FWN Rapide

Foto Fleetmon

Gekaapt: hoe de bemanning van een Nederlands vrachtschip werd gegijzeld en weer vrijkwam

Piraterij Een Nigeriaanse piraat staat in Nederland terecht voor het kapen van een schip van een Groningse rederij en het gijzelen van de bemanning. Nederland zegt niet te onderhandelen met ontvoerders. Maar hoe kwam die koffer met contanten in een kluis op de ambassade in Nigeria?

Woensdag 9 december 2020, 15.30 uur

Rechtbank Rotterdam

„Can you hear us?”

De rechter buigt voorover naar een scherm dat op een kar de rechtszaal is ingereden. Een zwarte man aan een wit tafeltje in een witte ruimte kijkt in de camera. „Yes”, zegt hij.

„Nou,” zegt de rechter tegen de tolk. „We kunnen beginnen.”

Zaterdag 21 april 2018, 6.30 uur

Voor de Nigeriaanse kust bij Bonny Island

De zon is nog niet op als kapitein Yevgeny Kolodko uit zijn slaap wordt gebeld. Het Nederlandse vrachtschip FWN Rapide moet nog een paar uur varen naar de haven van bestemming – Onne bij Port Harcourt, Nigeria – maar de kapitein moet nú, onmiddellijk, naar de brug komen. Kolodko springt uit zijn kooi en rent in zijn onderbroek naar boven.

Als hij de deur van de stuurhut open trekt, kijkt hij in de gezichten van drie zwarte mannen. Ze houden een van zijn bemanningsleden onder schot.

Aan boord van zijn schip heerst chaos. Er zijn piraten aan boord geklommen – zo’n tien opgefokte mannen met AK47’s en M16’s, en die werken nu het hulpje van de kapitein tegen de grond, schieten een deur kapot en dwingen alle bemanningsleden naar de brug te komen en op hun knieën te zitten. De piraten, euforisch van de adrenaline, trekken zilveren en gouden kettinkjes van halzen en roven broekzakken leeg. Ze stropen het hele schip af op zoek naar waardevolle spullen en proviand. Kolodko moet de kluis in zijn hut openen en enveloppen met duizenden dollars aan contanten, elektronica en een horloge afstaan. En, zo getuigt de Rus later tegen de Nederlandse politie, „ze namen ook mijn sokken mee”.

De Filippijnse kok Randy zit niet op zijn knieën voor de piraten. Hij heeft zichzelf ergens diep in de buik van het 146 meter lange schip verstopt, net als twee andere bemanningsleden. Toen hij op het dek een sigaretje stond te roken en rare geluiden hoorde, was hij naar binnen gerend, tegen twee gewapende piraten opgebotst, de andere kant op gerend en de machinekamer in gevlucht. Hij is doodsbang en niet van plan eruit te komen.

De piraten willen van de kapitein weten hoeveel mensen er aan boord zijn. Het lijkt of er een paar missen, maar de tijd raakt op. De bemanning en de buit worden verdeeld over twee kleine plastic bootjes: de Oekraïners en de Russische kapitein op het ene, de Filippijnse opvarenden op het andere. De piraten zetten koers naar de kust van Kameroen, één van hen wijst de weg met een bijbel in zijn hand. De Rapide blijft dobberend achter.

21 april 2018, 13.00 uur

Groningen, hoofdkantoor ForestWave

Het is zaterdagmiddag, lekker weer, als de veiligheidsmanager van de Groningse rederij ForestWave een telefoontje krijgt van zijn collega, operationeel manager Herman Uffen. Die is het contact kwijtgeraakt met een van zijn schepen, de FWN Rapide. Op de radar is te zien dat het schip ronddrijft in de Golf van Guinee.

Rond dezelfde tijd komt er een melding binnen bij het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing van Rijkswaterstaat in Den Haag. De Rapide is niet verschenen in de Nigeriaanse haven van bestemming. Kort daarvoor is het Nederlandse schip langs een gevaarlijk stukje West-Afrikaanse kust gevaren, waar een jaar eerder nog een onder Duitse vlag varend schip is gekaapt.

Het crisiscentrum van Rijkswaterstaat belt direct met het Team Maritieme Politie in Den Helder. Ook het Openbaar Ministerie en de Nederlandse ambassade in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja worden ingeseind. Ook al zitten er geen Nederlanders op het schip, vervoert het geen Nederlandse vracht en dobbert het schip duizenden kilometers verderop, de FWN Rapide is ineens Chefsache.

Een kaping van een onder Nederlandse vlag varend schip is een internationaal noodgeval, weet Rijkswaterstaat. Er staan levens op het spel, zakelijke belangen en diplomatieke betrekkingen. Niemand zit te wachten op bloedvergieten. Maar losgeld ligt in de regio bijna even gevoelig. Nigeria is faliekant tegen zakendoen met piraten, omdat dat de snel groeiende kapingsindustrie in de hand werkt. En ook Nederland is zeer stellig. „De Nederlandse overheid onderhandelt niet met ontvoerders, betaalt geen losgeld en komt ook anderszins niet tegemoet aan eisen van terroristen”, zo luidt het officiële regeringsstandpunt – begin 2019 nog verwoord door Defensie-minister Bijleveld-Schouten van het CDA.

Het kantoor van Forest Wave in Groningen Foto Sake Elzinga

Het zijn ferme woorden die aan betekenis verliezen als er daadwerkelijk gewapende mannen aan boord klauteren. NRC onderzocht de rol van de Nederlandse overheid bij het beëindigen van de kaping van de FWN Rapide en de gijzeling van de crew. Uit de reconstructie, gebaseerd op vertrouwelijke justitie-documenten en gesprekken met een groot aantal betrokkenen, blijkt dat Nederlandse ambtenaren zich in de gekste bochten hebben gewrongen om de internationale bemanning te redden.

Dat begint op het moment dat ForestWave te horen krijgt dat het schip kwijt is. De mensen van de Groningse rederij zitten permanent aan de telefoon. Ze bellen met de Nigeriaanse marine en met de Noord Nederlandse Assurantiemakelaar, die de verzekeringen voor de crew en lading van de Rapide heeft geregeld. De Groningers gaan ervan uit dat hun polis ook kapingen en losgeld dekt.

De assurantiemakelaar legt weer contact met het Duitse bedrijf Toribos, oud-Grieks voor paniek, gevaar en verwarring. Voor Toribos werken meer dan honderd consultants, vaak oud-politiemannen, die bedrijven en vermogende families helpen met delicate kwesties, zoals ontvoeringen, diefstallen, bedreigingen. Een van die consultants is Tobias E. Ruthe, gespecialiseerd in scheepskapingen voor de Afrikaanse kusten. Ruthe aarzelt geen moment en reist af naar Groningen. Deze klus is voor hem.

De volgende ochtend is er een eerste teken van leven. Scheepsmecanicien Dmytro, die zich ook aan boord had verstopt, heeft zijn vrouw gebeld. Hij en een andere collega leven nog en hij heeft de paspoorten van de rest van de bemanning gevonden. Maar waar zij zijn, dat weet hij niet. Dat kok Randy nog angstig in de machinekamer zit, weet hij ook niet.

22 april

Jungle grensgebied

Een paar keer weten kapitein Kolodko en zijn bemanningsleden zeker dat ze dood zullen gaan.

De eerste keer is als ze onder schot worden gehouden op het schip. De tweede keer is als ze in de kleine bootjes van de kapers over de golven terug richting de kust stuiteren. Onderweg komen ze een enorme olietanker tegen. De piraten, fles aan de mond en high van de marihuana en buitgemaakte pijnstillers, zijn door het dolle. Die gaan we óók aanvallen, roept de man met de bijbel, en vol gas varen ze op het schip af. Maar als van achter de tanker een beveiligingsschip met een enorm kanon verschijnt, maken ze toch rechtsomkeert.

Een bunkerschip met Indiase bemanning dat ze kort daarna tegenkomen is wel de pineut. De piraten overmeesteren het en nemen regenjassen en flessen water in beslag. De bemanning nemen ze niet mee, een enorme, bevroren vis wel. Als ze even later in ondiep water langs twee uitgebrande en gezonken schepen varen, pocht de baas van de piraten: „Dat hebben wij gedaan. Dat gebeurt er als er geen losgeld wordt betaald.”

Een paar keer weten kapitein Kolodko en zijn bemanning zeker dat ze dood zullen gaan

De derde keer doodsangst voelen ze als ze de grens tussen Nigeria en Kameroen passeren. De piraten hebben hen eerst naar de jungle van Kameroen gevaren. Ze hebben hun telefoons en horloges afgepakt en hun tatoeages geïnspecteerd, op zoek naar militaire verwijzingen – de piraten willen niet per ongeluk oud-militairen ontvoeren. Met kapitein Kolodko hebben de piraten ruzie gekregen over zijn trouwring die hij niet wil afstaan.

De volgende dag zijn de gijzelaars na een korte nacht weer in de bootjes gezet. Deze keer moeten ze zich verstoppen onder de banken. Kolodko vertelt later tegen de politie dat hij lichten zag, dat hij explosies hoorde, dat er op hen geschoten werd, dat de baas van de piraten voortdurend verhitte telefoongesprekken voerde, en dat ze heel langzaam en weggedoken tussen de bomen door over een rivier moesten varen.

Nu zit Kolodko met zijn crew in een lekkende tent met een vieze houten vloer in de Nigeriaanse jungle. Op de grond ligt een van zijn bemanningsleden, de schilder, in een plas bloed. Zijn been en arm zijn afgebonden. Hij is door een kogel geraakt bij de grenspost.

Het gonst van de muggen.

23 april 2018

FWN Rapide

Kok Randy zit al twee dagen doodsbang verstopt in de machinekamer. Maar vandaag durft hij eruit te komen. Hij vindt, godzijdank, twee van zijn collega’s.

25 april 2018

Kantoor ForestWave Groningen

Elke keer dat deze woensdag de telefoon gaat op het kantoor van ForestWave is het spannend. Zijn het de kapers? Of de Nigeriaanse marine? Wat gebeurt er nu?

Dan verschijnt er een onbekend nummer op het display van de receptie van de Groningse rederij. Als de telefoon wordt opgenomen, luistert een ploeg mee: de directie van de rederij, de Nederlandse politie, en ook Tobias Ruthe, de Duitse gijzelingsspecialist. Lang duurt het eerste gesprek niet. De beller, die Engels spreekt met een Afrikaans accent, vraagt eerst om 200 credits voor zijn satelliettelefoon. Pas daarna wil hij zaken doen.

De volgende dag belt de kaper opnieuw, met het beltegoed van ForestWave. De politie luistert nu mee via een tap. Sam Gobra, de oprichter en directeur van de rederij, hoort de Afrikaan vertellen dat hij zich zorgen maakt over de gezondheid van de gijzelaars. Eentje heeft schotwonden aan zijn hand en been.

Een nieuwe bemanning voer het gekaapte Nederlandse vrachtschip naar de haven Onne bij de Nigeriaanse stad Port Harcourt.

Hoe krijg ik mijn crew vrij, vraagt Gombra. Twee miljoen dollar, zegt de woordvoerder van de kapers. En: ik bel morgen weer. Gombra heeft meteen het idee dat hij met een ervaren onderhandelaar van doen heeft.

„We hebben 56.000 dollar liggen in Port Harcourt”, zegt Gombra als hij de volgende dag de kaper weer spreekt. „Maar eerst wil ik bewijs dat mijn mannen nog leven.” De kaper kreunt. Hij wil snel tot zaken komen, zegt hij. Maar hij zal kijken wat hij kan doen.

Later die dag wordt ForestWave weer gebeld. Een voor een geven de gegijzelde bemanningsleden een teken van leven. Voor 1,3 miljoen dollar zie je ze terug, zegt de Afrikaan. Op het tegenbod van ForestWave – 61.000 dollar – gaat hij niet in. Hij belt na het weekeind weer, zegt hij, en hangt op.

Gombra voelt zich vreselijk na het gesprek. Hij wil alles doen om zijn mannen zo snel mogelijk vrij te krijgen. Maar dan kijkt hij in het opgewekte gezicht van Tobias Ruthe. „Ik ken die stem en ik ken die man”, zegt de Duitser, zichtbaar tevreden. „Met hem heb ik vorig jaar onderhandeld over losgeld voor de crew van de BBC Caribbean, die onder Duitse vlag voer. Hij noemt zich ‘Major’, of ‘de zeeman’.”

Eind april 2018

Nederlandse ambassade, Abuja

De sfeer op de Nederlandse ambassade in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja is al maanden gespannen als de melding over de kaping binnenkomt.

Dat komt door de ambassadeur, die vanaf zijn eerste dag in Abuja een stroeve relatie met zijn ambassade-medewerkers heeft. Die vinden hem rigide, en ze verwijten hem slecht management. Ook vinden ze dat hij zijn boekje te buiten ging toen hij eind 2017 aan de lokale directeur van Shell had verklapt dat opsporingsdienst FIOD een vertrouwelijk bezoek aan Nigeria zou brengen, wegens een groot corruptieonderzoek naar het oliebedrijf.

De loslippigheid schokte de werknemers. Dit is Nigeria, ja, maar dat betekent niet dat je alles kunt maken. Zeker niet op een ambassade.

Lees ook: Nederlandse ambassadeur lekte informatie naar Shell

De kapingsmelding zal de verhoudingen op de ambassade nog verder onder druk zetten. De klus valt toe aan drie mensen. De plaatsvervangend ambassadeur, die het contact onderhoudt met Buitenlandse Zaken in Den Haag. De politie-liaison – een ervaren marechaussee die is gedetacheerd bij Buitenlandse Zaken – die de contacten met de Nederlandse politie en justitie doet. En een Nigeriaanse beleidsmedewerker, die de contacten met het Nigeriaanse establishment onderhoudt.

Alles moet snel, snel, snel. Het schip moet worden gelokaliseerd, er moet een nieuwe crew invliegen om de Rapide naar Port Harcourt te varen en de drie opvarenden die niet zijn gekidnapt moeten het land uit. Bovendien wil de Nederlandse politie een forensisch team sturen om op het schip onderzoek te doen.

Dat laatste is lastig. Nederland heeft geen formele samenwerking met de Nigeriaanse marine.

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de Nederlanders een tas losgeld komen brengen

Na moeizame onderhandelingen doet Nederland een innovatief voorstel. Wat nou als we bij het justitie-onderzoek ‘training’ aanbieden aan de marine, met Nederlandse agenten als trainers? Dan hebben de Nigerianen er ook nog wat aan en hoeven de Nederlanders niet op het trage Nigeriaanse papierwerk te wachten.

De ambassadestaf moet praten als Brugman maar uiteindelijk stemt de Nigeriaanse marine in. Wel is er één voorwaarde: het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de Nederlanders een tas losgeld komen brengen. De Nigerianen hebben al genoeg problemen in de Golf van Guinee. Die heeft de afgelopen jaren de bijnaam ‘Pirate Alley’ overgenomen van de Somalische wateren.

Kapingen draaien puur en alleen om geld, weten de Nigerianen. En dus was en is het officiële standpunt van de Nigeriaanse overheid dat er „geen losgeld wordt betaald”. Dat benadrukt de Nigeriaanse marine-admiraal Abrahim Adaji, die betrokken was bij het onderzoek naar de Rapide, nog maar eens aan de telefoon tegen NRC. „Nigeria wil dat niet, anders blijven de piraten komen. Bij ons weten is er in dit geval ook geen losgeld betaald.”

De Nederlanders stemmen in met de voorwaarde. Zodra de afspraak over de forensische missie is gemaakt, stapt een handvol Nederlandse politiemensen op het vliegtuig.

30 april

Jungle grensgebied

De derde werktuigkundige ligt ziek op de grond in de tent. Hij heeft diarree, zijn urine kleurt rood en zijn huid geel. Hij denkt dat hij doodgaat. Een dikbuikige arts, die eerder de schotwonden van de schilder kwam behandelen, wordt weer door de piraten opgetrommeld. Die vermoedt malaria en regelt pillen.

Het begint de bemanning te dagen dat ze levend meer waard zijn dan dood. Ze krijgen gin, knoflook en vijf muskietennetten tegen de muggen en slippers voor aan hun voeten. Soms zien ze de piraten bidden – een geruststellend gezicht. Misschien overleven ze het wel.

Maar de onderhandelingen tussen ‘Major’ en de rederij lopen intussen stroef. Acht keer is er contact. Major zakt langzaam in prijs, terwijl de rederij op advies van Ruthe telkens een iets hoger bedrag aan losgeld biedt. Bij andere gijzelingen werd er veel sneller betaald, klaagt Major tegen de bemanning.

Het begint de bemanning te dagen dat ze levend meer waard zijn dan dood

Op 14 mei zit er ineens schot in de zaak. ForestWave stijgt naar 320.000 dollar. Major wil vier ton. Maar hij wil ook dat het voorbij is. Hij zit met de bemanning, maar ook met 22 ongeduldige kapers en bewakers die geld willen – hun vrouwen zeuren dat het te lang duurt. En ze willen naar de volgende klus. Een dag later stemt Major in met het bod van de rederij: voor 340.000 dollar zal hij de bemanning vrijlaten.

Voor de werktuigkundige is dat net op tijd. Hij wil niks meer eten of drinken, en „laat zich niet meer opvrolijken”, aldus een crewlid. Anderen zijn uitgeput, sommigen hebben koorts.

Begin mei

Ambassade in Abuja

Op de Nederlandse ambassade in Abuja is het onrustig. De politie-liaison is terug van een korte reis naar Nederland voor de kapingskwestie en heeft nu een koffer in de kluis gelegd. De koffer is met geheimzinnigheid omgeven, de liaison wil er weinig over kwijt. De staf vindt het vreemd. Wat zit erin? Wat gebeurt hier allemaal?

In de officiële documenten die Nederland over het strafrechtelijk onderzoek heeft gedeeld met andere landen en met de advocaten van een van de kapers, is niets over de koffer terug te vinden. In die stukken staat niet meer dan dat er op 15 mei een prijs wordt overeengekomen met ForestWave en dat drie dagen later de gijzelaars zijn vrijgelaten.

Maar hoe is dat geld daar beland? Hoe krijg je 340.000 dollar in contanten van een rederij in Nederland naar een modderig eilandje in de grensregio van Nigeria en Kameroen?

Bij Toribos weten ze wel hoe je dit kan regelen in Nigeria. Een lokaal privaat bedrijf zal het geld brengen met beveiligd transport. Daarmee is het tweede deel van de route gedekt. Voor het eerste stuk – Nederland-Nigeria – gaat de politie-liaison zorgen.

Die vliegt naar Nederland, blijft een paar dagen, en vliegt met de contanten terug naar Abuja. Hij kan op het vliegtuig stappen, zonder dat er hinderlijke vragen worden gesteld over de inhoud van zijn koffer. Hierbij navigeert hij handig langs internationale afspraken, zoals de plicht tot het aangeven bij de douane van grote sommen contanten. In Abuja legt de liaison het geld tijdelijk in de kluis van de ambassade. De verontwaardiging bij de staf over het gebruik van de ambassade als stash voor losgeld, terwijl Nederland en Nigeria faliekant tegen het betalen van kapers zijn, neemt hij voor lief.

Kort daarna meldt zich een Nigeriaans contact op de ambassade. De overdracht is snel en zakelijk. En de kluis is weer leeg, alsof er niets is gebeurd.

18 mei

Jungle-eiland grensgebied

Het is vrijdag als er een zwarte man op het eiland arriveert. Kapitein Kolodko heeft hem nog nooit gezien. Hij draagt sportschoenen en heeft een zwarte tas bij zich. Hij is zichtbaar nerveus.

Kolodko en zijn bemanningsleden moeten zich in een rijtje opstellen. Ze worden onder schot gehouden en krijgen een voor een een satelliettelefoon in de hand gedrukt. Het is Herman Uffen van de rederij, die zeker wil weten dat alle bemanningsleden nog leven. Daarna trekt Major zich met de man terug in een hut. De gijzelaars zien hem naar buiten komen met een dikke stapel bankbiljetten. De gijzeling is voorbij.

Direct slaat de sfeer om. De kapers zijn extatisch, omhelzen de gijzelaars en nemen een groepsfoto, iedereen moet erop. Ze springen en dansen en halen flessen drank tevoorschijn. Blijf anders nog een nachtje, het is bijna donker, zeggen de Nigerianen. Maar daar hebben de gijzelaars en de tussenpersoon geen zin in.

In twee boten varen ze richting wal. Het wordt een nerveuze terugtocht langs allerlei checkpoints en de tussenpersoon moet links en rechts geld uitdelen. Uiteindelijk belanden ze in een hotel in Port Harcourt, waar schone kleren klaarliggen.

Op het vliegveld staan Sam Gombra en Herman Uffen van de rederij te wachten. De mannen moeten met de eerstvolgende KLM-vlucht naar Amsterdam. De twee zieke mannen vliegen business class, de rest zit achterin. In Nederland worden ze eerst gehoord door de politie. Pas dan mogen ze naar huis. De twee zieken gaan naar het VU-ziekenhuis.

Tegen de Nederlandse politie zijn de bemanningsleden best tevreden over de behandeling door hun ontvoerders. „Op een schaal van een tot vijf ” verklaart een van de gijzelaars, „zou ik ze toch wel een vier willen geven.”

3 juli 2018

Ergens in Nigeria

Bijna twee maanden later gaat de telefoon van een man die Itoruboemi Benson Lobia heet. „Goed om elkaar te horen”, zegt een onbekende man aan de andere kant van de lijn. „Ik ben John.” Hij legt uit dat hij iemand zoekt voor de beveiliging in de maritieme industrie. Ene ‘Boris’ zal hem hierover bellen, heeft hij soms interesse?

Het telefoontje is nauwkeurig voorbereid door het team Werken onder Dekmantel van de Nederlandse politie. Het nummer hebben ze van een bemanningslid dat het goed kon vinden met de man die zich uitgaf als Major. Hij was na zijn vrijlating blijven appen met zijn ontvoerder. Maar hij had toch het nummer maar aan de politie gegeven.

Nederland wil Lobia. Maar omdat het geen uitleveringsverdrag met Nigeria heeft, moet er weer een list worden bedacht. Onder het mom van een nieuwe baan, lokt ‘Boris’ Lobia eind 2018 naar Zuid-Afrika, hij koopt zelfs een vliegticket voor hem en boekt een hotel.

Even twijfelt Lobia – een medewerker op de luchthaven in Nigeria waarschuwt hem nog dat hij niet de eerste zal zijn die voor zo’n klus weggaat om nooit meer terug te komen. Maar hij gaat toch. En aan het einde van de slurf in Johannesburg loopt hij in de armen van de Zuid-Afrikaanse autoriteiten.

Op 10 december 2019 wordt Lobia na een jaar in een volle Zuid-Afrikaanse cel uitgeleverd. De verdenking: het leiden van een gewapende kaping en gijzeling van elf bemanningsleden.

Woensdag 9 december 2020, 15.30 uur

Rechtbank Rotterdam

Onbeweeglijk volgt Lobia via een videoverbinding vanuit penitentiaire inrichting Ter Apel zijn rechtszaak in Rotterdam. De dag is grauw, alleen de tolk brengt kleur met zijn swingende pidgin-Engels.

De advocaat van Lobia, Gökhan Özveren, wil van het Openbaar Ministerie precies weten hoe zijn cliënt naar Zuid-Afrika is gelokt. Was dat wel rechtmatig? De officier houdt de vragen af. Dat was allemaal in orde, niks aan de hand.

Over het losgeld en de rol van de politie-liaison en de ambassade stelt de advocaat geen vragen. Daarvan weet hij niets, er staat immers niets over in het strafdossier, net zo min als over het aanbieden van een ‘training’.

Lobia lijkt weinig mee te krijgen van het gesprek. Hij zwijgt. Hij kan tot twaalf jaar krijgen.

ForestWave heeft nooit geld terug gekregen van de verzekeraar, de polis dekte de kaping niet. In het jaarverslag staat dat het hele gebeuren de rederij 1 miljoen euro kostte. Maar de FWN Rapide vaart weer door de internationale wateren, mét kok Randy aan boord.

Die schrikt nog steeds heel erg als je hem van achteren benadert, appt de nieuwe kapitein van het schip. Waar Kolodko is, weet hij niet. De meeste mannen varen trouwens weer, zegt de kapitein. Wat moeten ze anders?