Opinie

Coronacrisis mag de stilstaande campagne niet verder saboteren

Tweede Kamerverkiezingen

Commentaar

D66-lijsttrekker Sigrid Kaag deed vorig weekend, tijdens het digitale partijcongres, een moedige poging de campagne van de Tweede Kamerverkiezingen over het klimaat te laten gaan. Het grootste deel van haar toespraak ging over dit enorme politieke vraagstuk. Maar, erkende ze achteraf, „het is lastig in de coronaperiode aandacht te krijgen voor je eigen verhaal”. Het was een ergernis die meer lijsttrekkers voelen, maar die niet altijd geuit wordt. Over minder dan vier weken zijn de Tweede Kamerverkiezingen. Maar van een campagne is nauwelijks sprake. Deels heeft dat een praktische oorzaak: lijsttrekkers spreken hun achterban toe via livestreams, winkelcentra en dorpspleinen zijn leeg. Maar er is ook een inhoudelijk gevolg: bestaande politieke tegenstellingen zijn gestold. Partijen proberen het wel, maar buiten de coronacrisis is een politieke surplace ontstaan. Deze stilstand is ernstig, om meerdere redenen. Politieke meningsverschillen over corona beperken zich grotendeels tot de crisisaanpak. Wat kon beter, wat kon sneller – zulke vragen domineren de talloze coronadebatten in de Tweede Kamer. Door deze vraag centraal te stellen, worden de verkiezingen versmald tot een talentenjacht voor crisismanagers.

Campagne voeren betekent voor de lijsttrekkers in het kabinet-Rutte III ook: publiekelijk verantwoording afleggen. Dat is nauwelijks aan de orde. Premier Mark Rutte, die deze zaterdag de verkiezingen aftrapt met een advertentiecampagne, incasseert tot nu toe zonder enige moeite de premier-in-crisistijdbonus. Andere onderwerpen blijven buiten beschouwing. Het kabinet is gevallen om de Toeslagenaffaire, die een rot in het openbaar bestuur (en democratische controle) aantoonde. Over zo’n belangrijk onderwerp moet gedebatteerd worden. Een campagne is bedoeld om verschillen te benadrukken. Alleen dan kunnen verkiezingen een graadmeter zijn voor de beleidskeuzes van Rutte III.

De windstilte is ook problematisch bij een ander onderwerp dat in Den Haag onvoldoende aandacht krijgt: het verloop van de verkiezingen. Binnen het Outbreak Management Team (OMT) bestaan grote zorgen over de vraag of Nederlanders straks wel veilig kunnen stemmen. En ze hebben niet alleen zorgen om de kiezers. Tienduizenden vrijwilligers zijn geworven, veelal gepensioneerden, die straks in stemlokalen moeten toezien op een ordelijk verloop van de stembusgang. Het is niet uitgesloten dat de verkiezingen samenvallen met het hoogtepunt van de derde besmettingsgolf. Dat betekent dat het niet alleen om veiligheid gaat, maar ook over democratische legitimiteit. Wat als veel kiezers niet dúrven te stemmen?

Uitstel van de verkiezingen is geen optie, vindt het kabinet. Het is begrijpelijk dat een eventueel later tijdstip als allerlaatste mogelijkheid wordt overwogen. Maar het is onduidelijk waar de zelfverzekerde houding van minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) vandaan komt. Zij heeft het briefstemmen mogelijk gemaakt voor iedere kiezer die ouder is dan 70. Ook neemt zij maatregelen om ervoor te zorgen dat stembureaus zo veilig mogelijk zijn. Zo zijn ze langer open en mag iedere kiezer het rode stempotlood na gebruik mee naar huis nemen. Het zijn op zichzelf goede maatregelen, maar ze zijn onvoldoende. Het is niet goed te volgen waarom Ollongren het openstellen van briefstemmen voor grotere groepen kiezers al in een vroeg stadium verwierp als „iets dat je liever niet doet”. „De enige manier om zeker te weten dat jij degene bent die de stem uitbrengt, is in het stemhokje”, zei ze daarover. Maar zó vreemd is briefstemmen niet. Expats stemmen altijd al zo, in 2017 waren dat 59.857 stemmen. Er is geen geval van fraude bekend.

Ook kiezers die jonger dan 70 zijn, kunnen terecht zorgen hebben om fysiek te gaan stemmen, en niet iedereen kan iemand een volmacht geven. De Partij voor de Dieren spande een rechtszaak aan om de mogelijkheden van poststemmen te verruimen, maar die eis werd vrijdag verworpen door de rechter. Het parlement moet hierover beslissen, vond de voorzieningenrechter. De Eerste en Tweede Kamer waren in een eerder stadium al akkoord gegaan. Maar het denken moet daar niet stoppen. De omstandigheden zijn anders dan in januari, toen het parlement instemde met Ollongrens wetsvoorstel. Kabinet en Kamer moeten zo lang mogelijk op de ontwikkeling van het virus blijven inspelen. Frankrijk heeft de verkiezingen voor regio’s en departementen van maart al uitgesteld naar juni. Het Franse parlement vreest een te lage opkomst en een toename van het aantal besmettingen. Uitstel in Nederland is nu ongewenst, maar waakzaamheid over het verloop van de besmettingen – en de zorgen onder kiezers – is geboden.