Reportage

‘Mensen willen gewoon naar buiten, laat ze’

Wassenaarse duinen Door het zonnige weer was het zondag druk in parken, bossen en duinen. „Het afgelopen jaar is het hier drukker geweest dan ooit tevoren, omdat er verder zo weinig kon en mocht.”

Op de tweede mooie dag van het jaar was het druk in park Meijendel.
Op de tweede mooie dag van het jaar was het druk in park Meijendel. David van Dam

De mensen achter het stuur zijn te beleefd of te redelijk om boos te worden. Maar de ergernis druipt van hun gezichten. Zijn ze vanochtend nog wel zo vroeg van huis gegaan, kunnen ze toch niet doorrijden naar het parkeerterrein verderop langs de Meijendelseweg. „Sorry, vol”, zegt de verkeersregelaar op het kruispunt met de Duinvoetlaan, bij de toegang tot de Wassenaarse duinen. „U kunt” – hij wijst naar links – „uw auto daar in de woonwijk neerzetten.”

Het is zondagochtend, twee minuten voor half elf. Een kwartier geleden heeft waterbedrijf Dunea, de beheerder, het gebied afgesloten voor alle autoverkeer. De verkeersregelaar, William (32), vóór corona beveiliger in de horeca, lacht naar iedereen die zijn of haar raampje opendraait en aan hem vraagt hoe ze dán bij het Monkeybos (de speeltuin) of het pannenkoekenrestaurant moeten komen. „Lopend”, zegt hij. „Vijfentwintig minuten.”

Peuter

„Lópend?”, zegt de bestuurder van een kleine SUV. „We hebben een peuter van drie bij ons. Dat kan helemaal niet.” William, nog steeds lachend: „Daar kan ik niets aan doen.”

Even later loopt de bestuurder – Bart (34) – toch met zijn zoontje het duinpad naar het Monkeybos op. Zijn vrouw – Jessie (30) – duwt de kinderwagen met de baby voor zich uit. Ze werkt in de gehandicaptenzorg en ze zegt tegen haar man: „Hier kwamen we toch voor? Lekker wandelen.” Maar Bart lijkt nog niet echt overtuigd.

Voor de ingang van het Monkeybos – klimbomen, uitkijktoren, kabelbaan – staat Bianca (31) te kijken hoe haar twee dochters zich met hun vriendinnetjes juichend in het zand laten vallen. Ze is ambulancechauffeur en nee, voor haar de komende week geen voorjaarsvakantie. Haar man, die bij de IND werkt, blijft bij de kinderen. Ze zijn hier voor het eerst en dat is wel het voordeel van corona: je gaat op zoek naar nieuwe plekken waar je lekker buiten kunt zijn. Heeft ze het de afgelopen maanden door corona drukker gehad dan normaal? „Eerlijk?”, zegt ze. „Alleen vorig jaar maart en april namen we meer mensen mee dan normaal. En dat waren vaak mensen die je voorheen thuis had gelaten. Ik bedoel: de meesten konden zelf naar de ambulance lopen.”

Tunnelvisie

Begrijp haar niet verkeerd, ze houdt zich aan de regels. Maar ze denkt weleens dat de overheid aan het „tunnelvisieën” is. „Je kan de besmettingen niet naar nul brengen. Kanker breng je ook niet naar nul. Verkeersdoden ook niet.”

Lees ook: Als corona nog jaren bij ons blijft

In de tientallen meters lange rij voor het tijdelijke loket van het pannenkoekenrestaurant staat Paca (28) – „eigenlijk Francisca” – met haar pasgeboren baby in de draagzak en haar schoonouders naast zich op de bestelde koffie te wachten. Ze hebben alle drie een gecertificeerde mondkap op. „Wij zijn Spanjaarden”, zegt Paca. „Wij vinden dat normaal.” Maar binnen blijven zitten met dit heerlijke weer – „wel het veiligste” – nee, dat kon ze echt niet aan. Ze draait haar gezicht naar de zon terwijl haar schoonmoeder voorzichtig het mutsje van de baby wat omhoog schuift. Het is een jongetje en hij heet Mateo.

Om kwart voor één is William de verkeersregelaar even met pauze. Er zijn zoveel lege plekken op het parkeerterrein vrijgekomen dat het verkeer mag doorrijden. Op de hoek van de Duinvoetlaan staat Pien (52) met een grote snoeischaar takken van de bruin geworden den in haar voortuin af te knippen. „Die heeft het deze winter niet gered”, zegt ze. Vindt ze het vervelend, al die auto’s in de straat? „Ach, nee”, zegt ze. „Mensen willen graag naar buiten, laat ze.” Ze is al zo bevoorrecht dat ze hier kan wonen, vindt ze, dat ze beslist niet wil klagen.

Duinen

Elke dag fietst ze naar het notariskantoor in Den Haag waar ze receptioniste is. Notaris is een essentieel beroep, ze hoeft niet thuis te werken. ’s Middags gaat ze vaak nog wandelen in de duinen. Intussen is William weer op zijn post, alle auto’s worden Piens straat in gestuurd. Pien kijkt er peinzend naar, haalt haar schouders op en zegt: „Voor een dag is het niet erg. Voor tien dagen ook niet. Maar als het altijd zo blijft zullen we misschien toch iets met elkaar moeten bedenken.” Het afgelopen jaar is het hier drukker geweest dan ooit tevoren, omdat er verder zo weinig kon en mocht. „Mensen zaten hier te picknicken, er werden kinderpartijtjes gehouden.” Pien begrijpt het allemaal. Maar dat kinderen in de heggen stonden te piesen, dat vond ze niet zo leuk.