Opnieuw troebel zicht bij het RIVM

Coronastatistiek Waar blijft de veelbesproken Britse variant? Volgens de kiemsurveillance stokt het aandeel op 25 procent. Of kloppen de cijfers niet?

Een coronapatient op de covid-afdeling in het HMC Westeinde.
Een coronapatient op de covid-afdeling in het HMC Westeinde. Koen van Weel / ANP

Premier Mark Rutte, landsadvocaat Reimer Veldhuis en RIVM-kopstuk Jaap van Dissel, allemaal wezen ze afgelopen week in verdediging van de avondklok op de grote besmettelijkheid van de zogenoemde Britse variant. Rutte zei het in de Kamer „razend spannend” te vinden. Veldhuis had het in de rechtszaal over „een dijkdoorbraak”. Van Dissel sprak over „een storm die we zien aankomen”.

Alle drie kregen ze de vraag: waar blijft die derde golf dan? En: is die Britse variant wel echt zoveel besmettelijker?

Afgelopen week ontstond daar onduidelijkheid over. Sinds eind december nam het percentage besmettingen dat door de Britse variant werd veroorzaakt week op week toe: van 1 procent eind december naar ongeveer een kwart half januari. Het was een duidelijke aanwijzing dat de Britse variant besmettelijker was en het ‘oude’ virus in rap tempo aan het verdringen is. Maar in de laatste cijfers van het RIVM gebeurde iets vreemds: in de tests die in week vier van dit jaar werden afgenomen, groeide het percentage besmettingen van de Britse variant niet langer, het bleef steken op ongeveer 25 procent, evenveel als de week ervoor.

Kleine Neeproef

Eerder bleek dat eerdere prognoses van het RIVM iets te pessimistisch waren. Zo zei het instituut, op basis van berekeningen, dat tweederde van de besmettingen in de laatste week van januari door de Britse variant werden veroorzaakt. Uit de laatste modelleringen blijkt dat waarschijnlijk om 40 procent ging.

Het blijkt kortom nog niet zo makkelijk te zijn om vast te stellen hoe besmettelijk de Britse variant is. Het RIVM probeert dat te doen aan de hand van de zogenoemde ‘kiemsurveillance’, waarbij de genetische code van een positieve test wordt uitgeplozen om vast te stellen om welke variant het gaat. Dat kan niet bij alle positieve tests, dus wordt er een steekproef genomen. Eind december ging het om zo’n tweehonderd samples. Dat is een relatief kleine steekproef, waardoor geen hele exacte uitspraken te doen zijn over hoe snel de variant nu toeneemt. Het aandeel groeide elke week, maar de snelheid schommelde. In het begin leek het virus dertig procent besmettelijker dan de oude variant. Toen bleek dat ineens vijftig procent te zijn. In de laatste cijfers is het teruggezakt tot een kleine veertig procent.

Lees ook waarom nog niet duidelijk is of de avondklok werkt

Dat heeft grote gevolgen voor de prognoses van het RIVM. Er zijn modelberekeningen die laten zien dat de derde golf weinig meer is dan een handhaving van de status quo, waarbij de ziekenhuisbezetting hoog is maar niet hard toeneemt. Dat is het meest optimistische scenario; in andere berekeningen neemt de druk op de zorg fors toe en kunnen de IC’s de toestroom van patiënten in april mogelijk niet aan.

Meer duidelijkheid over de Britse variant is daarom cruciaal. Bovendien duiken in kleine steekproeven andere mutaties die minder vaak voorkomen minder snel op – zoals deZuid-Afrikaanse en Braziliaanse varianten. Het RIVM heeft daarom de kiemsurveillance de afgelopen weken uitgebreid. Inmiddels wordt elke week van zo’n duizend positieve tests uitgezocht van welke virusstam ze komen.

Uitgerekend bij die grotere steekproef, die een beter zicht op de Britse variant zou moeten geven, worden vraagtekens gesteld, ook door het RIVM zelf. Waar in de kleine steekproeven het groeipercentage schommelde, maar er in elk geval duidelijk een groei zichtbaar was, was die in de grote steekproef plotseling helemaal verdwenen. Het was onderwerp van gesprek in het OMT – vorige week al, toen het de uitkomsten van de kiemsurveillance besprak. En deze week weer, nu het RIVM uitzoekt wat er precies aan de hand is. Zelf heeft de RIVM-organisatie een mogelijke verklaring: de uitslagen van de steekproef druppelen één voor één binnen. Ook nadat de resultaten worden bekendgemaakt, zijn niet alle gegevens compleet. Wellicht hebben juist regio’s waar de Britse variant vaker voorkomt nog niet alle uitslagen doorgegeven. Onderzoek moet uitwijzen of die hypothese klopt.

Stijging ziekenhuisopnamen

Het doet denken aan eerdere problemen: in het voorjaar van 2020 schoot de testcapaciteit ernstig tekort. Daardoor kon alleen op basis van het aantal ziekenhuisopnames iets gezegd worden over de omvang van de epidemie. In september bleek de testcapaciteit weer te klein en rond dezelfde tijd kon ook het bron- en contactonderzoek niet volledig worden uitgevoerd. Daardoor nam ook het zicht op waar de besmettingen hadden plaatsvonden af. Nu die problemen zijn opgelost, blijkt het zicht toch weer tekort te schieten door problemen met de kiemsurveillance. Snel anticiperen op basis van die steekproef was toch al lastig, omdat het zeker drie weken duurt voor de labs van voldoende tests weten van welke variant ze zijn.

Lees ook: Hoewel vaccins zeker verlichting gaan brengen, zou het zomaar nog een paar jaar kunnen duren voordat het virus wereldwijd écht onder controle is

Of de derde golf daadwerkelijk komt, is het best te zien in de ziekenhuizen. Het RIVM schatte eerder in dat rond deze dagen de ziekenhuisopnames zouden moeten oplopen. Het is nog te vroeg om een duidelijke trend te zien, maar de laatste cijfers zijn in elk geval niet hoopgevend. Het aantal opnames lijkt weer voorzichtig te stijgen. Afgelopen week werden gemiddeld 175 patiënten op de verpleegafdeling opgenomen, een week geleden waren dat er een kleine 160. Het aantal IC-opnames steeg van zo’n 22 per dag naar gemiddeld 27.