IJs nekt fuut

Dood dier Een boswachter op de schaats vond een ingevroren vogel. voegt hem toe aan de collectie diepgevroren museumstukken in zijn Natuurhistorisch Museum.

De ijsfuut wordt een museumstuk met nummer NMR 9989-176478.
De ijsfuut wordt een museumstuk met nummer NMR 9989-176478. Foto Floor Woortman

Schaatsend op de Nieuwkoopse Plassen zag Floor Woortman in een flits iets wits door het ijs schemeren. Als boswachter bij Natuurmonumenten heeft ze natuurlijk een scherp oog voor dit soort dingen: „Ik dacht eerst dat het een dode vis was.”

Ze keerde om, fotografeerde de vondst en constateerde dat het een vogel was die door het ijs was verzwolgen. „Het was een bizar gezicht, met die lange nek, grote snavel en al dat wit leek het wel een zilverreiger.”

Collega-boswachter Juriaan van Leeuwen zette de dramatische foto op Twitter en vroeg of de vogel „iets voor in het Natuurhistorisch Museum is”.

Dat was natuurlijk niet tegen dovemansoren gezegd. De IJs-ijsvogel die de toen dertienjarige Christoph van Ingen begin maart 2018 in het ijs fotografeerde, trok als diepgevroren museumstuk drommen nieuwsgierige bezoekers naar Rotterdam en bereikte een ware cultstatus. Toen het ijs vertroebelde en het fluorescerend blauwe vogeltje droog geconserveerd werd, bleef het een boegbeeld in de tentoonstelling ‘Dode dieren met een verhaal’.

Een nieuwe vogel uit het ijs is zeker een welkome aanwinst, maar welke soort bevroor in het Nieuwkoopse ijs? Verblind door het witte verenkleed en onduidelijkheid over het formaat hield ik het zelf ook op een (grote) zilverreiger. Scherpere vogelkenners zagen in de roze snavel en de relatief korte poten met gelobde tenen terecht dat het een fuut (Podiceps cristatus) is. Minder spectaculair dan een zilverreiger, maar het bleef een spannende vogel.

Doordat er op de foto geen donker veertje te zien is, gingen er zelfs stemmen op dat het om een leucistisch exemplaar gaat – een zeldzame kleurafwijking.

Maandagochtend, toen het al flink dooide, zaagden de onverschrokken boswachters John Pietersen en Danny Bon de fuut uit het tien centimeter dikke ijs. Via de app komen foto’s van het nog kraakheldere ijsblok binnen. Op de kop, nek, rug en vleugels van de vogel prijken de gebruikelijke bruin-zwarte veren: de fuut heeft helaas geen kenmerken van een rariteit.

Bij de overdracht van de ijsfuut speculeren we nog even over de doodsoorzaak. We kiezen voor de dramatische versie waarbij de fuut in een wak onderduikt op zoek naar vis maar de weg terug niet meer kan vinden. „Het hoort erbij, bij dit winterweer”, zegt John. „Verder op de plas is een vos door het ijs gezakt en ingevroren, alleen zijn kop steekt er bovenuit.”