De ene avocado is de andere niet

Wat eten we? De avocado heeft een slechte reputatie als waterslurper. Toch zijn er grote verschillen, niet alleen per land, maar ook per boer.

Foto Getty Images

Nederland is de avocadopoort van Europa, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek afgelopen week. In 2020 werd 415 miljoen kilo avocado ingevoerd, 19 procent meer dan een jaar eerder. 9 procent blijft achter voor de Nederlandse consument, die gemiddeld ongeveer 2,2 kilo avocado per jaar eet, omgerekend zo’n twaalf stuks, één per maand. Gemiddeld. Want er zijn mensen voor wie de avocado nog een exotische luxe is en er zijn mensen met het adagium: een dag zonder avocado is een dag niet geleefd. Avocado in je smoothie, avocado op je bagel en erbij een avolatte, cappuccino in een uitgeholde avocado. Wie denkt er nog aan guacamole en Mexico? De avocado is vooral symbool geworden voor alles wat hipster en vegan is – en daarmee een makkelijk object van hoon en spot. Want hé, weten die vegan hipsters wel hoe slecht avocado’s zijn?

Wie weet überhaupt iets over avocado? Het Voedingscentrum meldt dat voor 100 gram avocado 200 liter water nodig is. Voor tomaat is dat 20 liter. Voor rundvlees 1.500 liter en voor Nederlands rund 650 liter. Als er al zoveel verschil zit in rund uit land A of B, hoe zit dat dan met avocado? Is voor een Spaanse avocado net zoveel water nodig als voor een avocado uit Peru? Wat voor water wordt er eigenlijk gebruikt? Komt het als regen uit de lucht vallen of wordt het aan het oppervlaktewater onttrokken? Bekend voorbeeld is Chili, waar burgers tegen droge rivierbeddingen aankijken omdat stroomopwaarts de avocadoplantages alles hebben opgeslurpt.

„Waar ik zit, is veel minder oppervlaktewater nodig”, zegt Hanneke van Veghel, via Teams vanuit Kenia. Zij schreef het boek Dieet voor een betere planeet en onderzoekt nu in Kenia als consultant hoe de avocado duurzamer geteeld kan worden. „In het regenseizoen komt er voor de teelt overvloedig water uit de lucht. Dat wordt in dammen opgeslagen voor het droge seizoen, waardoor er minder oppervlaktewater nodig is. Watertechnisch is de productie hier duurzamer dan in gebieden met grote droogte zoals Chili, Peru en Californië.”

Duurzaamheid is meer. „Transport en kunstmest hebben een grote klimaatimpact. Door plantaardige compost in plaats van kunstmest te gebruiken en avocado’s per boot en niet per vliegtuig te vervoeren, bespaar je al veel. De gebruikte energie moet uit hernieuwbare bronnen afkomstig zijn en er moet ruimte voor biodiversiteit komen door landbouw en bosbouw te combineren. ‘Ecostrips’ tussen de boomgaarden geven dieren de ruimte en brengen het ecosysteem in balans. De klimaatimpact die overblijft, willen we compenseren door voedselbossen aan te planten met en voor de lokale gemeenschap.”

Het land van herkomst, arbeidersloon, transport, verpakking – alles telt. „Maar hoe duurzaam een avocado is, hangt af van de kennis en welwillendheid van de boer en of supermarkten en consumenten willen betalen voor een duurzamer product”, zegt Van Veghel. Hoe dat zit, dat weet je als consument niet. „Je kunt alleen maar hopen dat supermarkten zelf beter gaan zoeken naar duurzame producenten.”

Die avolatte was trouwens een grap van een Australische barista, om de twee obsessies van Melbourne, avocado en latte, op de hak te nemen. Hoe sterk het de avocadoconsumptie heeft opgestuwd, is niet bekend.