Opinie

Het zijn tijden voor een kinderkrant

Karel Smouter

Het moet een van de eerste mails geweest zijn die ik helemaal zelf schreef, achter mijn vaders computer. Hij kwam in elk geval vanaf mijn eerste mailadres, charlie.s@iname.com. De ontvanger was de toenmalige hoofdredacteur van NRC, ergens midden jaren 90. Ik stelde hem voor om op de achterpagina een rubriek te beginnen over het leven van een jonge tiener. Want ging het in de krant niet veel teveel over grote mensen? Het antwoord was een vriendelijk maar beslist ‘nee, maar blijf het vooral proberen’.

Een van de wonderlijkste facetten van het ouderschap is dat je je eigen jeugd opnieuw beleeft. Want nu was het mijn zoon (7) die onlangs aan de ontbijttafel vroeg waarom er eigenlijk geen krant was voor kinderen. Gelijk had-ie, misschien wel méér dan zijn vader die toch vooral de muizenissen van een puber in een middenklassegezin wilde delen.

Want ga maar na: ook voor kinderen zijn dit historische tijden. Deze week, een jaar nadat het virus Nederland bereikte, denk ik daar weer veel aan terug. Mijn zoon, die op een dag terugkwam van school en vroeg wat dat ‘macaronivirus’ nu toch was waar iedereen het ineens over had. De vader van een vriendje die een rood-wit afzetlint meenam naar een speeldate, zodat onze zoontjes voldoende afstand konden houden tijdens het spelen. Een ander vriendje dat tijdens het ‘videospelen’ ineens keihard „IK HAAT DE REGERING” riep.

Nu waren de tijden waarin ik opgroeide óók historisch. Maar, en dat zullen veel 35-plussers beamen, het was toch echt een ander soort geschiedenis die toen geschreven werd. Het wereldnieuws was verder van mijn kinderbed verwijderd dan van dat van mijn zoon. Ik herinner die keer dat ik het schoolplein afkwam en tegen mijn ouders zei dat het daar niet het Plein van de Hemelse Vrede was. Een oom met een stukje van de Berlijnse muur. De eerste keer dat ik de klas werd uitgestuurd toen ik over kut-raketten in Irak begon, in plaats van scud-raketten. En dat was het wel.

„Het is echt een bijzondere tijd, hè papa”, zei mijn zoon dit weekend. „Eerst corona, toen sneeuw en ijs. En nu weer lente, terwijl het eigenlijk nog winter is.” Het deed me opnieuw beseffen hoezeer kinderen in het nu leven. Velen zijn vermoedelijk allang weer bij de volgende sensatie.

Best jammer, dus, dat het tot vorige week dinsdag duurde tot er een persconferentie voor kinderen kwam. Toch willen we nog eenmaal terugblikken op jaar één uit het coronatijdperk. We gaan een kinderkrant maken, die eind maart af moet zijn. En waar bij de kinderpersconferentie de kinderen alleen de vragen mochten leveren, willen we nu ook antwoorden van hén horen. Zeker in deze verkiezingsmaand, waarin we vooral naar 18-plussers luisteren.

Heb je (klein-)kinderen in de leeftijd van 7 tot 14 jaar, moedig hen dan aan te doen wat ik eind vorige eeuw zelf deed: mail de krant. We ontvangen hun antwoorden op deze vragen graag op kinderkrant@nrc.nl:

•Wat neem je mee uit dit coronajaar en wat laat je achter?

•Met welke levensvragen loop je rond?

•Wat waren voor jou echte lifesavers in dit voorbije jaar?

Karel Smouter is chef Media bij NRC en zoekt wekelijks naar mediawijsheid in een tijd waarin bijna iedereen mediacriticus is.