Hoe de PVV profiteert van ruk naar links

Kiezersonderzoek De VVD is kwetsbaar. Links profiteert niet van de economisch progressieve stemming onder kiezers. En let op de PVV. Drie conclusies uit een kiezersonderzoek.

Medewerkers plaatsen een verkiezingsbord voor de Tweede Kamerverkiezingen op het Buitenhof.
Medewerkers plaatsen een verkiezingsbord voor de Tweede Kamerverkiezingen op het Buitenhof. Foto Remko de Waal/ANP

Als de lijsttrekkers van de grootste partijen de komende weken met elkaar in debat gaan voor de Tweede Kamerverkiezingen, zullen zij het vrij snel eens worden over de hoofdlijnen van sociaal-economische onderwerpen. Vrijwel alle partijen pleiten voor meer waardering voor de publieke sector, zijn kritisch op de uitwassen van het kapitalisme en streven naar zo veel mogelijk inkomensgelijkheid.

Deze ruk naar links – rechtse partijen worden linkser op dit thema, linkse partijen nóg linkser – komt niet uit de lucht vallen. Kijk naar wat de kiezer wil, zegt politicoloog Matthijs Rooduijn, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. „Dan zie je dat een grote meerderheid van de kiezers, tussen de 60 en 70 procent, vindt dat de overheid inkomensverschillen moet verkleinen.”

Maar zo werkt het niet altijd. Op cultureel vlak bewegen partijen veel minder mee met de wil van hun electoraat: veel kiezers zijn sceptischer over Europa, migratie en integratie dan de partijen waarop ze stemmen. Ongeveer 30 procent is economisch links en cultureel rechts, zegt Matthijs Rooduijn. „Dat is een enorme groep kiezers, die nu nauwelijks bediend wordt. Sommige partijen doen wel pogingen, zoals de SP en de PVV. Maar het experiment bij de SP is tot nu toe mislukt. En de PVV beweegt deze richting op, maar stemt economisch uiteindelijk toch rechts. Het gat blijft zo dus bestaan.”


Rooduijn onderzocht voor NRC en politiek blog stukroodvlees.nl gegevens van het zogeheten LISS-panel. In dit panel zitten circa zevenduizend Nederlanders, die al jarenlang worden ondervraagd over, onder meer, hun politieke voorkeuren. Die informatie levert een schat aan inzichten op. Drie dingen vallen op:

Conclusie 1

De VVD kan niet zonder Mark Rutte

Niemand lijkt premier Mark Rutte van een vierde termijn af te houden. In de Peilingwijzer, het gewogen gemiddelde van de bureaus Ipsos, I&O Research en Kantar, staat de VVD op 38 tot 44 Kamerzetels – het dubbele van de nummer twee, de PVV.

De VVD is de laatste brede volkspartij van Nederland, kiezers vind je in alle lagen van de bevolking: jong én oud, hoger én lager opgeleid, in de steden én op het platteland. CDA en PvdA, decennialang in het centrum van de macht, kunnen dat niet meer opbrengen: hun kiezers zijn bijvoorbeeld een stuk ouder, en in het geval van het CDA wonen ze vooral buiten de stad.

Maar hoe lang kan de VVD dit volhouden? De partij staat ideologisch wat onhandig gepositioneerd: sociaal-economisch nog altijd relatief rechts, cultureel in een middenpositie. Die combinatie herbergt hooguit 10 procent van de kiezers. Om te groeien moet de partij dus ook buiten deze vijver vissen. In het verleden heeft de VVD met name geflirt met cultureel rechtse kiezers. Zo probeert de VVD te concurreren met PVV en Forum voor Democratie, bijvoorbeeld door strenge taal te gebruiken in het migratiedebat. Hoewel begrijpelijk, is dit ook een riskante strategie, zegt Matthijs Rooduijn. „De VVD-achterban is veel kosmopolitischer, die zit mijlenver van PVV en FVD vandaan. Met een te scherpe beweging naar cultureel rechts vervreemdt de VVD zich mogelijk van een groot deel van de huidige achterban.” Die strategie, bijvoorbeeld zichtbaar in de ‘pleur op’-uitspraken van Rutte in 2016 over ‘asociale’ Turkse Nederlanders, lijkt de VVD grotendeels achter zich te hebben gelaten.


Toch doet de VVD het goed. Drie factoren verdoezelen de problemen voor de liberalen, zegt Rooduijn. „De partij heeft een populaire lijsttrekker, Mark Rutte, die ook nog eens de premier is. De coronacrisis heeft bovendien voor een enorm rally around the flag-effect gezorgd, waarbij kiezers achter de premier gaan staan.”

Als Rutte van het toneel zou verdwijnen, of als kiezers op hem uitgekeken raken, dan dreigt hetzelfde te gebeuren met de VVD als eerder met CDA en PvdA. Rooduijn: „Er zijn behalve de VVD geen grote partijen meer in Nederland. Er zijn wel zeven, acht middelgrote partijen die allemaal kunnen groeien of krimpen. Vlak voor de coronacrisis ontstond er discussie of de VVD niet eens moest vernieuwen, met een economisch linkser profiel en misschien een nieuwe leider. Het eerste is voorzichtig gebeurd: fractievoorzitter Klaas Dijkhoff probeerde van de VVD meer een partij voor de middenklasse te maken en minder voor de grote bedrijven. Zodra het leiderschap van Rutte ten einde komt en er misschien een minder populaire leider komt, verwacht ik dat het koersdebat echt gaat beginnen. En dat de VVD zal dalen in de peilingen.”


Conclusie 2

Links heeft een structureel probleem

De PvdA leverde drie naoorlogse premiers – Drees, Den Uyl, Kok – en was met het CDA lange tijd dé machtspartij van Nederland. Nu staan de drie linkse partijen PvdA, GroenLinks en SP volgens de Peilingwijzer samen op 30 tot 40 Kamerzetels – minder dan de PvdA op eigen kracht in 2003 nog haalde. Links lijkt na de instorting van de PvdA in 2017 uitgespeeld als machtsfactor, al willen PvdA en GroenLinks dat tegengaan door samen op te trekken in de formatie.

Linkse partijen trekken minder kiezers, maar dat betekent niet dat kiezers rechtser zijn geworden, zegt Matthijs Rooduijn. „Het is meer dat niet-linkse kiezers de linkse partijen niet meer weten te vinden. De PvdA trok van oudsher kiezers uit alle politieke richtingen.” Dat gebeurde ook nog in 2012, toen de PvdA 38 Kamerzetels behaalde. Van die groep zit nu nog maar een kwart bij de PvdA. De rest is uitgewaaierd naar GroenLinks, de SP en de Partij voor de Dieren, maar ook naar het CDA, de VVD en de PVV. Wat overblijft is een kleine maar homogene groep, met veel hoogopgeleide, progressieve ouderen.


Om die groep te bedienen, concentreert de PvdA zich op klassieke sociaal-democratische thema’s, zoals werk en bestaanszekerheid. Maar de PvdA moet meer doen om niet nóg kleiner te worden, denkt Matthijs Rooduijn. De partij is vergrijsd en heeft bovendien net een nieuwe lijsttrekker, Lilianne Ploumen, die nog aan haar bekendheid moet werken. Alleen de eigen groep bedienen lijkt zeker op de langere termijn onvoldoende.

GroenLinks-kiezers zijn een stuk jonger: die groep bestaat voor een groot deel uit hoogopgeleide, in steden wonende vrouwen. De centrale boodschap van GroenLinks – radicale verandering, met name op het gebied van klimaatbeleid – is toegesneden op die groep.

Maar er was toch een linkse sociaal-economische consensus? Waarom profiteren linkse partijen daar niet van? Rooduijn: „Tot 70 procent van de kiezers wil een grote overheid die door het herverdelen van inkomens voor gelijkheid zorgt. Maar PvdA en GroenLinks staan ook voor progressieve waarden als euthanasie en abortus, en voor culturele thema’s als Europese eenwording en multiculturalisme. Als je die erbij betrekt, blijft nog maar 10 tot 20 procent van het electoraat over.”


De SP-kiezers lijken helemaal niet op die van PvdA en GroenLinks. Zo zijn ze behoorlijk eurosceptisch, en hebben ze weinig vertrouwen in politiek. Dat sentiment delen ze met kiezers van de Partij voor de Dieren. Door de jaren heen zijn ze iets minder links gaan denken over migratie. Dit leidt tot een probleem, zegt Matthijs Rooduijn. „De SP heeft geprobeerd nationalistischer te worden, maar het relatief kosmopolitische partijkader houdt verandering tegen. Dat is het dilemma voor de SP: nu het minder goed gaat, ligt er veel ruimte om rechtsere kiezers aan te spreken, maar dat potentieel benutten ze niet ten volle.”

Conclusie 3

Rechts-populisme kan alleen maar groeien

Bestaat het hoefijzermodel, de theorie die zegt dat de extremen op links en rechts elkaar benaderen? Er zijn opvallende overeenkomsten tussen kiezers van de SP en de Partij voor de Dieren aan de linkerkant, en die van de PVV aan de rechterkant. Kiezers hebben weinig vertrouwen in de overheid, zijn eurosceptisch en vinden inkomensgelijkheid belangrijk. PVV-kiezers lijken, als het om de economie gaat, meer op die van de SP dan op die van de VVD of FVD. Op ethisch vlak, denk aan abortus en euthanasie, zijn ze bovendien progressief. PVV’ers wijken demografisch veel minder af dan vaak gedacht. Je vindt ze in alle leeftijdsgroepen, en zowel in de stad als op het platteland. Alleen opleidingsniveau is een echt onderscheidende factor: de PVV-achterban is veel lager opgeleid dan die van de andere partijen. PVV-kiezers beschouwen zichzelf als rechtser dan gemiddeld, maar plaatsen zichzelf linkser in het politieke spectrum dan de kiezers van FVD.


De verlinksing van de PVV-kiezer is één van de opvallende politieke trends van de afgelopen tien jaar, zegt Matthijs Rooduijn. Maar Rooduijn ziet ook grote verschillen met links-populisten. Die gaan veel minder ver dan op rechts. De PVV wil uit de Europese Unie, de SP is milder eurokritisch. En ook de toon van de PVV op het gebied van migratie staat op zich. „Er is electorale ruimte voor de tweede partij van Nederland, als de PVV erin slaagt consequenter links te worden op economische onderwerpen en cultureel conservatief blijft”, zegt Rooduijn. Dáár zit immers 30 procent van de kiezers. Voor FVD, dat in de peilingen is ingestort, valt waarschijnlijk weinig meer te behalen. Vóór de implosie van eind vorig jaar had de partij volgens Rooduijns analyse nog groeikansen, als Thierry Baudet een gematigder toon zou aanslaan en de partij zo aantrekkelijk kon maken voor teleurgestelde VVD’ers.


De PVV groeit dankzij het verlies van FVD, maar blijft in de Peilingwijzer steken op 18 tot 22 zetels. Rooduijn: „Corona verdoezelt veel. Sinds het begin van de crisis doet radicaal-rechts het in veel Europese landen minder goed. Radicaal-rechtse thema’s verdwijnen naar de achtergrond.” Maar, zegt hij, de voedingsbodem blijft. „Het onderzoek naar de Toeslagenaffaire maakte de grond gelijk met de politieke cultuur in Nederland. Het was een CDA’er, Pieter Omtzigt, die de felste criticus werd van de ‘Haagse kliek’ – niet de PVV. De omstandigheden voor de PVV kunnen verbeteren: corona versterkt anti-overheidsgevoelens en complottheorieën, en vergroot de ongelijkheid. Dat biedt de PVV of een soortgelijke partij op langere termijn kansen.”

Wat vinden de 14 grootste partijen van de belangrijkste thema’s? Doe hier de Stemhulp van NRC.

Jens Dikken (35), zelfstandig ondernemer uit Hengelo

Twijfelt tussen FVD, PVV, Splinter en Code Oranje

„Als ik een kieswijzer invul, kom ik altijd bij de VVD uit. Maar die zijn nu tien jaar aan de macht en kijk waar we staan. De verzorgingsstaat is afgebroken, het land gepolariseerd, mensen worden gestigmatiseerd – dat hebben VVD, PvdA, D66, en CDA in gang gezet.

„Vorige verkiezingen stemde ik op FVD – na eerder op D66 en PvdA te hebben gestemd – dat was een vergissing. Ik was fan van Hiddema, maar die is weg. En ik houd niet van dat boreale gezwam van Baudet. Als Wilders wat minder op die ‘anti-islam’-fluit gaat spelen, wil ik misschien wel PVV stemmen. Het is een mooie volwassen partij geworden, met kundige politici, maar er hangt een sluier van discriminatie overheen. Eén van onze grondbeginselen is geloofsvrijheid. Daar moet je niet aan tornen.

„Splinter heeft een mooi sociaal geluid. Ik ben voor het terugbrengen van de verzorgingsstaat. En ik vind het goed dat ze tegen windmolens zijn. Een energietransitie is logisch, maar waarom niet met kernenergie? Het klimaatbeleid van Code Oranje spreekt mij ook aan. En hun ombudspolitiek. Ook is het fijn dat Code Oranje het zaakje weer open wil gooien. Ik ben geen corona-ontkenner. Maar als het ebola was zou ik de maatregelen beter begrijpen.”

Or Goldenberg (22), student intelligence and international security uit Londen

Twijfelt tussen PvdA en GroenLinks

„Ik hecht aan de waarden waar linkse partijen voor staan: zorg voor kwetsbaren, opvang voor vluchtelingen en bescherming van het klimaat. Ik ben geboren in Israël. Misschien denk ik daardoor dat er niet één Nederlandse identiteit bestaat.

„GroenLinks trekt mij door hun kijk op milieu en multinationals (tegen het afschaffen van de winstbelasting), gratis kinderopvang en zorg, en hun houding ten opzichte van de EU. Maar dat zijn allemaal punten die de PvdA ook heeft. De PvdA is denk ik meer bereid tot samenwerking, ik denk dat GroenLinks standvastiger is.

„[PvdA-leider] Lilianne Ploumen vind ik sterker dan [GroenLinks-leider] Jesse Klaver. Zij heeft zich veel ingezet voor vrouwenrechten, she decides [organisatie om onveilige abortus te stoppen, opgericht door Ploumen] is heel groot.

„Corona heeft mij nog meer duidelijk gemaakt waarom het huidige kabinet incompetent is. De koers werd constant gewijzigd, en bepaalde groepen werden constant vergeten – je hoort niemand meer over huiselijk geweld, terwijl dat alleen maar erger wordt. En dan het hele vaccinfiasco… Ik kan niet begrijpen waarom de sympathie voor Rutte blijft groeien.”

Jeroen Lussenburg- Ras (47), restauranthouder uit Texel

Twijfelt tussen CDA en PvdA

„Normaal vind ik een partij die kerkleer als leidraad heeft a priori fout. Ik ben getrouwd met een man, en een staatkundig gereformeerde partij die dat afwijst kan ik moreel niet verdragen. Maar Wopke Hoekstra is de eerste lijsttrekker van het CDA die gelijkheid belangrijker vindt dan zijn christelijke achtergrond. Daarom sluit ik ze niet uit, maar er moet nog veel gebeuren wil ik CDA stemmen.

„Ik ben altijd gecharmeerd geweest van [PvdA-leider] Lilianne Ploumen, al toen ze minister was. Ze zeggen altijd: stem niet op het poppetje maar op het programma. Maar zij kan zó goed debatteren. Als ik eerlijk ben, speelt ook mee dat ze een vrouw is. Ik heb altijd op vrouwen gestemd.

„Vroeger stemde ik altijd VVD, toen had ik oogkleppen op. Mensen vertellen mij: je hebt een eigen bedrijf, je moét VVD stemmen. Maar we hebben een restaurant en theater op Texel, en er is de afgelopen jaren nergens zoveel op bezuinigd als op cultuur. Bovendien werd ik eng van al die rechtse praatjes. Ik zegde mijn lidmaatschap op, en werd lid van D66. Die waren voor referenda, en gekozen burgermeesters en premiers, maar dat gooiden ze allemaal overboord om te kunnen regeren.”

Lars Bogaers (32), illustrator en grafisch ontwerper uit Amsterdam

Twijfelt tussen GroenLinks, D66, PvdA, VVD, SP

„Normaal stem ik GroenLinks of PvdA, maar er is zoveel gebeurd de laatste tijd. De Toeslagenaffaire, de onduidelijkheid rond de avondklok, de trage vaccinatie… Dat maakt de keuze welke partij ik moet vertrouwen heel lastig.

„In mijn familie wordt nu al veel over de verkiezingen gepraat, het is pas half februari! Mijn opa was minister van Volkshuisvesting voor de KVP – Pieter Bogaers. Ik ben een van de weinigen in de familie die niets met politiek doet.

„Dit jaar wil ik op een vrouw stemmen. Nederland heeft misschien een Merkel nodig, een moeder voor het land. Voor ik mijn graf inga, wil ik een vrouwelijke premier zien. Sigrid Kaag vind ik de sterkste persoon, maar D66 past niet goed bij mij. In GroenLinks waardeer ik de blik op de toekomst. En PvdA is altijd opgekomen voor minderheden, dat vind ik belangrijk.

„Ik heb respect voor Mark Rutte. Hoe hij het land heeft geleid en er nog steeds staat, na een jaar corona. En als ik puur voor mijzelf zou kiezen, als zelfstandig ondernemer, zou ik VVD stemmen. Maar de maatschappij staat bij mij hoger in het vaandel dan ikke-ikke-ikke-en-de-rest-kan-stikke. Dat heb ik aan mijn opa te danken.”

Interviews: Tristan Theirlynck