Opinie

Met louter soldaten is de Sahel niet geholpen

SahelHet gaat steeds slechter met de veiligheid in de Sahel. Nederland kan helpen. Maar luister nu eerst naar de bevolking, schrijft .
Vrouw in een kamp voor ontheemden, honderd kilometer ten noorden van Ouagadougou, Burkina Faso
Vrouw in een kamp voor ontheemden, honderd kilometer ten noorden van Ouagadougou, Burkina Faso Foto Sophia Garcia/AP

Het jaar 2020 was het meest dodelijke sinds het begin van de crisis in de Sahel, acht jaar geleden. Burgers worden geconfronteerd met geweld door zowel veiligheidstroepen als jihadistische groeperingen, en het aantal ontheemden is opgelopen tot 2 miljoen.

Op een top van Sahel-landen (Burkina Faso, Mali, Mauretanië, Niger en Tsjaad, verenigd in de ‘G5 Sahel’) werd afgelopen week de balans opgemaakt van de gezamenlijke inzet in de Sahel. Natuurlijk schoof Frankrijk aan. Dat land intervenieerde in januari 2013 in Mali en is nog altijd met meer dan 5.000 soldaten in de regio actief. Maar ook Nederland, dat troepen leverde aan de VN-macht in Mali en nu officieren voor de Franse Sahel-missie ‘Barkhane’, sprak mee.

Wie de regio kent, en tussen de regels van het slotcommuniqué van de top in Ndjamena (Tsjaad) doorleest, herkent een lichte malaise. Tactische militaire successen worden breed uitgemeten, maar deze kunnen nauwelijks meer verhullen dat het steeds slechter gaat met de veiligheidssituatie.

Vorig jaar kwamen in de Sahel zo’n 7.000 mensen om, militairen, jihadisten en burgers. Met al meer dan 200 gesneuvelde blauwhelmen uit vooral landen in de regio is ‘MINUSMA’ een van de meest dodelijke VN-missies. De Fransen betreuren met hun operatie Barkhane ook al 55 doden. Maar de overgrote meerderheid van de slachtoffers bestaat uit burgers. Er klinkt daarom steeds meer kritiek op de aanwezigheid van buitenlandse troepen. Het anti-Franse sentiment neemt, vooral in Mali, hand over hand toe.

Lever ook diensten

De hoofdrolspelers in de Sahel kunnen er niet meer onderuit dat de oplossing voor de crisis niet (alleen) militair kan zijn. Schoorvoetend wordt daarom toegegeven dat het leveren van diensten aan de bevolking zou bijdragen aan de stabiliteit.

Maar in plaats van de vraag te stellen hoe de overheid haar diensten kan verbeteren, wordt de nadruk gelegd op het herstellen van de aanwezigheid van de staat op de vele plekken in de Sahel waar die verdreven is. Zo zijn we terug bij een agenda die meer door soevereiniteit gedreven wordt dan door de burger.

Wie de moeite doet om naar de bevolking te luisteren, zal horen dat die staat in zijn huidige vorm helemaal niet zo welkom is. Samenlevingen in de Sahel maken enorme transities door als gevolg van de schuring tussen de vaak nog grotendeels feodale samenlevingen en de moderne natiestaat met uit het Westen gekopieerde instituties. Die transities gaan gepaard met destabiliserende verschuivingen van machtsverhoudingen. Er zijn sterke instituties en visionaire politieke elites nodig om die transities in goede banen te leiden, maar helaas ontbreken die.

De heersende elites hebben de koloniale bestuurspraktijken overgenomen, waarbij ze de bevolking als onderdanen benaderen, in plaats van zichzelf in dienst te stellen van de burger. Die ziet de staat daardoor als een indringer. Daarnaast zijn de heersende elites nauwelijks representatief.

Het Nederlands Instituut voor Meerpartijen Democratie liet in 2019 in Mali, Burkina Faso en Niger onderzoek uitvoeren naar de kosten van het politieke ambt. Daaruit blijkt dat kandidaten voor hun verkiezingscampagnes grote bedragen investeren die niet in verhouding staan tot wat ze later als volksvertegenwoordigers aan formele inkomsten kunnen verwachten.

Lees ook: Sahel-jeugd is klaar met Macrons ‘imperialisme

Politieke macht is lucratief

Politieke macht is lucratief en wordt vaker gekocht dan verdiend op basis van politieke programma’s.

Met het algemeen belang heeft politiek hierdoor weinig meer te maken. De staat dient vooral de kleine bovenlaag, dezelfde bovenlaag met wie de internationale gemeenschap zaken doet om de veiligheidssituatie in de Sahel te verbeteren. Het mag geen verbazing wekken dat een kruitvat van ongelijkheid en onrechtvaardigheid leidt tot migratie en ondermijning van de staat van binnenuit.

Al jaren roepen maatschappelijke organisaties op om de aandacht te verleggen van de militaire focus naar het aanpakken van tekortkomingen in het bestuur. Vorig jaar nog schreef het Zuid-Afrikaanse Institute for Security Studies dat „high level meetings de onveiligheid in de Sahel niet zullen oplossen”, en eerder deze maand riep de International Crisis Group op tot een „koerswijziging van de internationale stabiliseringsstrategie” De Burgercoalitie voor de Sahel, een samenwerkingsverband van maatschappelijk middenveldorganisaties, vraagt zich af waarom de autoriteiten zich alleen laten voorstaan op het aantal terroristen dat ze hebben geneutraliseerd, en niet op het aantal burgers dat ze hebben beschermd. De boodschap van al deze organisaties is: als je niet naar de lokale gemeenschappen luistert, als je hen niet bij besluitvorming betrekt, dan zullen je investeringen uiteindelijk tot niets leiden.

Laten we niet langer wachten met het aangaan van een dialoog met de bevolking totdat het nog verder mis is gegaan. De boodschap die daarvan uitgaat, is dat er pas naar je geluisterd wordt als je de wapens opneemt. Nu worden alleen participatie-, bemiddelings- en dialoogactiviteiten ontwikkeld in gebieden en met groepen die al met geweld te maken hebben. We moeten van die reactieve, door urgentie geleide agenda af en op zoek naar structurele oplossingen. Onderhandelings- en bemiddelingsinitiatieven mogen niet de plaats innemen van een functionerende, participatieve en daadwerkelijk representatieve democratie.

Politieke moed

Werken aan goed bestuur vraagt politieke moed. Het vereist een lange adem, is moeilijk te vangen in meetbare resultaten en wordt zelden verwelkomd door de bestuurlijke elites ter plekke. Maar het raakt wel aan de essentie van veiligheidscrisis in de Sahel, waarvan elke stap naar een duurzame oplossing de bevolking ter plaatse dient en daarnaast ook het strategische belang van beide continenten. Afrika en Europa liggen tenslotte op steenworp afstand van elkaar.

Nederland heeft veel te bieden: een egalitaire bestuurscultuur gericht op inclusiviteit en participatie, en een ontwikkelingsbeleid dat niet bang is voor politiek opereren. Stabiliteit bereik je niet zonder de inwoners van de Sahel. Zij hebben Nederland, meer nog dan voor militaire steun, nodig als bondgenoot in hun strijd voor goed bestuur.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.