Opinie

Het cliché over de Russische poëzieliefde klopt niet meer

Buiten Rusland koestert men het beeld van Russen die spontaan hun klassieke dichters bezingen. Na Poesjkin gaapt echter leegte, ziet Hubert Smeets.

Hubert Smeets

De Russische klassieken zijn ook in Nederland heilig. Zo antwoordde schrijver Wessel te Gussinklo recent op de vraag van opinieweekblad De Groene Amsterdammer waar en wanneer hij het liefst schrijver zou zijn geweest. „Misschien in de negentiende eeuw, in Rusland. Toen literatuur nog in het ongerepte land zat en de ploeg in de grond gezet kon worden.” Dat er in het Russische Rijk rond 1860 ruim 20 miljoen lijfeigenen (35 procent van de bevolking) bezig waren op dat land voor heer, staat of tsaar te oogsten, liet hij buiten beschouwing.

Die adoratie leeft in bredere kring en heeft daar soms een politieke component. Terwijl in Nederland het onderwijs naar de sodeju gaat, erkent Rusland zijn erfgoed nog wel, jammeren twitteraars. Vraag een arbeider of keukenmeid op straat naar een dichter en de man of vrouw begint spontaan te declameren.

Helaas voor deze Hollandse oikofielen is dat niet meer waar. Ook Rusland is ten prooi gevallen aan cultuurbarbarisme. Het Pan-Russische Researchcentrum voor Publieke Opinie (VTsIOM) onderzocht vorige week de literaire kennis onder de bevolking. Wat blijkt? Die gaat achteruit en vernieuwt zich ook niet meer. Voor zover Russen nog iets weten, is de poëtische canon afgelopen kwart eeuw nog even eenkennig als die in de Sovjettijd al was.

In de top-22 van de beste dichters ter wereld – aangevoerd door Aleksandr Poesjkin en runner-up Michail Lermontov – staan slechts twee buitenlanders. Niet Johann Wolfgang von Goethe of Honoré de Balzac, maar twee anderen die nog in het Sovjetonderwijs werden behandeld: William Shakespeare (11) en Lord Byron (17). Alle 22 dichters zijn ook dood. De recentst overleden schrijver is Jevgeni Jevtoesjenko (19), die in 2017 op 83-jarige leeftijd overleed.

Belangrijker is de vraag hoe diep deze canon gaat. Kunnen Russen inderdaad moeiteloos poëzie reciteren? Welnee. Poesjkin herkennen ze nog als VTsIOM een bekende strofe uit zijn oeuvre voorlegt. Maar bij dichtregels van andere grootheden uit de top-22 staat de gemiddelde Rus raar te kijken. Neem het befaamde spleen uit „Nacht, straat, apotheek, lantaren / Een zinloos schijnsel in de mist / Al leef je nog eens twintig jaren / Geen uitweg – alles is beslist”. Hooguit een derde der respondenten weet dat dit van Aleksandr Blok (6) is. „Ach Arbat, mijn Arbat […] Je bent m’n vreugde én m’n ongeluk” van Boelat Okoedzjava (geen notering, maar populair onder geletterde 60-plussers)? Twee derde heeft geen flauw idee.

Verbetering ligt niet in het verschiet. Onder de Russen die na het communisme naar school gingen, is de parate kennis nog bedroevender dan onder de ouderen. Bij de jeugd tot 25 jaar, de jongeren die nooit een andere president dan Vladimir Poetin hebben gekend, is na Poesjkin en Blok paradoxaal genoeg de getormenteerde communist Vladimir Majakovski (4) het bekendst. Bij Sergej Jesenin (3) denken ze eerder aan poëzie van Anna Achmatova (8) dan aan dit slachtoffer van de bolsjewieken een kleine eeuw geleden.

Rusland, dat qua tertiair onderwijs (53 procent) hoger is opgeleid dan Nederland (41 procent), is kennelijk niet zo uniek. Dat het cliché over het cultureel superieure Rusland desondanks standhoudt, betekent daarom iets anders. Net als in Nederland is nostalgie ook in Rusland weinig meer dan politiek bedrog.

Oost-Europa-expert Hubert Smeets werkt bij het kenniscentrum Raam op Rusland. Hij schrijft om de week met redacteur geopolitiek Michel Kerres over de kantelende wereldorde.