Marijke Naezer: „Baby’s die worden geboren als intersekse worden gezien als ‘afwijkend’.”

Foto Bram Petraeus

Interview

Wie bepaalt of je een lichaam ‘rechtzet’?

Marijke Naezer | cultureel antropoloog Hoe gaan zorgverleners ermee om als er bij kinderen een ‘mismatch’ is tussen lichaam en gender? En wie bepaalt dat?

Vergelijk de situaties eens van deze twee kinderen.

Je ouders denken dat je een meisje bent als je wordt geboren. Maar ze komen erachter dat je ‘mannelijke’ chromosomen hebt; je bent ongevoelig voor testosteron. Je inwendige testikels worden weggehaald, door hormonen wordt later een ‘normale’ vrouwelijke puberteit opgewekt. Je ouders zeggen dat het beter is als je er met niemand over praat.

Dan de tweede situatie. Als vanaf je elfde je borsten beginnen te groeien besef je: dit lichaam past niet bij mij. Als drie jaar later ook nog je favoriete youtuber uit de kast komt als transgender, weet je het zeker: dat ben ik ook! Maar je bent wettelijk nog te jong voor een operatie, en voor hormonen moet je eerst een uitgebreid psychologisch traject door. De wachttijd voor de intake is twee jaar.

Het verschil? Bij het intersekse kind uit het eerste voorbeeld wordt vroeg ingegrepen in het lichaam, bij het transgender kind juist laat. Maar daaronder liggen vergelijkbare opvattingen over gender, de maakbaarheid van het lichaam en de autonomie van jonge patiënten, zag onderzoeker Marijke Naezer, die met het Radboudumc en de Radboud Universiteit in Nijmegen die opvattingen binnen de Nederlandse intersekse- en transgenderzorg vergeleek. Hun artikel werd onlangs gepubliceerd in het Britse Journal of Gender Studies.

In beide soorten zorg bestaat een conservatieve en progressieve benadering, zag Naezer. De conservatieve benadering leidt in de interseksezorg tot vroeg medisch ingrijpen – soms al bij baby’s – maar in de transgenderzorg juist tot een ‘poortwachtersmodel’, waarin medici bepalen of iemand in aanmerking komt voor ingrepen. Daarin is een onomkeerbare behandeling, zoals een geslachtsoperatie, nagenoeg onbereikbaar voor minderjarigen. Die benadering wordt uitgedaagd door progressieven, met als één van de argumenten dat kinderen en adolescenten veel meer zelf kunnen beslissen over hun lichaam.

‘Intersekse’ zegt iets over het lichaam: bij een intersekse persoon komen geslachtskenmerken niet (helemaal) overeen met wat in de maatschappij als een mannelijk of vrouwelijk lichaam wordt gezien. ‘Transgender’ beschrijft identiteit: iemand is transgender als diens genderidentiteit (man, vrouw of iets daartussenin) niet past bij het geslacht dat bij de geboorte is toegewezen.

Intersekse baby’s kunnen later heel gelukkig zijn met hun lichaam

Een ‘mismatch’ tussen lichaam en genderidentiteit, tussen hoe iemand eruitziet en hoe iemand zich voelt, wordt vaak problematischer gevonden bij intersekse dan bij transgender kinderen, zegt Naezer. „De conservatievere benadering in de interseksezorg is dat het een probleem is als een lichaam niet matcht met de labels die wij kennen. Terwijl die conservatieve beandering in de transgenderzorg luidt: als jouw lichaam niet helemaal matcht met jouw identiteit, dan moet je wel heel goed nadenken of je medisch wil ingrijpen, want jouw lichaam is in principe gezond. Terwijl trans personen dat vaak heel anders ervaren.”

Waar komt dat verschil vandaan?

„Er is eigenlijk geen tegenstelling. Zowel in de intersekse- als transgenderzorg speelt het idee dat je een lichaam hoort te hebben dat er typisch ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’ uitziet een grote rol. Baby’s die worden geboren als intersekse worden gezien als ‘afwijkend’. Lichamen van transgender personen als ‘kloppend’. Terwijl de intersekse baby’s later heel gelukkig kunnen zijn met hun lichaam, en transgender personen heel ongelukkig. Er wordt gefocust op het lichaam. Past het in een hokje of niet. De beleving van mensen zelf komt op het tweede plan.”

Aanleiding voor het artikel was de start van transgenderzorg bij het Radboudumc, een jaar geleden. Het ziekenhuis bood al langer zorg voor intersekse personen aan, maar daar kwam in maart 2020 transgenderzorg voor kinderen en adolescenten bij. „Het Radboudumc wilde weten welke dilemma’s en gevoeligheden daarbij komen kijken”, zegt Naezer.

Die belangrijkste discussie binnen de interseksezorg gaat over niet-medisch noodzakelijke ingrepen bij jonge kinderen. Sommige ouders willen dat zo’n intersekse variatie wordt ‘rechtgezet’. Tegenstanders vinden dat je daarmee prima kan wachten tot een kind daar zelf toestemming voor kan geven. Bij de transgenderzorg is juist veel irritatie onder met name zorgaanvragers over uitstel en voorzichtigheid: alleen al de gesprekken met een psycholoog duren maanden.

Een genoemd voordeel van jong opereren is dat het mooier herstelt

Volgens Naezer ligt onder beide takken van zorg eenzelfde opvatting over de autonomie van de (jonge) patiënt. „Bij de huidige aanpak ligt de macht vaak bij de arts die veel zeggenschap heeft over het zorgtraject van kinderen en jongeren. Dat is vanuit goede intenties, maar het tegenargument is dat je eigen keuzes mag maken over jouw lichaam. De vraag is vanaf welke leeftijd en onder welke voorwaarden.”

Wat betreft de interseksezorg wordt in Nederland momenteel nog onderzocht of niet-medisch noodzakelijke behandelingen voorkomen bij kinderen. Maar jullie schrijven best stellig: het komt voor.

„Er zijn signalen dat het nog gebeurt. In 2018 uitte een orgaan van de Verenigde Naties, de Committee Against Torture, bijvoorbeeld zijn zorgen over het plaatsvinden van dergelijke ingrepen in Nederland. Human Rights Watch schreef dat ook in 2017. En artsen zeggen dat tegen ons. Al zeggen ze ook dat ze daar veel terughoudender mee zijn geworden, zeker als dat niet medisch noodzakelijk is. Hoewel je natuurlijk kan discussiëren over wat medisch noodzakelijk is. Neem hypospadie. Daarbij zit het plasgaatje lager op de penis, die ook vaak is kromgegroeid. Iemand kan dan soms niet staand plassen of penetreren. Maar moet dat per se?”

Er zijn vast ook veel intersekse baby’s die achteraf heel blij zijn dat hun lichaam ‘kloppend’ is gemaakt.

„Klopt. Een genoemd voordeel van jong opereren is dat het mooier herstelt, en men zegt dat een baby zich de operatie niet herinnert. In psychische zin zou het dus minder ingrijpend zijn. Maar dat moet je afwegen tegen het feit dat je aan iemands geslachtsdelen of hormonen sleutelt zonder diens toestemming. Een ontzettend zwaarwegende factor, als je het mij vraagt. Er zijn ook mensen die later niet tevreden zijn met zo’n ingreep. Bijvoorbeeld omdat ze zich niet identificeren met het geslacht dat hen is toegewezen, of omdat ze niet blij zijn met de resultaten.”

Wat nou als 95 procent daar wel blij mee is?

„Het probleem is dat we dat niet weten. Er is maar heel beperkt langetermijnonderzoek naar de ervaringen na zo’n ingreep en nog minder naar kinderen bij wie niet is ingegrepen. Een belangrijke reden om baby’s en kinderen te opereren of hormonen te geven, is voorkomen dat een kind later negatieve reacties krijgt, of negatief gaat denken over het eigen lichaam. Maar het beperkte onderzoek dat er is, laat zien dat dat wel mee lijkt te vallen. En zelfs als 95 procent blij is met een vroege ingreep, mag je dan voor die overige 5 procent zonder toestemming iemands lichaam veranderen? Dat is nogal wat.”