Opinie

Een 74-jarige blogger was de krant over de manco’s van de avondklok te snel af

De ombudsman

Heel even verwachtte ik dinsdagavond na 21.00 uur kiezelsteentjes te horen, of de laatste mini-sneeuwballen, tegen het raam van de bovenverdieping waar ik mij na alle aanmaningen over de avondklok achter een stapel dozen had verschanst. Tik, tok. Met de oproep: „Kom naar buiten, het mág van de rechter!” Wie was dat? Een berouwvolle boa? Ira Helsloot? Een lid van de Commentatorengroep van NRC?

Gekkigheid natuurlijk – maar goed, iedereen was een beetje in de war door de wending die de saga van de avondklok die dag had genomen met het vonnis van de Haagse rechtbank. Corona-Provo Willem Engel kreeg zomaar gelijk dat de avondklok van tafel moest. Er klinken ook zorgen, want kregen we de reproductie-waarde van Engel en zijn Viruswaarheid nu nog wel onder de 1? Ook wanen kunnen besmettelijk zijn.

Na het vonnis buitelden journalisten, Kamerleden en praattafelaars over elkaar om erop te wijzen dat er nog zó op was gewezen dat de juridische onderbouwing van de maatregel rammelde: door de Raad van State, door SGP-parlementariër Kees van der Staaij, door wie eigenlijk niet?

Nou ja, niet door de media.

Niet alleen de politiek bleek overdonderd, ook de journalistiek, inclusief deze krant. Terwijl het kort geding van Engel netjes aangekondigd stond op de site van zijn club. NRC bracht ijlings een – zeer verhelderend – portret van de dansleraar annex activist, die het adagium lijkt te hanteren ‘hoe meer chaos, hoe beter’. Dat portret begint bij hem thuis, op de dag dat hij hoort dat de avondklok er komt, met de enthousiaste uitroep dat dit „extra brandstof” is en er natúúrlijk zal worden geprocedeerd. Toch stuurde ook NRC niemand naar de zitting bij de voorzieningenrechter.

Nu spant Viruswaarheid aan de lopende band procedures aan – er staan er nog een paar op stapel – en het parlement had al breed ingestemd met de maatregel, dus onverklaarbaar is dat niet. Maar waren de juridische complicaties van de avondklok dan wel op tijd gezien – zeg maar de klepel?

Van het Haagse debat over de avondklok, toen die voor het eerst ter sprake kwam, werd uiteraard verslag gedaan, maar veel juridische analyse kon ik niet vinden.

Daar was na de instemming van de Tweede Kamer ook niemand op gespitst; de aandacht ging al snel uit naar de mogelijke verlenging van de maatregel. De Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Wbbbg) waar het kabinet zich op beriep (en waarvan de Raad van State zich afvroeg of die het meest voor de hand lag, in plaats van aanpassing van de coronawet) werd vermeld – maar zonder die bedenkingen. Over de Wbbbg las ik dat de avondklok „alleen” in te voeren was op basis van die wet; inmiddels is er niettemin alsnog een spoedwet in de maak.

De bezwaren tegen de maatregel die de krant noteerde, betroffen vooral de proportionaliteit en effectiviteit ervan. Complicaties in de wetgeving kwamen wel aan bod bij juridisch redacteur Folkert Jensma, die zich er in zijn column in november over verbaasde, net als later de Raad van State, dat de avondklok niet werd opgenomen in de eerdere coronawet. Met de Wbbbg waren we terug „in de tijd van de sirenes, barricades en de militairen op straat”; al bleven de laatsten gelukkig in de kazerne toen er rellen uitbraken.

Intussen schaarde de krant zich in het Commentaar vierkant achter de avondklok – zonder die juridische kanttekeningen. De burger „moest het ermee doen”. De brede steun van de Kamer en de dreiging van de nieuwe, Britse virusvariant hadden de doorslag gegeven. Er kwam nog wel een amusant, informatief historisch overzicht met beierende avondklokken door de eeuwen heen, van de Middeleeuwen tot heden.

Sommige lezers vonden dat allemaal veel te snel gaan – de krant van lux et libertas wil toch pal staan voor burgerlijke vrijheden? Bovendien, er waren dus wel vragen te stellen over de onderbouwing van de maatregel. Ik werd gewezen op een noeste blogger die daarop hamerde. Nee, niet de opiniepeiler, maar een oud-voorzitter van de Coornhert Liga, oud-lid van de Emancipatieraad en ex-raadslid voor de PvdA in Leiden.

Dat was de 74-jarige gepromoveerde jurist Joyce Hes, die onder meer columns schreef voor Binnenlands Bestuur. Direct na de aankondiging van de avondklok uitte ze op haar blog haar ongenoegen dat een demissionair kabinet „op een buitengewoon wankele juridische basis een zo vergaande maatregel wil treffen”. Waarna kritiek volgde die de rechter later ook gaf: de bewuste wet was niet de geschikte route.

Twee weken later sloeg Hes opnieuw toe. Ze schreef: „Mijn probleem zit hem erin dat ik het onbegrijpelijk vind dat niemand zich hier druk over maakt, althans in de media wordt voortdurend instemmend geknikt als het om de avondklok gaat”. Drie dagen voor het vonnis was ze er weer, met deze conclusie: „Terwijl de Wbbbg ervoor bedoeld was om orde en veiligheid te beschermen tegen inlandse vijanden, oftewel tumultus dat de rechtsorde bedreigt, heeft de invoering van de avondklok vooral tumult veroorzaakt”.

Ik belde Hes („Ja, dat blog, dat lezen 35 mensen per dag, dat stelt natuurlijk geen barst voor”), om te vragen naar haar beweegredenen. Daar is ze stellig over: „Het is toch een bloody shame dat nu zo’n club als Viruswaarheid hiermee aan de haal gaat?” Hadden PvdA en D66 ook niet wat beter kunnen opletten, wil ze maar zeggen.

Waar het gelijk ligt, kan ik niet beoordelen – andere juristen menen dat de Haagse rechter met het onverwachte vonnis haar boekje te buiten is gegaan. Toch, ik had graag meer juridische exegese gelezen in de krant die naam heeft op het gebied van staatsrecht – en toch nog altijd 24 jaar jonger is dan die noeste blogger.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.