Opinie

We moeten solidair zijn met onze jongeren

Column Het welzijn van jongeren wordt gebagatelliseerd, merkt Eveline Crone. Terwijl de samenleving van hen afhankelijk is om uit de crisis te komen.

Eveline Crone

Het gaat niet goed met jongeren in Nederland. Er zijn steeds meer signalen dat jongeren, meer dan andere generaties, lijden onder de sociale beperkingen. Een derde van de jongeren rapporteert extreme eenzaamheid, depressiviteit en afnames in mentale kracht. Jeugdzorg-ggz signaleert een toename in eetstoornissen en suïcidaliteit. Jongeren sporten minder, kunnen zich slechter concentreren, en een gedeelte loopt schoolachterstand op, vooral vanwege het wegvallen van stageplekken.

Tegelijkertijd ligt juist het gedrag van jongeren onder een vergrootglas. Ze krijgen opvallend vaak de schuld van virusverspreiding, ondanks dat zij weinig voor zichzelf opeisen.

Het is opvallend dat juist de huidige jongerengeneratie zo wordt beschuldigd. Onderzoek van het World Economic Forum laat zien dat de huidige generatie jongeren, in vergelijking met eerdere generaties, meer oog heeft voor anderen, inclusiever is en sterker hecht aan gelijkwaardigheid. Jongeren tonen ook in deze crisis een enorme dosis solidariteit naar oudere generaties. Er is opmerkelijk weinig weerstand tegen de maatregelen en jongeren geven aan dat zij het belangrijk vinden dat het goed gaat met hun ouders en grootouders. Waarom wordt het welzijn van de jongeren gebagatelliseerd, terwijl wij toch als samenleving van hen afhankelijk zijn om ons de komende jaren economisch uit deze crisis te trekken?

Pretpark en patat

Er zijn drie verklaringen waarom oudere generaties zich afzetten tegen jongeren. Een daarvan ligt in het onvermijdelijke onbegrip. Iedere oudere generatie heeft steeds opnieuw de behoefte om de jeugd weg te zetten als minderwaardig of problematisch. In de jaren 60 en 70 werd de flowerpowerbeweging bekritiseerd vanwege onverantwoordelijkheid. Neem alleen de namen waarmee jongerengeneraties in de afgelopen decennia werden weggezet: ‘de pretparkgeneratie’, ‘de patatgeneratie’ of ‘generatie nix’. En ook nu worden jongeren weggezet als motor achter de rellen in januari, terwijl het aantal jongeren dat meedeed minimaal is in relatie tot de 2,5 miljoen jongeren die Nederland telt, en bovendien een groot deel van de relschoppers niet jong was. Waar ouderen vaak trots zijn op wat zij hebben opgebouwd, wil de nieuwe generatie het anders, en dat leidt tot ongenoegen en conflict.

Een tweede verklaring ligt in jaloezie. Een 56-jarige talkshowpresentator zei tegen zijn gast bij een item over jongerenwelzijn: „U ziet er anders stralend uit.” Jongeren lijkt soms zelfs verweten te worden nog een heel leven voor zich te hebben. Oudere generaties verheerlijken vaak de periode van jong zijn als ‘de tijd van je leven’, zonder oog te hebben voor de onzekerheden en zorgen van jongeren.

Een derde verklaring ligt in de maatschappelijke kritiek van jongeren zelf. Elke jonge generatie is ‘gewired’ om de samenleving te vernieuwen. Dat betekent ook kritiek op de samenleving van nu. Een 15-jarige is niet per se onder de indruk van de maatschappij. Jongeren vinden nieuwe muziekstijlen uit, experimenteren met nieuwe vormen van communicatie en zoeken de randjes op. De huidige generatie jongeren heeft kritiek op de wereld zoals die er nu uit ziet. Zij worden, in hun ogen, opgezadeld met de crisis van de toekomst, zonder zich sterk bewust te zijn van de verdiensten uit het verleden. Ze hebben een punt. De planeet die zij erven hangt aan een elastiek dat nog maar moeilijk kan terugveren.

Colleges in concertzalen

En hier zit misschien meteen het grootste pijnpunt. Jonge generaties houden oudere generaties een spiegel voor waar zij niet graag in kijken. Daarom krijgen jonge generaties ook zo moeilijk een voet tussen de deur wanneer het gaat om bestuurlijke vernieuwing. Zelfs jongerenorganisaties van politieke partijen zijn uiteindelijk vaak een manier om een partij een vernieuwend jasje te geven, maar zodra er kritiek is vanuit de jongerenafdeling op de bestaande partij wordt de boot afgehouden. Ook nu vraagt de overheid aan jongeren om mee te denken over oplossingen. Maar zodra ideeën worden aangedragen, zoals een corona-proof introductie-evenement of colleges in concertzalen, worden deze opzijgeschoven.

Oudere generaties willen graag behouden wat zij hebben opgebouwd en jonge generaties willen vernieuwen wat er is. Deze spanning is wellicht noodzakelijk om bestaande structuren te veranderen. Daar komen we meestal wel uit.

Maar in deze pandemie ligt dat anders. We vragen solidariteit van jongeren met het welzijn van oudere generaties. Maar zolang deze solidariteit niet wederkerig is, gaat dit de jonge generatie opbreken. Jongeren willen, terecht, niet worden weggezet als de verloren generatie. Er zijn ook positieve signalen; jongeren tonen in deze coronacrisis een grote bereidheid anderen te helpen. Maar sommige mijlpalen komen nooit meer terug, zoals je eindexamenjaar, de stage die de springplank kan zijn naar je eerste baan, of spontaan nieuwe mensen leren kennen. Zolang er niet serieus geluisterd wordt naar jongeren en ruimte voor hen wordt gemaakt, zal deze coronapandemie een grotere weerslag hebben op de nieuwe generatie dan we van tevoren hadden gedacht. En daar hebben we allemaal last van.

Eveline Crone is hoogleraar ‘Developmental Neuroscience in Society’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.