Zoals over een uitspraak van opiniemaker Jan Roos, die had gezegd dat asielzoekers op kosten van de staat hun tanden konden laten bleken. Het oordeel dat die uitspraak ‘bijna goed’ was, zette de lezer op het verkeerde been, oordeelde de ombudsman van de krant achteraf: zo was het verschil tussen statushouders en asielzoekers niet meegewogen. Ook op de NRC-burelen lopen redacteuren rond met slechte herinneringen aan factchecks (zie kader).

Voor de Volkskrant was het akkefietje aanleiding om te stoppen met het ‘metertje’ dat onderaan de rubriek de mate van feitelijkheid van de gecheckte uitspraak moest weergeven. Die evolutie hebben meer factcheckinitiatieven doorgemaakt – Nu.nl heeft bijvoorbeeld het blokje ‘oordeel’ uit de rubriek geschrapt. Het is voor factcheckers lastig gebleken om een uitspraak simpelweg te wegen op waarheidsgehalte en vervolgens de uitslag af te lezen. Omdat de werkelijkheid te doorkneed blijkt met mitsen en maren volgde vaak een verwarrend salomonsoordeel: ‘half waar’, ‘grotendeels onwaar’, ‘niet te checken’.

Factchecking blijft belangrijk, maar het is zoeken naar de juiste vorm

Maarten Keulemans wetenschapsjournalist de Volkskrant

Dat de factcheck met een grote F op zijn retour is, betekent niet dat factchecking als journalistiek ambacht dood is. Sinds corona regent het uitlegstukken – hoe betrouwbaar is de PCR-test, hoe moet je cijfers over besmettingen lezen? – waarin als vanzelf ook allerlei misvattingen ontzenuwd worden.

Daarnaast doen enkele randjournalistieke platforms aan factchecking, zoals DokterMedia.nl, door twee artsen, en Kloptdatwel.nl, over pseudowetenschap. Het prominentste onafhankelijke factcheckplatform is de website Nieuwscheckers, gerund door docenten en studenten van de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden. Oude media vinden ondertussen nieuwe vormen: zo heeft BNR Nieuwsradio de podcast FactGurus en ging onlangs het KRO-NCRV-programma Propaganda van start, over nepnieuws en desinformatie.

Lees deze tv-recensie over Propaganda: Karaktermoord op Maurice de Hond? Dat viel wel mee

Tot slot zijn in Nederland buitenlandse factcheckers actief: het Franse persbureau AFP en haar Duitse equivalent DPA. Die controleren voor Facebook nepnieuws dat in Nederland rondgaat. Het sociale netwerk voegt vervolgens een waarschuwing toe aan posts waarin dit nepnieuws wordt gedeeld: ‘Onjuiste informatie - Gecontroleerd door onafhankelijke feitencheckers’.

Gallisch plukje factcheckers

Het Gallische plukje factcheckers in Nederland kan onmogelijk op tegen de stroom aan desinformatie die met de coronapandemie uitbrak. Shannon Bakker van Nu.nl vist eruit wat het meest gedeeld wordt op sociale media en WhatsApp, een kanaal waar nepnieuws onder de radar snel rond kan gaan. Ze vaart hierbij op tips van mensen die iets geks doorgeappt krijgen. Ook Clémence Overeem, het eenpersoons factcheckteam voor Nederland bij AFP, stort zich vooral op de viral berichten. „En wat de meeste schade dreigt te veroorzaken.”

Zo bestudeerde hij een bewering uit de hoek van QAnon, een complotbeweging die gelooft dat pedofiele machthebbers het bloed van kinderen ‘oogsten’ voor de chemische stof adrenochroom. Op sociale media ging een foto rond van een fabriek waarin dit zou gebeuren. „Deze foto’s zijn van een kunstwerk en niet van een bloedfabriek”, schreef Overeem.

Is wie in kinderbloedfabrieken gelooft wel ontvankelijk voor zoveel nuchterheid? „Je kunt discussiëren over de vraag hoe effectief deze factcheck was. Maar dit soort berichten zijn wel potentieel ontwrichtend voor de samenleving [in Amerika pleegden diverse QAnon-aanhangers geweld]. Ik vind dat je het in elk geval geprobeerd moet hebben.”

In 2010 waarschuwden Amerikaanse wetenschappers dat factchecken averechts kan werken: conservatieve stemmers geloofden een bewering over massavernietigingswapens méér nadat ze daar een factcheck over hadden gelezen. Maar een overzichtsstudie uit 2020 stelde dat recenter onderzoek zo’n ‘backfire effect’ niet kon reproduceren.

Politici vaker ontzien

Ondertussen komt weinig terecht van het factchecken van politici – voorheen belangrijke brandstof voor factcheckrubrieken. Bij Nu.nl is Bakker te druk met corona. Richting de Tweede Kamerverkiezingen zal de politiek redacteur van de site wel een aantal uitspraken van lijsttrekkers controleren, laat Hoekman weten. Verder checkte ook Nieuwscheckers de voorbije weken stellingen van politici, maar dat gaat niet tot de verkiezingen door: het ontbreekt de site aan budget.

Ook AFP en DPA factchecken politici niet: hun belangrijkste klant Facebook wil dat niet. Topman Mark Zuckerberg stelde dat kiezers op Facebook moeten kunnen zien wat politici zeggen, ook als ze liegen. Om die reden haakte Nu.nl, aanvankelijk samenwerkingspartner van Facebook, af. Andere Nederlandse media bedankten eerder al voor de eer.

Zuckerbergs standpunt leverde hem in Amerika een storm aan kritiek op, wat laat zien hoezeer factchecken een politieke lading heeft gekregen in het land waar de (politieke) factcheck ontstond. Vooral vanaf het moment dat Trump aan de macht kwam ontstond een voor factcheckers onwerkelijke situatie: het aantal leugens dat de president uitte bleek niet bij te houden en de grondslag van factchecking – een neutrale, apolitieke blik op de feiten – werd lamgelegd door een Witte Huis dat zijn eigen ‘alternatieve’ feiten aanhield en juist journalisten van fake news betichtte. In de slag om de waarheid voelde de factcheck opeens als een klappertjespistool.

Factcheck op de factcheck

Factcheckers opereren niet in een vacuüm, leek ook NOS-hoofdredacteur Marcel Gelauff te beseffen toen hij vorig jaar in De Groene Amsterdammer zei: „Het is heel ingewikkeld om de ‘ultieme waarheid’ vast te stellen zonder te belanden in een ideologisch debat. Zeker in deze tijd waarin mensen eigen waarheden hebben is dat al snel glad ijs.” EenVandaag verzeilde onlangs in zo’n situatie, toen Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet vijf van zijn uitspraken over corona door het actualiteitenprogramma gefactcheckt zag (conclusie: vijf keer onwaar), waarop zijn partij op haar site reageerde met een factcheck op de factcheck.

Trumpiaanse toestanden, waarin de waarheid politiek is geworden? Volgens hoogleraar politieke communicatie Peter Van Aelst (Universiteit Antwerpen) moeten we oppassen dat we de situatie in Amerika niet te veel projecteren op landen als Nederland. „Het klimaat is in deze landen niet zo extreem gepolariseerd als in de VS. De middengroep die nog vertrouwen heeft in de journalistiek is hier relatief groot.” De gemiddelde Nederlandse politicus vindt het volgens Van Aelst „toch echt niet leuk als hij of zij drie, vier keer betrapt wordt op iets onwaars”. Iemand als Trump of Baudet is wat dat betreft niet representatief. „Uit Amerikaans onderzoek op regionaal niveau bleek ook dat op plekken waar meer factcheckers actief waren, plaatselijke politici minder vaak onwaarheden verkondigen.”

Zoeken naar de juiste vorm

Hoe nu verder met de factcheck? „Factchecking blijft belangrijk, maar het is nog altijd zoeken naar de juiste vorm”, zegt Maarten Keulemans van de Volkskrant. Zijn krant schrapte de rubriek vorig voorjaar omdat de krant, zeker sinds corona, de belangrijkste misvattingen in reguliere stukken al weerlegt. In eerste instantie tijdelijk, maar de kans dat-ie terugkeert is klein, laat de chef van de wetenschapsredactie Tonie Mudde desgevraagd weten. „Het problematische is dat de boodschap vaak is: hier is iets dat u waarschijnlijk niet meegekregen heeft, en dat anders blijkt te liggen. Dan denk je als lezer: waarom moest ik dit überhaupt weten?”

Nu.nl-hoofdredacteur Hoekman denkt er omgekeerd over: journalisten moeten volgens hem actief desinformatie ontzenuwen. „Enkel de juiste informatie brengen is te subtiel in deze tijd waarin mensen continu met desinformatie worden bestookt.”

Ondertussen verschijnt een nieuw factcheckinitiatief aan de horizon: FactRank, een samenwerking van Nederlandse en Vlaamse universiteiten om geautomatiseerd checkbare uitspraken uit politieke debatten te vissen. Het lukt nog maar moeizaam nieuwsmedia te vinden die partner van het project willen zijn, zegt Van Aelst, die erbij betrokken is. Hij hoopt dat dat nog verandert. „Ik geloof dat een cultuur van factchecking een samenleving uiteindelijk dichter bij de waarheid houdt.”