De restaurants op Mallorca zijn dicht, de voedselbank is open

Toerisme De ooit welvarende horeca op vakantie-eiland Mallorca ligt een jaar na de corona-uitbraak op apegapen. „Honger is hier nu een groter probleem dan Covid-19.”

Op eilandengroep de Balearen daalden de inkomsten vorig jaar met 84 procent. Op Mallorca zijn 40.000 huishoudens afhankelijk van uitkeringen of liefdadigheid.
Op eilandengroep de Balearen daalden de inkomsten vorig jaar met 84 procent. Op Mallorca zijn 40.000 huishoudens afhankelijk van uitkeringen of liefdadigheid.

„Wacht maar even”, zegt Bart Mooij (55) aan het begin van een gesprek over de huidige crisis op Mallorca. De Nederlandse restauranteigenaar annex kok loopt naar de bar van Sa Finca en haalt een zwart schrift te voorschijn. „Dan kan je gelijk met eigen ogen zien waar we het hier over hebben.” Zijn vinger glijdt langs de cijfers. „Februari geldt als de maand waarin alles heel langzaam op gang komt. Dan maakten we hier, normaal gesproken, een omzet van circa 30.000 euro. Nu is dat dus nul komma nul.”

Mooij, die 23 jaar geleden met echtgenote Simone en dochters Margo en Anouk Nieuw-Vennep verruilde voor het Spaanse vakantie-eiland, is gestopt met ver vooruit denken. Dat zijn restaurant in het kustplaatsje Peguera per 2 maart mondjesmaat weer wat gasten op het terras mag ontvangen, is nauwelijks goed nieuws te noemen. „Dat zijn vier tafeltjes”, zegt Mooij met een cynisch lachje. „Maar goed, het is beter dan helemaal niks. Misschien dat we iets van de rekeningen kunnen betalen.”

Het contrast met twaalf maanden geleden is enorm. Het leven lachte de familie toe. Sa Finca had in 2019 nog zo’n drie ton omzet gedraaid. Mooij en zijn vrouw waren net terug van een vakantie naar Bali en hij maakte zich op voor een nieuw topjaar. In februari startte Mooij met zijn compagnon langzaam op. Als de zaak in de zomer weer een paar goede maanden zou draaien, zou dat de stille wintermaanden ruimschoots compenseren.

Restaurant Sa Finca van Nederlander Bart Mooij. Foto Patrick Morarescu

Zo gaat dat immers al decennia op Mallorca. De restaurants en bars op de Balearen – naast Mallorca de eilanden Ibiza, Menorca en Formentera – hebben er voorspoed gebracht: op jaarbasis zetten ze voor zo’n 10 miljard euro om.

Tot de uitbraak van corona dus. „Op 14 maart 2020 stond alles stil, van de ene dag op de andere”, herinnert Mooij zich. „Je kunt met veel rekening houden, maar niet met een totale lockdown.”

In een mum van tijd werden alle toeristen van het eiland gehaald en zaten de ruim negenhonderdduizend bewoners van Mallorca verplicht thuis, ruim twee maanden lang, net als de andere 47 miljoen Spanjaarden. Duizenden restaurants sloten gedwongen de deuren. Populaire oorden als de ‘Britse’ badplaats Magaluf, het pittoreske Port de Sóller, het ‘Duitse’ familiedorpje Peguera en de hoofdstad Palma oogden als spooksteden.

Nachtmerrie

Bij oudere Mallorquines riep het herinneringen op aan de jaren voor 1955, toen de Balearen nog verschoond waren van toerisme. Bij die periode kan Alberto Jareño (45) zich niets voorstellen. Zijn grootouders openden zijn restaurant, La Balanguera, in het centrum van Palma, in 1963 en het is sindsdien vrijwel altijd een financieel succes geweest. „Mijn grootouders hadden daarvoor veel land en koeien, maar het toerisme bleek een betere bron van inkomsten.”

Zo is Alberto Jareño nu de derde generatie die leeft van de buitenlandse gasten op zijn geboorte-eiland. Naast La Balanguera, waar veelal lokale gerechten op de kaart staan, heeft hij nog een kleiner restaurant. En vorig jaar investeerde hij pakweg een ton in een nieuwe zaak. Maar wat de verzekering van zijn toekomst had moeten worden, dreigt uit te lopen op een nachtmerrie. „Vrijwel alles wat ik had, heb ik erin gestoken, en ik heb die zaak nooit kunnen openen. Als dit zo doorgaat, raak ik die tent kwijt en blijf ik met een schuld achter. Want de kosten lopen door, maar inkomsten zijn er niet. Dat gaat malen in je hoofd.”

Hij kan zichzelf nog wel een paar maanden staande houden, zegt Jareño – anders dan de vele collega's die hij de voorbije maanden zag afhaken. „De overheid doet vrijwel niets voor de horeca. In andere landen krijgen restaurants steun om op zijn minst te kunnen blijven bestaan. Hier kan je hooguit een lening krijgen. Maar waar moet je die van terugbetalen? Een vriend van mij is zijn restaurant kwijtgeraakt en woont bij zijn kinderen. Honger is nu een groter probleem op Mallorca dan Covid-19.”

Een pakket van de voedselbank. Foto Patrick Morarescu

Jareño heeft zich opgeworpen als voorman van de getroffen restauranthouders. Met enkele anderen regelt hij gaarkeukens waar mensen in nood een warme maaltijd kunnen krijgen. Tegelijk organiseert hij maatschappelijk verzet tegen de regionale overheid, die het in zijn ogen compleet laat afweten. De afgelopen weken waren er diverse manifestaties in de straten van Palma waarbij demonstranten het aftreden van de socialistische regiopresident Francina Armengol eisten.

Volgens Jareño voelen velen zich in de steek gelaten door de politiek. „Geld zou het probleem niet moeten zijn. Europa heeft hulp toegezegd, maar mensen blijven met lege handen.”

Tegen die achtergrond heeft Jareño een lokale politieke partij opgericht, Suman. „Niet links, niet rechts, maar voor de gewone man. We kunnen het niet laten gebeuren dat de restaurants massaal kapot gaan. Denk je dat toeristen alleen voor de zon en het strand komen?”

Het aantal toeristen in Spanje, 83,5 miljoen in 2019, kwam vorig jaar uit op 19 miljoen, minder dan een kwart. Dat cijfer van vorig jaar is vergelijkbaar met het toeristental uit 1968, toen dictator Francisco Franco nog aan de macht was.

Liefdadigheid

Op de Balearen liep het toerisme terug van 16 miljoen mensen in 2019 naar 3 miljoen. Tegelijk daalden de inkomsten van 16 miljard euro naar 2,5 miljard, een derving van ruim 84 procent. Het wegblijven van betalende gasten leidde tot een onverwacht snelle armoedeval. Een kleine veertigduizend huishoudens op Mallorca zitten nu zonder inkomsten en zijn afhankelijk van uitkeringen of liefdadigheid.

Op verschillende plekken zijn burgerinitiatieven ontstaan, waarbij inwoners elkaar helpen. Mallorca telt inmiddels 75 voedselbanken. Een ervan begon afgelopen maand in de plaats Santa Ponsa, een initiatief van een groepje Duitsers, Nederlanders en Engelsen die elkaar kennen via een plaatselijke kerk. Financiering berust deels op donaties van toeristen die niet kunnen komen.

De Duitser Tom Mardorf en de Nederlandse Margaretha van Leeuwen leiden die organisatie, die tientallen gezinnen aan pakketten met eten en drinken helpt. Mardorf: „Ik heb mensen gezien die het totaal niet meer zagen zitten. Ze leken de weg kwijt, durven niet om hulp te vragen. Maar iedereen heeft recht op een dak en eten. Niemand hoeft zich te schamen voor de gevolgen van deze crisis. Juist nu is de tijd om elkaar te helpen.”

Bart Mooij voor Sa Finca. Foto Patrick Morarescu

De familie Mooij helpt als vrijwilligers met het uitdelen van voedsel. Deels uit solidariteit, deels omdat ze zelf bijna afhankelijk zijn geworden van giften. Want niet alleen de inkomsten van restaurant Sa Finca blijven uit, ook dochters Margo (25) en Anouk (22) raakten hun baan in de horeca kwijt en leven beiden met hun partners van een uitkering. Maar die van de jongste dochter wordt niet uitbetaald, zodat ook zij is aangewezen op de voedselbank.

Bart Mooij probeert ondanks alles de moed erin te houden. Hij heeft houvast aan God en krijgt financiële hulp van zijn schoonvader. „Maar het is natuurlijk wel heel erg schrijnend om mee te maken hoe de overheid ons laat doodbloeden”, zegt Mooij. „We hebben hier 23 jaar belasting betaald, meegeholpen aan de opbouw van het eiland, en nu laten ze ons aan ons lot over. Er is van alles beloofd, maar we hebben tot dusver geen cent steun gehad. We leven van giften en kunnen alleen maar wachten tot de toeristen weer komen.”